JOHN CALE

John Cale: Walking On Locusts (Hannibal/Munich HNCD 1395), The Island Years (Island 314 524 235)

Het valt niet mee voor een levende legende om tegen het verleden op te boksen. Juist nu John Cale met Walking On Locusts voor het eerst in jaren een toegankelijk liedjesalbum uitbrengt, komt zijn oude platenmaatschappij met een heruitgave van drie van zijn beste platen. De dubbel-cd The Island Years omvat alles wat de naar New York geëmigreerde Welshman in 1974 en '75 tijdens een verblijf in Londen opnam met gastmuzikanten als Brian Eno en Phil Manzanera van Roxy Music. Engeland was in de ban van de glitterrock en hoewel hij door zijn Velvet Underground-verleden toen al beschouwd werd als een vedette, kon Cale er in betrekkelijke anonimiteit werken aan muziek die in velerlei opzicht een voorbode was van de punk.

Als klassiek geschoold muzikant uit de klas van Terry Riley dacht John Cale in termen van clusters en hoogdravende accoordprogressies. Omringd door rockmuzikanten liet hij de pretenties varen en onderzocht hij op Fear en Slow Dazzle de schoonheid en de waanzin van de rock'n'roll. Zijn vertolking van Elvis Presley's Heartbreak Hotel behoort nog altijd tot tot de meest angstaanjagende momenten uit de pophistorie en met getergde rocksongs als Guts en Fear is a man's best friend kon Cale tippen aan het beste solowerk van zijn vroegere collega Lou Reed.

In Leaving it up to you, dat indertijd na de eerste persing van de elpee Helen Of Troy werd verwijderd omdat het té gewelddadig en controversieel was, klinkt Cale alsof hij door de duivel op de hielen wordt gezeten. Daarbij vergeleken is het nieuwe Walking On Locusts een vriendelijke popplaat die zo nu en dan, in het intrigerende Crazy Egypt bijvoorbeeld, Cale's oude brille en gekte in herinnering roept. Op de verpakking grimast hij als een brutale schooljongen, dus misschien laat de 55-jarige legende bij zijn komende concerten in rockband-bezetting iets van zijn oude streken zien.