Nouwen is 'een ongeëvenaarde doordouwer'

Al bijna tien jaar is Paul A. Nouwen hoofddirecteur van de ANWB. Onder zijn leiding heeft de vereniging meer oog gekregen voor natuur en milieu. Nouwen wordt bewonderd om zijn dynamiek en zijn werklust, maar critici menen dat hij te dominant is en te veel de publiciteit zoekt.

Hoofddirecteur Paul Nouwen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB woont in de Rotterdamse wijk Kralingen niet ver van zijn broer Laurent, een advocaat. Laurent onderhoudt zich graag met de tien jaar oudere Paul, maar pas laat op de avond is er ruimte voor zo'n onderonsje. “Voor een uur of elf, half twaalf spreken we elkaar nóóit, want dan is hij nog druk met zijn werk bezig. Paul is altijd doende voor de ANWB, soms tot middernacht toe. En dan heeft hij die dag toch al twee chauffeurs versleten”, zegt Laurent Nouwen.

De op 18 juli 1934 in Nijkerk geboren Paul Nouwen is een workaholic. Het woord rust komt niet in zijn vocabulaire voor, dat is zijn hele leven al zo. Collega's bij zijn vorige werkgever - Nouwen was van 1959 tot 1987 in dienst bij Nationale Nederlanden - bevestigen dat. Hij was iemand met een “tomeloze energie”, herinnert Frances Luns zich. Ze was secretaresse van Nouwen toen deze directielid van NN was. “Nouwen nam zelden tijd voor vakantie. Eindelijk ging hij eens een keer. Hè, hè, die is weg, dacht ik dan. Maar elke dag belde hij op, soms vanaf een hoge col in Frankrijk, om te horen of er nog iets bijzonders aan de hand was”, vertelt Luns.

Nouwen placht het weekeinde door te werken, weet ze nog. Elke maandagochtend stormde hij met een aantal dossiers binnen. Dan regende het opdrachten, voordat hij naar een vergadering rende. Als hij na een uur terugkeerde, was hij verbaasd dat die nog niet waren uitgevoerd. “Hij kon dan best onredelijk worden. Ik neem ontslag, dacht ik op zo'n moment wel eens. Met zo'n veeleisende baas, die bovendien chaotisch te werk gaat, wil ik niet verder. Maar vervolgens smolt je ter plekke, want hij was zo charmant. Het waren tropenjaren, maar Nouwen was een fantastische directeur. Ook door zijn gevoel voor humor”, aldus Luns.

In zijn studententijd te Leiden, waar hij Nederlands recht studeerde, bleef die laatste eigenschap niet onopgemerkt. “Je kon altijd met hem lachen”, zegt Floor Kist, in 1958 samen met Paul van Vliet oprichter van het Leids studentencabaret. “Nouwen was daar ook even bij, als intermezzo”, herinnert Kist, thans Grootmeester van het Huis van de Koningin, zich nog goed. Paul van Vliet prees in NRC Handelsblad van 20 augustus 1989 het verbale en mimische talent van Nouwen. “Hij was een kamerkomiek die in een groepje door zijn dwaze verhalen en zijn aanleg voor gekke bekkentrekkerij de mensen aan het lachen kon krijgen. Maar op het toneel gelden andere wetten. Daar kwam hij minder tot zijn recht.”

In die periode was Nouwen in zijn vrije tijd saxofonist, zanger, drummer èn een goed sportman: hij was zelfs een van de betere Nederlandse (amateur)jockeys. Jockeys moeten bij voorkeur klein zijn, maar Nouwen is lang. “Soms moest hij in een recordtijd gewicht verliezen”, zei Van Vliet. “Dan kroop hij in een soort hete trommel om tien kilo kwijt te raken en zag hij er daarna als een geest uit.” Laurent Nouwen weet nog dat zijn broer destijds 54 kilo woog, “ondanks zijn bijzondere lengte - Paul stak drie koppen boven de concurrentie uit”. “Hij trainde zich suf. Dat deed hij gewoonlijk op de fiets, hij was trouwens gek op wielrennen.”

