Coalitie wil regeling voor fasering hogere vastgoedbelasting

DEN HAAG, 5 NOV. Grote waardestijgingen van onroerend goed als gevolg van de Wet waardering onroerende zaken mogen na 1997 niet leiden tot een abrupte stijging van de gemeentelijke onroerende-zaakbelasting (ozb). Gemeenten moeten de mogelijkheid krijgen forse tariefsverhogingen over drie jaar uit te smeren.

Dat blijkt uit een wijzigingsvoorstel van de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 op de aanpassingswet Waardering onroerende zaken. De Tweede Kamer voert hierover maandag overleg met staatssecretaris Vermeend van Financiën.

Het tarief van de ozb voor huiseigenaren kan oplopen van 400 gulden tot 700 gulden in 1997, aldus VVD-woordvoerde Kamp. Hij vindt een dergelijke schoksgewijze verhoging te groot. Daarom moet een gemeente de mogelijkheid krijgen om gedurende drie jaar na 1997 een aflopende korting te verlenen op de belastingaanslag. Daarbij houden gemeenten de vrijheid om woningen op een andere manier te behandelen dan bedrijven.

Op het gebied van het huurwaardeforfait (een inkomensbijtelling in de inkomstenbelasting voor eigen-woningbezit) lopen de meningen binnen de coalitie uiteen. De VVD steunt het kabinetsvoorstel om uit te gaan van een percentage van 1,25 voor woningen boven de 150.000 gulden. Voor goedkopere woningen geldt een staffel met lagere percentages (van 0 tot 1,0).

PvdA en D66 vinden deze stapsgewijze aanpak nodeloos ingewikkeld. Bovendien zouden bezitters van duurdere woningen er het meest op vooruitgaan. PvdA en D66 willen dan ook goedkopere woningen (tot 43.000 gulden) volledig vrijstellen van het huurwaardeforfait. In ruil moet het tarief voor de overige woningen uitkomen op 1,5 procent. Ten opzichte van het kabinetsvoorstel betekent dit een meevaller voor eigenaar/bewoners met woningen tot 250.000 gulden.

Het CDA heeft grote bezwaren tegen een huurwaardeforfait dat afhankelijk is van de waarde van de eigen woning. Volgens woordvoerder De Jong komt dit neer op inkomenspolitiek. Hij wil de hoogte van de inkomensbijtelling baseren op kostenberekeningen (huurwaarde, onderhoudskosten) en niet op een tevoren vastgestelde belastingopbrengst. De CDA'er pleit dan ook voor een vaste heffing van één procent voor alle woningen. (ANP)