Brood als typisch mediafenomeen

Is Herman Brood aan het verburgerlijken?

Hij doet tegenwoordig zo braaf, zo vaderlijk, vooral als hij op de televisie komt.

Als Brood vroeger in een praatprogramma verscheen, was altijd dé vraag: stort hij straks met zijn stoel starnakelbezopen achterover, of gaat hij braken in de schoot van de presentator? In het geniep hoopte ik altijd op het laatste, vooral als de presentator Henk Binnendijk of Ivo Niehe heette.

Zondagmiddag zag ik Brood een uur lang bij Hanneke Groenteman in De plantage, en hij gedroeg zich daar wel érg verantwoord. In de eerste plaats had hij, voor zijn doen, nauwelijks gedronken. Hij zag er zelfs uit alsof hij de avond tevoren wat vroeger naar bed was gegaan. En nóg onvoorstelbaarder: hij ging mee in de poging van Hanneke Groenteman een normale conversatie te voeren.

Dat kan niet, dat moeten we Herman, noch onszelf, aandoen. Als we hem tot levensfilosofieën dwingen, maken we een soort Emile Ratelband van hem. “De mensen moeten meer binnenwaarts graven”, zei hij. Hij voegde eraan toe dat hij altijd het meest van kinderen had geleerd, want kinderen waren zo open en spontaan. Hij moest ook altijd veel huilen, van geluk, maar ook van verdriet, om die Hutu's bijvoorbeeld.

Ik begon een groot heimwee te voelen naar de Herman Brood, bij wie de speed uit de neusgaten floot zodra hij een tv-camera ontdekte. Als er iemand niet serieus moet worden genomen, is het Herman Brood. Hij is het prototype van de eeuwige flaneur, die, als hij in zijn element is, spot met alles wat ons heilig is: geborgenheid, trouw, liefde. Als Brood ernstig wordt, of doet alsof, verdient hij ons diepste wantrouwen.

Jaren geleden zag ik een tv-uitzending voor de jeugd over drugs. De bedoeling van het programma was om de jeugd het gebruik van drugs te ontraden. Hoofdgast was Herman Brood. Het werd een surrealistische uitzending. Soms vraag ik me af: heb ik het echt gezien, of heb ik het gefantaseerd - zó bizar was het. (Ik heb nooit iemand gesproken die zich de uitzending herinnert.)

In dat programma stond Brood met de vroomste van zijn gezichten te vertellen dat hij nu eindelijk van de rotzooi afgekickt was, dat hij er nooit meer aan zou beginnen, en dat hij hoopte dat hij de jeugd daarmee een goed voorbeeld gaf. Ik kon mijn oren niet geloven. Wie had hem zóver gekregen?

Later begreep ik het beter. Brood is een typisch mediafenomeen, een heel schrandere bespeler van met name de televisie. Dat is zijn grootste talent. Hij is een middelmatige popzanger en een matige schilder, maar er zijn weinig artiesten die zó goed aanvoelen wat de media van hen willen. Een sappige uitspraak, een pseudo-provocerende houding die net niet té ver gaat: bel Herman (of beter: zijn manager) en hij komt, zelfs als er geen schone spuit wordt bijgeleverd.

Zo werd Herman Brood de lieveling van alle praatprogramma's van Nederland: van Henk Binnendijk (EO) tot Hanneke Groenteman (VPRO). Wat willen we van hem horen? Dat hij van de drugs af wil? Dat hij niet van de drugs af wil? Dat hij zo ontzettend van zijn kindje houdt en dat hij zo dol is op zijn moeder, vooral als er een tv-camera in de buurt is?

Alles wil Herman Brood ons wijsmaken, als we hem maar uitzenden.

Daarom ben ik ervan overtuigd dat we hem, als we hem maar veel zendtijd in het vooruitzicht stellen, gemakkelijk weer op het oude, anti-burgerlijke spoor krijgen. Laten we het hopen. Braken bij Henk Binnendijk is toch veel leuker dan slijmen met majoor Bosshardt?

    • Frits Abrahams