Laurent Nouwen herinnert zich de start van de Tour de France van 1973, in Scheveningen, waar de hele familie woonde. Aan de vooravond van de proloog nam Paul vier Belgische Tourdeelnemers mee naar huis. Ze bleven slapen. “Hij was een gigantische bewonderaar van coureurs. Talloze keren is hij als quasi-bobo voor Nationale Nederlanden mee naar de Tour geweest.”

Tegen die achtergrond is het niet verwonderlijk dat Paul Nouwen - hij heeft tal van nevenfuncties - sinds enkele jaren voorzitter is van de stichting Profronde van Nederland. In die positie onderhoudt hij contacten met ex-wielrenner en bondscoach Gerrie Knetemann, die voor hem overigens een oude bekende is. Beiden zijn lid van wat 'De Kneet' omschrijft als “een illuster fietsgezelschap met de naam DOF - Door Oefening Flink”. “Ex-Philips topman Cor van der Klugt is erbij, de pianist Tonny Eyk, oud-directeur Wim Breukink van Gazelle en vele anderen. Wielrenners mogen er niet bij zijn, tenzij ze een wereldtitel op zak hebben of olympisch kampioen zijn geweest. In maart hadden we een fietsrit. Ik reed naast Paul, die er flink door zat. Samen zakten we af naar de staart van de groep en hij kwam weer wat op verhaal. Prompt demarreerde hij, hij wilde zich laten gelden. Even later stond hij tuurlijk brakend langs de kant van de weg. Maar zo'n aanval is toch tekenend voor iemands karakter. Hij is een ongeëvenaarde doordouwer.”

Vrienden, familie en (ex-)collega's beamen dat. Ze omschrijven Nouwen voorts als kundig, zeer intelligent, buitengewoon ambitieus en gevoelig. Broer Laurent over dat laatste: “Drie jaar geleden is zijn tien jaar jongere vrouw aan kanker overleden. Vijf jaar zat hij aan haar ziekbed. Elke week nog rijdt hij naar de begraafplaats, met achterin de auto spulletjes om het graf schoon te maken.” Paul Nouwen staat verder bekend als dominant en “verliefd op publiciteit”. Laurent: “Als de mensen de krant of de televisie zien, zullen ze denken: daar heb je die Nouwen weer. Maar hij doet dat niet voor zijn eigen glorie. Hij vindt dat hij in communicatie moet staan met het publiek en dan kun je niet anders dan de publiciteit zoeken.”

“Nouwen is een beetje een showman, maar op aangename wijze”, meent Harry van den Berg, ex-Tweede-Kamerlid (PvdA), thans directeur van Alcatel en voorzitter van de stichting Veilig Verkeer Nederland. “En een tikkeltje ijdel, maar daar is niks op tegen. Hij mocht dit jaar te paard mee in de stoet van Prinsjesdag, vertelde hij me onlangs. Hij beschreef dat als een hoogtepunt in zijn leven. Ik moest lachen om die naïviteit van die solistische, hartelijke en buitengewoon toegewijde man.”

Oud-directievoorzitter M. Fruitema van de Nationale Verzekeringsmij werkte bij de fusie die tot Nationale Nederlanden leidde veel samen met Nouwen. Fruitema vindt Nouwen “heel bevattelijk voor publiciteit”. “Hij staat te veel in het Stan Huygens-journaal van De Telegraaf. Daarin verschijnen altijd dezelfde figuren, maar de echte grote zakenlui zie je op die pagina niet.” Fruitema haast zich te melden dat Nouwen “bijzonder slim” is. “En hij was bij NN een keiharde werker. Belangrijk was, dat hij zijn dossiers kende. Veel topmensen in de zakenwereld lullen mee, zonder de dossiers te hebben bestudeerd. Nouwen was het trouwens opmerkelijk vaak oneens met anderen, maar als de beslissing was genomen legde hij zich daar bij neer. Dan was hij linientreu. Nee, hij was geen drammer.”

Fruitema zegt dat Nouwen de presidentiële functie bij Nationale Nederlanden ambieerde, maar dat hij begreep dat hij daarvoor tekort kwam. “Iedereen zou graag aan de absolute top willen komen van NN, het grootste verzekeringsconcern van het land. Hij zou zijn gebleven als hij kansen zag. Maar hij vertrok naar de ANWB, in een eervolle positie overigens. Misschien wilde hij na bijna dertig jaar ook eens heel wat anders.”

