Sheryl Crow laveert tussen twee imago's

Concert: Sheryl Crow. Gehoord: 3/11 Paradiso, Amsterdam.

De Amerikaanse zangeres Sheryl Crow lijkt sinds haar debuut, drie jaar geleden, een metamorfose te hebben ondergaan. Van een stralende all Americain girl is ze een duister kijkende Einzelgänger geworden. Dat valt te zien aan het verschil tussen de portretten op de hoes van eerste cd en die op de tweede, onlangs verschenen cd Sheryl Crow, en is ook te horen aan haar muzikale ontwikkeling.

Crow, die met haar debuut Tuesday Night Music Club en de single All I Wanna Do meteen een miljoenensucces werd, sprak het publiek aan met sprankelende popliedjes. De nummers hintten naar een traditie van country en folk, in de meerstemmige samenzang en het gebruik van ukelele en steelguitar, maar dreven toch voornamelijk op Crows heldere damesstem die een melange van vrolijkheid en bezinning liet horen. Inmiddels is de balans doorgeslagen naar die meer bedachtzame kant.

Van haar vaste begeleidingsband heeft ze zich inmiddels ontdaan, de nieuwe cd heeft Crow zelf geproduceerd en met andere muzikanten geschreven. Op Sheryl Crow klinkt ze zwaarder en bijna psychedelisch. Soms zijn de gitaren vervormd tot blubberige solo's en haar stem tot een dreigende sneer. Dat levert bij momenten prachtige nummers op die, door de avontuurlijke instrumentatie langer boeien dan die op haar debuut-cd.

Maar bij het uitverkochte concert dat de 'nieuwe' Sheryl Crow gisteravond in Paradiso gaf, bleef het schipperen tussen de twee images, met als conclusie dat geen van beide werkelijk kon doorbreken. De emotionele overgave die ze op haar nieuwe cd laat horen, bleef achterwege, maar ook haar vroegere vrolijke-meisjespresentatie was verdwenen. Zo was Crow nu uitsluitend koeltjes. Op het podium stonden vijf nieuwe muzikanten die uitstekend de nummers lieten weerklinken. Maar er ontstond geen opgetogen sfeer, niet tussen de bandleden onderling en niet tussen de band en de zaal. Crows enige handreiking, een plichtmatig 'dankewel' na ieder nummer, bleek onvoldoende.

    • Hester Carvalho