THE ECONOMIST

In 1992 liet The Economist zijn keuze vallen op de betrekkelijk onbekende, energieke gouverneur William J. Clinton. Achteraf noemt het blad dit een vergissing. De president is in vier jaar zo vaak van gedachten veranderd over hoofdzaken van het binnen- en buitenlandse beleid, dat “wie op hem stemt niet weet wat hij kiest”.

Na de nederlaag van de Democraten bij de Congresverkiezingen in 1994 ontpopte Clinton zich op economisch gebied tot een 'gematigde Republikein' en zo ging hij ook de verkiezingen in. The Economist acht bestuursafslanking en hervorming van het sociale zekerheidsstelsel zo gek nog niet, maar vreest dat Clinton na een electorale aardverschuiving en met een Democratische meerderheid in het Congres geheel nieuwe wegen inslaat.

Uitdager Dole, ooit een toonbeeld van degelijkheid, heeft zich in de campagne het imago aangemeten van radicaal. Zijn veronderstelde stemmentrekker - 15 procent belastingverlaging - “doet zelfs de meest lichtgelovige kiezer twijfelen aan zijn rekenkunst”. The Economist gelooft echter niet in deze metamorfose en houdt het erop dat de enige echte Dole de man is die dertig jaar lang geduldig compromissen sloot op Capitol Hill en “niet de dubieuze figuur van dit jaar”. Een broze basis voor een stemadvies, erkent het blad, “maar de keuze is dan ook waardeloos”.