In zijn werkkamer aan de Wassenaarseweg zegt Nouwen dat de ANWB voor hem “een grote uitdaging” was. Hij herinnert eraan dat de organisatie er bij zijn komst slecht voor stond: ze had een geaccumuleerd verlies van 30 miljoen gulden in twee jaar. “Thans is de omzet een miljard gulden en is de ANWB met zijn 3.000 werknemers financieel gezond. Om te overleven moet de ANWB in de plus zitten, maar winst maken is niet ons doel. We hebben vier doelen: opkomen voor verkeer, vervoer, recreatie en toerisme. Daarvoor gaan we naar het Binnenhof. Om te pleiten voor een goed mobiliteitsplan, zodat de Randstad over tien jaar nog leefbaar is.” Nouwen veert op uit zijn stoel: “De ANWB is beledigd als ze een autolobbyist wordt genoemd. De vrijheid om een auto te hebben moet er zijn, maar waar mogelijk moet het autogebruik worden beperkt”, zegt Nouwen, die zelf 120.000 kilometer per jaar rijdt. “Autorijden is niet mijn hobby, de auto is voor mij een rijdende werkkamer.”

Een bestuurder uit kringen van de milieubescherming, die anoniem wil blijven, meent dat Nouwen binnen de ANWB “een ommezwaai” heeft gemaakt: “Nouwen voelde zich vroeger ernstig beledigd als iemand tegen hem zei: u bent toch die man van de Algemene Nederlandse Wielrijders Bond? In zijn beginjaren bij de ANWB was hij de belichaming van de consumentenbond van autorijdend Nederland. Er is een stickeractie geweest tegen verhoging van de accijns op benzine, die de ANWB onder zijn leiding steunde. De laatste jaren is Nouwen een stuk opgeschoven, heeft hij een bredere kijk gekregen. De ANWB vormt met Natuurmonumenten en de federatie van land- en tuinbouwers LTO zelfs een coalitie om de hogesnelheidslijn uit het Groene Hart te houden.”

De ANWB is in de ogen van de milieubeschermer politiek “een steeds belangrijkere factor”. “Het is de grootste vereniging van Nederland. Onder invloed van Nouwen heeft ze veel meer oog voor natuur en milieu. Nouwen is machtig, ook omdat hij actief is in de VVD. Hij kan goed omgaan met partijgenoten als Winsemius van Natuurmonumenten en Nijpels van het Wereldnatuurfonds. Het had mij niet verbaasd wanneer hij in dit kabinet minister van Verkeer en Waterstaat was geworden. Maar ja, die post hadden ze mevrouw Jorritsma al beloofd.”

Ook voor Frans Evers, hoofddirecteur van Natuurmonumenten (80.000 leden) en vooramlig directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst, is Nouwen een man van steeds meer importantie. “Hij zet zich in voor de zaak waarvoor hij staat, met een aanstekelijk enthousiasme. In de periode-Nouwen is er geen sprake meer van gewapende vrede tussen natuurbeschermers en ANWB. Onder hem is de ANWB van een pure mobiliteitenclub veranderd in een vereniging die mobiliteit plaatst in het kader van leefbaarheid. Kijk naar haar standpunt betreffende de HSL. En ijvert de ANWB er niet voor dat de Posbank per auto minder goed bereikbaar wordt, om het milieu te sparen? Van mij mag Nouwen blijven”, oordeelt Evers.

Mevrouw Leemhuis-Stout, commissaris van de koningin in Zuid-Holland, sluit zich graag bij die woorden aan. Als voorzitter van de Bondsraad, de Raad van Commissarissen en de Raad van Toezicht van de ANWB heeft ze veel contact met Nouwen. Ze bewondert zijn enthousiasme, dynamiek, betrokkenheid en spreektalent. “Als Nouwen in een bijeenkomst over iemand praat, is het net of die persoon ook aan tafel zit.” Ze zegt onder de indruk te zijn van Nouwens terughoudendheid. “Hij roept altijd dat hij zijn werk bij de ANWB niet alleen doet, maar samen met anderen. Sinds zijn komst is er een flinke opleving binnen de ANWB. Of de organisatie er zonder hem financieel zo gezond uit zou zien als nu, betwijfel ik zeer.”

    • Guido de Vries