Oedipus Rex niet beter, wel anders

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk. Gehoord: 2/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 9/11 20.02 uur NPS Radio 4; tv-uitz.: 10/11 13 uur NPS Ned. 3.

Sommige kunstevenementen zijn voor het gevoel van de liefhebber zó exemplarisch dat ze het voor lange tijd onmogelijk maken onbevangen kennis te nemen van andere uitvoeringen van het zelfde stuk. Zo'n legendarische gebeurtenis was tijdens het Holland Festival 1982 de Strawinsky-avond in Carré: de opera Oedipus Rex in een harde enscenering van Harry Wich en het ballet Le sacre du printemps in de choreografie van Pina Bausch. Het Concertgebouworkest stond onder leiding van Michael Tilson Thomas.

Tijdens het Holland Festival 1994 gaf Bausch een herhaling van Le sacre du printemps, begeleid door het Radio Filharmonisch Orkest en Edo de Waart. Hetzelfde orkest, nu gedirigeerd door Hans Vonk, voerde zaterdag Oedipus Rex nog eens uit in het Amsterdamse Concertgebouw, opgenomen voor radio en tv. Jammer genoeg was er nu geen enkele enscenering - juist bij dit stuk gemakkelijk en dankbaar.

Bernard Haitink leidde kort na die eerste fenomenale Festival-uitvoering nog een tv-opname van Oedipus Rex, maar kon met het Concertgebouworkest de verpletterende indruk uit 1982 niet evenaren, evenmin als De Waart later in Le sacre du printemps en nu Vonk in Oedipus Rex. Wordt de herinnering geïdealiseerd of waren de latere uitvoeringen ècht minder? Het een is mogelijk, het ander ook, evenals een combinatie daarvan. Maar dat de latere uitvoeringen, ook voor een onbevooroordeelde luisteraar beter waren, houd ik niet voor mogelijk.

Al was het dan niet beter, anders was het wel. Hans Vonk stelde zich nu op een interessant uitgangspunt: Oedipus Rex met de latijnse tekst niet alleen beschouwen als een streng en statisch neo-classicistisch stuk maar ook als een eclectisch werk, waarin plaats is voor het breed uitmeten van contrasterende stijlcitaten. Het droge, motorische Strawinskyaanse ostinato, dat zo afgemeten en spannend kan klinken, werd nu tot het slotdeel bijna geheel overspoeld door een uitbundige lyriek en kleuring. In de titelrol kwam Donald Litaker zelfs tot een barok versierde zangstijl, die een bijzondere lading aan zijn rol gaf.

Anderzijds was de acteur Tom Jansen als de verteller van het verhaal over Oedipus, die zijn vader doodde, zijn moeder huwde, zichzelf de ogen uitstak en blind in ballingschap ging. De analyserende uitleg en het licht cynische commentaar klonken nogal onderkoeld, op een enkele wat theatralere frase na. Jansen was in deze tekst van Jean Cocteau veel meer de afstandelijke professional dan Cocteau, die zichzelf was, of Carel Alphenaar, die in het circus Carré een spreekstalmeester was.

Klaus Mertens (Creon), Jaco Huijpen (Tireisias), Anthony Robins (herder) en Dale Duesing (bode) kwamen tot redelijk goede prestaties, Reinhild Runkel viel als Iocaste wat tegen.

De verrassing van deze Matinee waren de Jedermann Monologen (1943 en '49) van Frank Martin, gecomponeerd op teksten uit Hugo von Hofmannsthals Jedermann (Elckerlyc). Dale Duesing kwam tot een belangwekkende vertolking van deze prachtig en subtiel geschreven liederen, die in hun eenzame sfeer soms herinneren aan Wagnerpersonages: Wotan en Parsifal.

    • Kasper Jansen