Ouders van schrijvers

Maatstaf 8, jaargang 44. Verschijnt tien maal per jaar.

Losse nummers ƒ 22,50.

Het jongste nummer van Maatstaf is een collector's item, in elk geval voor biografen en andere voyeurs. Op het omslag is een trouwboekje gereproduceerd, toepasselijk beginnend met de zin: 'Het is van het grootste belang dit boekje zorgvuldig te bewaren'. De beginzin op de achterflap luidt: 'Kinderen uit dit huwelijk geboren' en wordt gevolgd door 62 namen van Nederlandse en Vlaamse auteurs. Aan de afbeelding van de vaders en moeders van al deze auteurs is deze Maatstaf gewijd.

Maatstaf-redacteur Ronald Dietz kreeg bij het kijken naar een foto van zijn ouders de inval om een heel nummer te vullen met kiekjes van de ouders van schrijvers, voorzien van bijschriften door de auteurs zelf. 'Wie over ouders praat', merkt hij op in een 'Ten geleide', 'heeft het over onze literatuur. Is de Nederlandse niet bij uitstek een literatuur over ouders? (...) Om het rijtje met de meest bekenden te beginnen: Reve, Wolkers, 't Hart, Matsier, Van der Heijden.'

Helaas ontbreken vrijwel alle door Dietz in zijn inleiding genoemde auteurs. Geen vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden, geen bijbellezende vader Wolkers met een zwangere vrouw aan zijn zijde, geen Vanter (Gerard van het Reve sr.) met echtgenote, geen vader en moeder Matsier in hun nog niet gesloten Haagse huis. Heeft Maatstaf hen niet gevraagd, hebben ze niet gereageerd of weigerden zij hun familie-album te plunderen?

Wat was trouwens het selectie-criterium van de redactie? Werd aan alle Nederlandse en Vlaamse schrijvers gevraagd een foto met bijschrift in te sturen of alleen aan hen die ooit over hun ouders geschreven hebben? Daarover verschaft Dietz in zijn inleiding geen opheldering, met als gevolg dat dit Maatstaf-nummer uiteindelijk historisch minder interessant is dan een serieuze 'verantwoording' het had kunnen maken.

Er blijft genoeg te genieten over. Om te beginnen de foto van het echtpaar Komrij, gearmd wandelend in een zomerse stad, zij in een witte jurk, hij met een zwierige hoed. Hun zoon Gerrit heeft er het volgende bijgeschreven: 'Eén foto is er, kiekje met kartelrand, waarop mijn ouders jong en vooroorlogs zijn. Met veel goeie wil lijken ze uit The Great Gatsby. Toch werkte mijn vader bij de hoefsmid en kwam mijn moeder koud uit de manufacturenwinkel van haar vader. Ik heb ze alleen oud en naoorlogs gekend.'

Het niet-kennen van de eigen ouders is een terugkerend thema. Arnold Heumakers, die een foto van een stralend echtpaar met drie peuters en een baby instuurde, zegt het zo: 'Wie ze zijn geweest, is bijna niet meer te herkennen. Wij monsters zitten er al tussen, bemind en onschuldig. De een is dood, de ander oud. Wat hebben we ze toch aangedaan? Als je goed kijkt, kan je het zien.'

Er zijn ouders in soorten en maten: dode ouders, gescheiden ouders, foute ouders, lieve ouders, mooie ouders. Als paar zijn die van Kristien Hemmerechts (Costa Brava 1963, zij met zonnehoed en blote benen, hij met een boek in zijn hand en met blote bast) het aantrekkelijkst. Luuk Gruwez heeft de mooiste moeder ('ze wou Garbo zijn') en Wim Hazeu de knapste vader. En verder mag vooral de beeldschone mevrouw Morriën er zijn. 'Mijn moeder', schrijft zoon Adriaan, 'heb ik geadoreerd. De aanwezigheid van mijn vader in huis heb ik tot omstreeks mijn twintigste levensjaar als ongewenst beschouwd. Toen doorzag ik mijn animositeit als een uiting van afgunst waartoe hij geen enkele reële aanleiding had gegeven.' Morriën lijkt op zijn vader: op de foto een aardige man met een vastberaden trek om zijn mond.

Het leukst zijn de foto's van ouders die je als lezer al kent uit de autobiografische boeken van hun kinderen, zoals het echtpaar Van Woerden. Zoon Henk schrijft er het volgende bij: 'Mei 1947. Het pasgetrouwde stel betrapt. Die bolling achter haar hand, dat ben ik. Ze kijken of ze een meisje verwachten. Moeder zal nog twaalf jaar, vader achtendertig leven.' Al kijkend naar die vader, voel ik me een voyeur: uit Van Woerdens roman Moenie kyk nie weet ik zo'n beetje alles van hem, en dat is niet veel goeds.

Vervolgens betrap ik mezelf erop dat ik het liefst foto's zie van gelukkige ouders, die altijd bij elkaar gebleven zijn en over wie hun kind zich liefdevol uitlaat, zoals Rudi van Dantzig en Wim Hazeu doen.

Het aardige van dit Maatstaf-nummer is dat het bij iedereen die het bekijkt onvermijdelijk de vraag oproept: welke foto zou ik kiezen van mijn ouders en wat zou ik erbij schrijven? Een moeilijke opgave, zoveel is zeker, want het antwoord verraadt verschrikkelijk veel over jezelf. En dat is waarschijnlijk precies wat de Maatstaf-redactie voor ogen heeft gestaan, toen ze de auteurs opzadelde met deze ongewone opdracht.

    • Elsbeth Etty