Rector onder Ritzen

Vorige week dinsdag had deze krant de primeur over een miljoenentekort bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Onmiddellijk probeerde de wethouder behendig om de zwartepiet door te schuiven naar de rectoren door de gemeente alles te laten toelichten maar de rectoren nog drie volle dagen geheimhouding op te leggen.

Gaat het om de schuldvraag in de ogen van het publiek, dan zijn de rectoren geen partij van de beroepspolitici in het stadhuis en hun honderden ambtenaren en adviseurs.

Het Rotterdamse drama van vorige week kan zich overal elders in Nederland herhalen, en misschien wel langs dezelfde lijnen. Eerst is er een financieel probleem dat dreigt te exploderen. Schoolleiders weten natuurlijk heel goed wanneer het aantal leerlingen terugloopt, of de salarislast van het personeel toeneemt door vergrijzing, maar die zijn niet in staat om KPMG-management consulting in te huren. Dat doet dus de Dienst Onderwijs van de gemeente. Er komt een haastig rapport dat de 'schuld' verdeelt over het ministerie van Onderwijs (absurde regels, te krappe budgetten), de gemeente (te weinig inzicht, zwak financieel beheer) en de rectoren (onbekwaam in management). In de volledige tekst van het nu in Rotterdam vrijgegeven rapport van KPMG staat dat allemaal te lezen, maar als het moment aangebroken is om de conclusies van het rapport te laten lekken naar de media verliezen de arme rectoren het van de politiek. Zo ging het vorige week in Rotterdam; zo gaat het straks ook elders.

In Nederland hebben ouders en kinderen vrije schoolkeuze. Dat is de grote trots van ons lager en middelbaar onderwijs en de belangrijkste verklaring waarom onze kinderen veel beter onderwijs krijgen dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten waar de 'School Board' leerlingen toewijst aan één bepaalde school. Concurrentie houdt scherp, ook in het onderwijs. Wil concurrentie tussen scholen om de gunst van ouders en leerlingen echter in praktijk iets voorstellen, dan hebben rectoren bevoegdheden nodig. Het valse in de Rotterdamse crisis is dat de rectoren van de acht openbare scholen voor voortgezet onderwijs nu in de beklaagdenbank zitten, terwijl het minister Ritzen en de gemeente Rotterdam zijn geweest die management onmogelijk hebben gemaakt. Ik geef een paar voorbeelden.

Een Rotterdamse school beschikt over een moderne sporthal die wordt verhuurd aan derden wanneer de leerlingen naar huis zijn. Mooi en efficiënt. Maar minder mooi is dat de Gemeentelijke Dienst Onderwijs wel namens de school huur int van de sportclubs, maar jarenlang niet in staat is om aan de school mee te delen hoe hoog de inkomsten zijn. De gemeente belast licht en verwarming door aan de school, ook voor de uren dat de sporthal verhuurd is aan derden, maar is onbekwaam om de baten correct te boeken en laat dan de KPMG schrijven: “Er is geen verantwoordelijkheidsgevoel voor financiële tekorten.”

Ernstiger is de personeelsproblematiek. Het Erasmiaans Gymnasium en de Wolfert van Borselen zijn populair en breiden uit. Tegelijkertijd heeft een minder gunstig gelegen school in IJsselmonde tweehonderd leerlingen verloren. Daar moeten dus docenten afvloeien. Is nu bij het Erasmiaans of op de Wolfert een vacature, dan eist de vakbond dat die eerst wordt aangeboden aan de wachtgelder in Rotterdam met de meeste dienstjaren. Misschien is er een vacature voor scheikunde en staat toevallig een wachtgelder voor Duits bovenaan de lijst, dan krijgt de school toch het dringende verzoek om die docent te nemen. Ondertussen kan het heel goed zijn dat dezelfde school een jonge docent in de natuurkunde moet ontslaan omdat die te weinig dienstjaren heeft vergeleken met de wachtgelders. Tot dit jaar hielden energieke schoolleiders nog wel enige keuzes ondanks de regels die Ritzen en Netelenbos (PvdA) hadden afgesproken met de vakbonden. Dit jaar is de laatste gram vrijheid verdwenen. Past een wachtgelder in Delft perfect op een vacature in Rotterdam, dan zeggen toch Ritzen en Netelenbos 'njet'. Vijfenzestigduizend gulden boete voor ieder geval waarin een werkloze leraar uit Delft probeert te werken in Rotterdam.

Voor ons, Nederlandse belastingbetalers, zou het weinig uitmaken of een vacature in Rotterdam wordt vervuld door een werkloze plaatsgenoot dan wel door een leraar uit Delft, maar Ritzen en Netelenbos hebben goedgevonden dat de vakbonden hoge schotten hebben opgetrokken tussen de verschillende gemeenten. Per gemeente een bestand aan werkzoekende docenten, eveneens per gemeente een door de vakbond vastgestelde rangorde, en schoolleiders mogen natuurlijk personeelsbeleid voeren, zolang ze maar nummer één van de wachtlijst nemen.

Even absoluut is het gebrek aan keuzevrijheid bij vacatures in de administratie. Ook dan hanteert de Dienst Onderwijs in Rotterdam een al van te voren opgestelde rangorde en wordt het 'last in first out'-principe met Pruisische consequentie gehanteerd. Daarom is het navrant dat KPMG durft te schrijven dat de schooldirectie moet optreden als 'integraal manager'. Als oplossing stelt KPMG nu voor om al het personeel van de acht scholen te ontslaan, opnieuw te laten solliciteren en op te nemen in een 'arbeidspool'. De toekomstige uitzendleraren kunnen dan door een kwieke Rotterdamse topmanager flexibel worden ingezet, en dat lijkt heel goedkoop, maar betekent natuurlijk het einde van iedere poging om in een school een eigen 'esprit de corps' te ontwikkelen met een team van docenten dat zich langdurig inzet voor de kwaliteit van het onderwijs.

Onze dochter heeft op de Wolfert van Borselen al vijf jaar met veel plezier dezelfde docent voor Frans en ook nog steeds rector Fröberg, bij wie zij zich in 1992 aanmeldde (Fröberg ontving dit jaar voor zijn school de nationale onderwijsprijs). Als de Gemeentelijke Dienst Onderwijs van Rotterdam dit absurde voorstel van KPMG opvolgt, wordt straks de leraar van uw kind gezonden door een detacheringsbureau en is de rector vervangen door een interim-manager. Die zullen we dan het standaardtarief van 2.500 gulden per dag kunnen betalen voor het motiveren van de toekomstige wegwerpdocenten. Misschien een tikkeltje naïef, maar deze ouder heeft hoop op een betere uitkomst. Laat de gemeente Rotterdam de hand in eigen boezem steken, vanwege alle met de vakbond afgesproken bureaucratie. Of beter nog: vier Rotterdamse vingers in eigen boezem, en de wijsvinger gestrekt naar Zoetermeer. Want dáár staat het ministerie dat pleit voor decentralisatie, maar in feite nog steeds de regelgeving uitbreidt. Ouders, kinderen én toegewijde docenten hebben recht op méér vrijheid voor de rector en zijn team. Dan stelt het artikel in de Grondwet over vrije schoolkeuze tenminste echt iets voor.

    • E.J. Bomhoff