Een rampzalige zege

SLOBODAN MILOSEVIC HEEFT weer gewonnen. De man wiens beleid sinds zijn aantreden in 1987 heeft geleid tot de desintegratie van het oude Joegoslavië en tot verwoestende oorlogen in Kroatië en Bosnië, de man wiens beleid zijn eigen Servië en Montenegro economisch en sociaal aan de rand van de afgrond heeft gebracht, heeft in de gisteren gehouden verkiezingen opnieuw een overwinning geboekt.

Volgens de nog zeer voorlopige uitslagen heeft Slobodan Milosevic' regeringscoalitie de democratische oppositie verpletterd en een absolute meerderheid in het federale parlement behaald.

Het mag een raadsel heten: bezien over een periode van negen jaar heeft de Servische leider op elk gebied gefaald. Zijn eerste belofte om Servië tot primus inter pares binnen de oude federatie te maken liep op een fiasco uit: de federatie explodeerde door het weglopen van Kroatië en Slovenië. Zijn tweede belofte, om Servië tot leider van rest-Joegoslavië te maken, mislukte eveneens: ook Bosnië en Macedonië liepen weg. Zij derde belofte - alle Serviërs in één land - liep eveneens op een fiasco uit: twee oorlogen werden verloren, in Kroatië en Bosnië werden tienduizenden Serviërs gedood en honderdduizenden raakten er ontheemd.

Servië heeft bovendien een hyperinflatie achter de rug die miljoenen hun laatste spaargeld kostte. De economie is een rampgebied en 95 procent van de bevolking leeft onder de armoede- of zelfs de bestaansgrens. De Servische samenleving wordt gedomineerd door mafia-achtige structuren en de middenklasse heeft het loodje gelegd.

EN TOCH KRIJGT de Servische leider, zonder zelfs maar serieus campagne te hebben gevoerd, een absolute meerderheid in het parlement. Hij blijft aan de macht, kan volgend jaar zonder moeite president van Joegoslavië worden en kan ook zijn critici in binnen- en buitenland erop wijzen dat hij voor de zoveelste keer een 'democratisch mandaat' heeft gekregen.

Voor een deel is die gang van zaken te wijten aan onbegrensde manipulatie: anders dan gisteren bij de gang naar de stembus is gesuggereerd, is Joegoslavië (Servië en Montenegro) geen democratie. Milosevic heeft vrijwel alle onafhankelijke en/of kritische media de nek omgedraaid; de staatsmedia bevinden zich al sinds 1987 in zijn hand. De weinige kritische bladen die er nog zijn worden buiten Belgrado niet gelezen: de Servische plattelander is te arm om een krant te kopen en wordt uitsluitend geïnformeerd door de staatstelevisie van Milosevic. Milosevic beheerst niet alleen de regering, de partij en de media, waaruit elke criticus is weggezuiverd, hij beheerst ook de politie, hij beheerst het leger, hij beheerst voor alles de nog nauwelijks geprivatiseerde economie: de hele economische nomenklatoera is lid van Milosevic' socialistische SDS of de communistische partij JUL van zijn vrouw.

DAAR KOMT BIJ dat de oppositie buitengewoon zwak is. De drie democratische oppositiepartijen worden al negen jaar geleid door dezelfde mensen, die elke paar jaar een nieuwe koers inslaan - nu eens democratisch, dan weer extreem-nationalistisch - maar die al die jaren geen schijn van kans hebben gemaakt tegen de almachtige Milosevic.

Weinig leiders zijn erin geslaagd hun land in zo korte tijd zo diep te laten vallen. Joegoslavië is de paria van Europa, een economische ruïne, waarvan de inwoners verpauperd en gedeprimeerd zijn. En toch heeft waarschijnlijk meer dan de helft van de Servische kiezers gisteren opnieuw op Slobodan Milosevic gestemd. Democratie is meer dan de stembus: democratie is ook een vrije pers, een vrije en volwassen oppositie, een vrije economie, een vorm van controle op de talrijke manipulaties achter de schermen waarin Milosevic uitblinkt. Democratie is ook een minimum aan politieke cultuur. Dat alles ontbreekt in Servië.