Oost-Europabank ziet nog knelpunten

LONDEN, 4 NOV. Sinds de val van de Berlijnse Muur hebben de Oost-Europese landen “indrukwekkende vooruitgang” geboekt bij de hervormingen van hun economieën. Maar een aantal lastige knelpunten moet nog worden aangepakt, wat een langdurige kwestie zal worden.

Dat is de kern van het periodieke transitierapport dat de Oost-Europabank vandaag naar buiten bracht. “De erfenis van een commando-economie valt niet binnen een paar jaar weg te werken,” stelt hoofdeconoom Nick Stern van de Europese bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), zoals de instelling voluit heet. Om de overgang naar vrije-markteconomie, die in zijn ogen “opmerkelijk snel” gaat, te vervolgen zijn “belangrijke ingrepen nodig, zelfs in de landen die de meeste vooruitgang hebben geboekt,” schrijft Stern in het voorwoord.

Een aantal zaken dat nodig is in deze transitie, zoals het afschaffen van prijsmechanismen, de vrijmaking van handel en de privatisering van kleine staatsondernemingen, is relatief vlot verlopen. Maar andere belangrijke veranderingen wachten nog. Dat zijn vaak juist de langdurige en gecompliceerde processen, zo merkt de bank op.

Zij noemt hierbij de herstructurering van ondernemingen, die veelal gepaard gaat met het ontslag van grote aantallen werknemers, de modernisering en uitbreiding van de infrastructuur, waarmee vaak hoge kosten zijn gemoeid, en het opzetten van een sterke financiële sector. Ook in de milieuzorg is nog een lange weg te gaan.

De bank besteedt in haar rapport dit jaar veel aandacht aan de infrastructuur, die “een basisvoorwaarde voor een goede werking van de markteconomie vormt”. De communistische regeringen hebben in hun planeconomie heel andere prioriteiten gesteld. “De aanleg van spoorwegen stond vooral in dienst van een oneconomisch produktiesysteem met vervoer van grondstoffen over zeer lange afstanden, waarbij de kosten werden verwaarloosd. Bij de bouw van autowegen werd nauwelijks gekeken naar het nut voor personenwagens. De technologie die in de telecommunicatie werd gebruikt, was verouderd terwijl maar erg weinig huishoudens en bedrijven een aansluiting op het netwerk kregen.”(ANP)