VS: incident met F-16 in Irak was geen incident

WASHINGTON, 4 NOV. Een piloot van een Amerikaans F-16 gevechtsvliegtuig heeft zaterdag een raket afgeschoten op een Iraakse raketbatterij in het zuiden van Irak waarvan de radar naar hij dacht zijn toestel volgde. Het Amerikaanse ministerie van Defensie meldde gisteren na enige studie echter dat de Iraakse radar niet in actie was gekomen. Het Pentagon verdedigde de reactie van de piloot, wiens instrumenten kennelijk abusievelijk hadden aangegeven dat de Iraakse batterij hem als doelwit had gekozen.

Irak had eerder ontkend dat zich een dergelijk incident had voorgedaan. Het officiële Iraakse persbureau INA sprak van een “vals bericht, als onderdeel van Amerikaanse verkiezingspolitiek” in een verwijzing naar de presidentsverkiezingen van morgen.

De F-16 patrouilleerde in de No-fly zone boven Zuid-Irak, die in 1991 werd ingesteld ter bescherming van de shi'itische bevolking daar en in september, tijdens de jongste Iraaks-Amerikaanse crisis, door de VS werd uitgebreid om de Iraakse president, Saddam Hussein, militair verder aan banden te leggen. Die Amerikaanse maatregel vormde samen met raketaanvallen op Iraakse luchtdoelbatterijen in het zuiden de reactie van Washington op de Iraakse militaire betrokkenheid bij de verovering van de Koerdische stad Arbil door een Koerdische groepering. (Reuter, AP)