Ex-communisten krijgen de rekening

In Roemenië worden de stemmen nog geteld en zijn de uitslagen nog onvolledig. Hoe het parlement van Roemenië eruit gaat zien staat dus nog niet vast en wie er president wordt, moet zelfs nog in een tweede ronde worden beslist, op 17 november. Maar op basis van de voorlopige uitslagen in Roemenië en op basis van de definitieve uitslag van de Bulgaarse presidentsverkiezingen is één conclusie al duidelijk gewettigd: de Roemenen en de Bulgaren hebben gisteren massaal voor de verandering gestemd.

In beide landen, hoe onvergelijkbaar ook, hebben gisteren de regerende ex- (of nog-)communisten de rekening betaald voor hun gebrek aan daadkracht op velerlei gebied: voor hun onwil ten aanzien van economische hervormingen (met name de privatisering), voor hun onvermogen de corruptie in de hand te houden en de criminaliteit te bestrijden, voor hun onvermogen ook de economische crisis te verhelpen en de daling van de levensstandaard een halt toe te roepen. Op het gebied van de transformatie naar een vrije markt-economie zijn Roemenië en Bulgarije in Oost-Europa hekkesluiters. Dat is in hoge mate - vooral in Roemenië - de schuld van de ex-communisten. En daarvoor zijn ze gisteren bestraft.

De nederlaag van de ex-communisten - de Bulgaarse Socialistische Partij BSP in Bulgarije en de sociaal-democratische PDSR in Roemenië - is des te opzienbarender omdat hun uitdagers niet indrukwekkend zijn. De volgende Bulgaarse president heet Petar Stojanov, een tot voor kort in brede kring tamelijk onbekende jurist zonder charisma, een van de leiders van de oppositionele paraplu-organisatie, de SDS, die zich de afgelopen jaren - of ze nu regeerde of oppositie voerde, bepaald niet heeft onderscheiden door een coherent, constructief beleid. Met andere woorden: de presidentsverkiezingen in Bulgarije zijn niet zozeer een zege voor de oppositie als wel een dramatische motie van wantrouwen tegen de BSP.

Dat geldt ook voor Roemenië. Daar moet president Ion Iliescu het over twee weken in een tweede ronde opnemen tegen zijn uitdager Emil Constantinescu, leider van de oppositionele Democratische Conventie (CDR). Iliescu is een vaderfiguur waarin veel Roemenen bijna blindelings vertrouwen hebben. Constantinescu, professor in de geologie, is eerlijk en integer en heeft schonme handen, maar hij is, anders dan Iliescu, ook een typische intellectueel, zonder een greintje charisma - een man die het onder normale omstandigheden in de Roemeense politiek nooit zou redden. Toch kreeg hij gisteren rond meer dan een kwart van de stemmen. En omdat op 17 november naar alle waarschijnlijkheid de aanhang van de gisteren uitgeschakelde Petre Roman en György Frunda op hem zal stemmen, is hij zelfs favoriet in de tweede ronde. Aangezien zijn CDR gisteren de regerende PDSR van Iliescu al bij de parlementsverkiezingen versloeg, wacht Roemenië straks hoe dan ook de eerste geweldloze en democratische machtswisseling sinds 1928. En net als in Bulgarije hier moet die stemming worden gezien als eerder een nederlaag voor de regerende ex-communisten dan als een blijk van groot vertrouwen in de democratische oppositie.

In Bulgarije moet de werkelijke machtswisseling nog komen. Daar stond gisteren immers alleen het presidentschap op het spel. En de Bulgaarse president heeft maar weinig bevoegdheden: hoe beperkt zijn concrete macht is, heeft de afgelopen jaren de zittende president Zjeljoe Zjelev moeten ondervinden, in zijn voortdurende en steeds wanhopiger maar altijd vergeefse pogingen het wanbeleid van de BSP-regering te veranderen. Formeel gezien kan die regering, die wordt geleid door Zjan Videnov en die verantwoordelijk is voor de dramatische economische crisis van dit jaar, gewoon blijven zitten als in januari Zjelev door Stojanov wordt opgevolgd.

Maar de omvang van de zege van Stojanov van gisteren - bijna twee van elke drie Bulgaren stemde op hem - is tegelijkertijd het doodvonnis voor de regering-Videnov. Het beleid van het voormalige paradepaardje van de Bulgaarse ex-communisten is zelfs in eigen kring zo omstreden, dat Stojanovs rivaal, BSP-kandidaat Ivan Marazov, vorige week al publiekelijk afstand nam van de regering waarin hij zelf minister van Cultuur is, in een laatste poging het electorale tij te keren. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, zo erkende Marazov, hadden één miljoen socialistische kiezers het laten afweten: ze waren thuis gebleven of hadden op de oppositie gestemd. “Hun boycot is een teken van protest tegen de onwil van de regering om u de waarheid te zeggen over de economische situatie in het land”, zei hij: een goede illustratie van het morele failliet van de regering-Videnov.

Videnov kan - zoals hij gisteren deed - nog doen alsof hij zijn huid met “belangrijke, radicale en misschien pijnlijke beslissingen” en wat wijzigingen in de samenstelling van zijn regering kan redden. Alle signalen uit de BSP duiden erop dat hem dat niet gaat lukken. Binnen de BSP is de roep om een coalitie van (delen van) de partij met de opposionele SDS zo sterk dat er binnen afzienbare tijd een wisseling van de wacht komt.

In Roemenië heeft die wisseling van de wacht zich - ongeacht de vraag of Iliescu dan wel Constantinescu op 17 november de presidentsverkiezingen wint - gisteren al voltrokken. De PDSR van Iliescu heeft zeven jaar (aanvankelijk als Front van Nationale Redding) geregeerd, lange tijd in een coalitie met diverse ultra-nationalistische partijen. Ze had daarbij geen kind aan de oppositie: die heeft zich al die jaren beperkt tot boos roepen dat de regering niet deugt en tot oppositie omwille van de oppositie. Roemenië is een land met een gebrekkige politieke cultuur, en zeven jaar lang is de CDR - onderling verdeeld ook nog - uitgegaan van de stelregel dat in een democratie de regering regeert en de rol van de oppositie bestaat uit het praten over (en niet het bedrijven van) politiek.

Dat wordt nu anders. Nog is onduidelijk of de CDR en Petre Romans USD samen een meerderheid in het nieuwe Roemeense parlement krijgen. Zij gaan samen regeren, al dan niet met (gedoog)steun van de partij van de Hongaarse minderheid, die een zeer interessante sleutelfunctie krijgt als de meerderheid van de CDR en de USD niet absoluut is. De alleenheerschappij van de ex-communisten is hoe dan ook voorbij.

Toen Constantinescu het programma van de CDR ontvouwde beloofde hij snelle resultaten: “Als de CDR aan de macht komt, zal ze het land binnen tweehonderd dagen veranderen. Als we binnen tweehonderd dagen onze beloften niet waarmaken, zullen we aftreden.” De vraag is nu of de CDR in staat is Roemenië uit de crisis te trekken en de al te langzame transformatie naar een vrije-markteconomie te versnellen. Aan de andere kant: langzamer dan onder de PDSR gaat het niet.

    • Peter Michielsen