Extravagante Afrikaanse 'keizer'; Jean-Bédel Bokassa (1921-1996)

BANGUI, 4 NOV. 'Apostel Jean-Bédel Bokassa'. Zo liet de voormalige 'keizer' van de Centraalafrikaanse Republiek die gisteren in de hoofdstad van zijn land, Bangui, overleed ten gevolge van een hartaanval, zich aan het einde van zijn leven noemen. Hij leefde toen, na een lange periode van ballingschap en gevangenschap, teruggetrokken in Bangui en hield zich voornamelijk met mystiek bezig.

Van de 'oude' extravagante Bokassa, die het land van 1965 tot 1979 bestuurde en een groot liefhebber was van geld, geweld, en vrouwen, was weinig meer over.

Extravagantie, dat was de reputatie die de de zelfgekroonde 'keizer' van het straatarme Middenafrikaanse land zich tijdens zijn heerschappij verwierf. Excessieve rijkdom, buitensporig geweld, een maniakale honger naar geld - al deze beschuldigingen zijn vroeg of laat aan het adres van de 'keizer' geuit. Jean-Bédel Bokassa werd op 22 februari 1921 geboren in Bobangui in de Centraalafrikaanse Republiek. Op zesjarige leeftijd werd hij wees, waarna katholieke missionarissen zich over hem ontfermden. Op achttienjarige leeftijd ging Bokassa in het Franse leger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij in Europa. Daarna streed hij voor de Fransen in Indochina en Algerije.

In 1964 werd hij chef-staf van het leger van de Centraalafrikaanse Republiek. Een jaar later zette hij de regering van het land aan de kant en greep de macht. In 1972 liet hij zich benoemen tot president voor het leven. Vier jaar later maakte hij zijn land tot een monarchie en kroonde zichzelf, juist als zijn grote voorbeeld Napoleon, tot keizer. De kroningsceremonie kostte meer dan de totale jaarlijkse Franse ontwikkelingshulp aan het gebied en een derde van de begroting van de Centraalafrikaanse Republiek samen. In Parijs schafte hij zich ter gelegenheid van de kroning een gouden bed aan ter waarde van 16 miljoen gulden.

Tijdens zijn bewind liet Bokassa zich vereren door zijn onderdanen. Voor vrienden was de keizer ruimhartig. Zo schonk hij de Franse president Giscard d'Estaing een grote hoeveelheid diamanten. De Franse publieke opinie reageerde geschokt toen bleek dat de president het geschenk inderdaad had aangenomen.

Befaamd was Bokassa's grote enthousiasme voor vrouwen. Hij ging er prat om meer dan 17 vrouwen gehuwd te hebben en maakte in 1985 trots de geboorte van zijn vijfenvijftigste kind bekend. In 1970 stuurde hij een speciale missie naar Vietnam om op zoek te gaan naar een meisje, Martine, met wie hij tijdens zijn verblijf in Vietnam een liaison had gehad.

Bokassa's kinderliefde kende echter ook zijn grenzen. In 1979 onthulde de mensenrechtenorganisatie Amnesty International dat de keizer zelf betrokken was bij een slachtpartij onder schoolkinderen in de hoofdstad, Bangui. Ten minste honderd kinderen werden op gruwelijke wijze vermoord nadat ze hadden geklaagd over de gedwongen aanschaf van schooluniformen bij een fabriek van Bokassa. Datzelfde jaar werd hij tijdens een bezoek aan Libië afgezet door het Franse militaire contingent in de Centraalafrikaanse Republiek.

Pas toen werd duidelijk wat voor een hel Bokassa van zijn land had gemaakt. Politieke tegenstanders voerde hij aan de krokodillen of at ze - aldus beschuldigingen van de oppositie, door Bokassa zelf overigens steeds ontkend - zelf op. Volgens sommige getuigen schiep de keizer er zelfs een groot behagen in om de stoffelijke resten van zijn opponenten als 'rosbief' aan hoge buitenlandse gasten op te dienen.

In 1987 keerde Bokassa na een lange periode terug naar zijn land. Hij hoopte daar als een held ontvangen te worden maar in plaats daarvan stopten de machthebbers hem na een lang proces in de gevangenis. In 1993 kreeg hij gratie, waarna hij een teruggetrokken leven leidde in Bangui.

    • Bernard Bouwman