Van der Schans leert zijn paard de benen te vouwen

AMSTERDAM, 4 NOV. Moeder Zoetje van der Schans was trots op haar zoon Wout-Jan na een foutloze eerste ronde. “Wout-Jan is toch altijd goed gebleven? Het komt alleen niet altijd voor iedereen zo overtuigend naar buiten.” Ze wist toen nog niet eens dat Van der Schans de wereldbekerwedstrijd van Jumping Amsterdam zou winnen.

De springruiter bleek met Leroy Brown de snelste in een barrage met twaalf deelnemers. Hij reed een risicovolle, maar zeer gecontroleerde rit.

Omringd door kinderen en kleinkinderen zat moeder Van der Schans op de tribune breeduit te genieten van de sport die de wedstrijd in de RAI te bieden had. Haar man Piet en zij zijn gestopt met werken en hebben eindelijk volop tijd voor de paarden, iets wat zij er voorheen als hobby in de avonduren bij hebben moeten doen.

De familie Van der Schans had jarenlang een schoenenzaak en daarna een ruitersportzaak in Barneveld. Piet van der Schans wist zichzelf met ijzeren doorzettingsvermogen in 1972 in de military-équipe te rijden voor de Olympische Spelen van München. Als jongetje van elf jaar mocht Wout-Jan mee: zijn ruiterdroom was geboren. Na een korte maar succesvolle loopbaan in de military veranderde Van der Schans in 1985 van discipline. Hij ging springen en noemde zijn stal in Lunteren de Radetzky Hoeve, naar zijn bekendste militarypaard.

Er gingen zeven magere jaren voorbij sinds de laatste zege van Van der Schans in een wereldbekerwedstrijd in Helsinki in oktober 1989, toen met de schimmel Olympic Treffer. Misschien dat de zege gisteren in Amsterdam voor de 35-jarige Van der Schans nu de zeven vette jaren inluidt. Want de loopbaan van Van der Schans werd de laatste jaren gekenmerkt door blessureleed van zijn paarden en een gebrek aan vertrouwen van bondscoach Horn.

Van der Schans wil eigenlijk niet eens meer praten over het feit dat hij gepasseerd was voor de équipe voor de Spelen van Atlanta. “Terugkijken heeft geen zin”, meent hij. “Het conflict is uitgepraat en nu kijk ik verder. Naar de wereldbekerfinale het komend voorjaar, naar het Europees Kampioenschap de komende zomer.”

Van der Schans heeft het gevoel dat hij na tweeënhalf jaar zijn paard Leroy Brown eindelijk zo heeft leren te beheersen dat de oogsttijd is aangebroken. “Leroy kan enorm hoog springen, maar hij heeft tijd nodig om zijn benen te vouwen. Ik heb moeten leren om hem met iets meer vrijheid naar de hindernissen toe te rijden dan ik gewend was, zodat hij zijn benen netjes kan vouwen. Verder is hij behalve groot en sterk ook heel nerveus, iets waarmee je eveneens moet leren omgaan. Zijn beste eigenschappen zijn een bijna onbeperkt springvermogen en zijn voorzichtigheid, maar de moeilijkheid ligt in het beheersen van zijn temperament.”

Het wereldbekerparcours van Jumping Amsterdam leek voor Leroy gebouwd. Het begon met vrijstaande hindernissen die niet te dicht op elkaar stonden. “Daardoor had ik de ruimte om rustig toe te rijden en werd Leroy niet meteen te nerveus. Pas in de tweede helft van het parcours kwamen de moeilijke lijnen met een snelle opeenvolging van sprongen, maar dan is Leroy al in zijn ritme en loopt dat wel”, verklaarde Van der Schans.

Uiteindelijk was Van der Schans 0,01 seconde sneller dan zijn naaste concurrent Ludger Beerbaum met Ratina, de combinatie die in 1994 en 1995 Jumping Amsterdam won. Beerbaum, die wegens een blessure in Atlanta niet kon beschikken over Ratina, was vol lof over de manier van rijden van Van der Schans. “Of hij nu met eenhonderdste voorsprong wint of met 10 seconden, dat zegt mij niets. Maar het zegt me alles dat ik weet dat Leroy een klassenpaard is, maar ook een zeer moeilijk paard om te controleren. De manier waarop Van der Schans dit vandaag wist te doen, petje af. Hij verdiende de zege.”

    • Claartje van Andel