Pogorelich wel briljant, maar te maniëristisch

Concert: Ivo Pogorelich, piano. Gehoord: 2/11 Concertgebouw Amsterdam.

Pianovirtuoos Ivo Pogorelich, 38 jaar oud en met zijn opnames al jarenlang een van de best verkopende artiesten van Deutsche Grammophon, heeft live niet meer die uitstraling van een jonge god. Zijn gezicht is een beetje pafferig geworden en de stugge manier waarop hij zich, bijna als een slaapwandelaar, naar de vleugel begeeft, doet tegenzin in het optreden vermoeden. Maar zijn pianospel klinkt nog altijd briljant en eigenzinnig.

Zaterdag opende Pogorelich in het Amsterdamse Concertgebouw met de Nocturne in c, op. 48 nr. 1 van Chopin. Op de tedere grandeur van het eerste gedeelte volgde een hartstochtelijke explosie van orkestrale allure, alsof Pogorelich het introverte idioom van Chopin in de heroïsche terminologie van een componist als Rachmaninov wilde vertalen. Traag, loom en bedwelmend klonken daarna de zingende melodielijnen van Chopins Nocturne in E, op. 62 nr. 2, waarbij Pogorelich zijn unieke gave voor het creëren van klankschoonheid verbond aan een ouderwets aandoend rubatospel vol geraffineerde vertragingen en versnellingen.

Helemaal op dreef kwam Pogorelich tijdens zijn contrastrijke en intens doorleefde interpretatie van Chopins Derde sonate. Toch kwamen juist hierbij ook de zwakheden van Pogorelich's vertolkingskunst aan het licht.

Zijn technische trefzekerheid is boven alle kritiek verheven, maar muzikaal gesproken neigt Pogorelich naar extremiteiten waarmee hij zijn vurige betoog ondermijnt. Ongelimiteerde fortes en overdreven langzame tempi behoren tot de favoriete maniërismen waaraan deze pianist zich te vaak bezondigt. Zo speelde hij het Largo van Chopins Derde Sonate zo tergend langzaam dat een deel van het publiek er letterlijk bij in slaap viel.

Ook voor het openingsdeel van zijn genuanceerde vertolking van Skrjabins Vierde sonate koos Pogorelich een overdreven slepend tempo, maar dat werd grotendeels gecompenseerd door de exquise kwaliteit van het rijke kleurenpalet waartoe deze componist hem insprireerde.

Verreweg het overtuigendst klonk Pogorelich tijdens zijn pathetische en sonoor-voluminieuze benadering van de Tweede sonate van Rachmaninov. De majestueuze visioenen van deze legendarische pianovirtuoos en componist werden door een gepassioneerde Pogorelich tot pure romantiek verheven.