De angst van de programmamaker

Bij tv-programmamakers - ook bij de betere - zie je soms zo'n preoccupatie met de vorm dat de inhoud erdoor overwoekerd dreigt te worden. Daarvan waren gisteren twee interessante voorbeelden te zien: het interview van Fons de Poel met Shimon Peres in Netwerk en het nieuwe, informatieve magazine De wereld volgens Dummer van de VPRO.

Hoe krijg je een van nature gereserveerde politicus als Peres aan de praat? Daar moet De Poel zich hevig het hoofd over hebben gebroken. Hij koos ten slotte voor de setting van een tv-studio in Israel. Het zag er allemaal perfect uit, aan alle moderne snufjes was gedacht, tot en met een monitor waarop Peres zijn verrichtingen in het verleden kon zien. Maar het resultaat? Nauwelijks één citabel antwoord.

Er ontstond geen moment iets dat op een gesprek leek. De Poel las zijn vraag op, Peres antwoordde nietszeggend in twee, drie zinnen, De Poel ging over op zijn volgende vraag, of vroeg aandacht voor een filmpje. Die filmpjes zijn de pest aan het worden van het moderne tv-interview. Te vergelijken met de 'plaatjes' waarmee op de radio steeds interviews worden onderbroken. Het gesprek met Peres werd er zeker een keer of vijf voor opgehouden.

Ik vermoed dat het allemaal te maken heeft met de angst van de programmamaker voor de verveling bij de kijker. De informatie moet in kleine doses worden toegediend, anders zapt de kijker weg. Het lijkt me een misverstand, zeker als het om serieuze, informatieve programma's gaat. De kijkers van dergelijke programma's zijn heus wel in staat zich twintig minuten, zonder onderbreking, op één onderwerp te concentreren.

De makers van VPRO's magazine De wereld volgens Dummer leken me ten prooi gevallen aan een ander type angst: die voor de conventionele actualiteitenrubriek. Dáárop mocht 'Dummer' vooral niet lijken. Er was gekozen voor een nogal arty vormgeving die de nadruk legde op het journalistieke proces zélf: we zagen de redactie brainstormen, bellen, aan een grote tafel praten met een gast.

Dat is minder onconventioneel dan het lijkt. Ik herinner me van jaren geleden actualiteitenrubrieken, waarin achter de brede rug van bijvoorbeeld Wibo van de Linde redacteuren opgewonden heen en weer liepen en driftig zaten te bellen en te schrijven - in de meeste gevallen natuurlijk aan declaratieformulieren waarmee ze Wibo kort na de opname zouden proberen te tillen. De suggestie was onveranderlijk: kijk ons eens even de vinger aan de pols van de tijd houden.

'Dummer' viel verder op door een verpletterend aantal overgangen: zeker een stuk of vijftien in een programma van een uur. Overgangen naar een volgende onderwerp of naar een eerder onderwerp dat nog niet afgesloten bleek. Zo werden de items over een herstellende aidspatient en over Hofland in de Verenigde Staten enkele malen hernomen. Interessante onderwerpen, daar niet van, maar zouden ze eronder geleden hebben als ze aaneengesloten waren uitgezonden?

Het maakte deze eerste aflevering van 'Dummer' onnodig onrustig en rommelig. Er zaten gesprekken in die nauwelijks verder kwamen dan een aanzet. Waarom prof. Blom van het RIOD met veel bombarie aan de tafel genood als je hem maar twintig seconden aan het woord laat? Waarom David Owen niet langer aan de tand gevoeld toen hem het boek over Srebrenica werd aangeboden? Viel het soms tegen wat ze te melden hadden? Waarom het dan überhaupt uitgezonden? (In het geval van Blom kan ik het me trouwens nauwelijks voorstellen, want in Buitenhof had hij 's middags enkele behartigenswaardige dingen gezegd.)

Soberheid is het effectiefst, ook op de tv. Als 'Dummer' wat meer die kant opgaat, kan het een belangwekkend programma worden, want er zit een goede redactie achter met veel journalistieke intuïtie. De manier waarop men het gehannes rond Srebrenica als een soort leitmotiv door het hele programma had verweven, was knap.

Het was ook nuttig om de kijker op de hoogte te brengen van de weigeringen van Voorhoeve en de Nederlandse VN-ambassadeur voor de camera te verschijnen: ze zijn typerend voor de paniekerige taboesfeer rond dit onderwerp. De Amerikaanse VN-ambassadeur wist niet hoe snel hij een interview met Hofland moest beëindigen. “De journalist ging wel, maar de cameraman is een pitbull”, klaagde hij na afloop toen hij buiten het bereik van de microfoon dacht te zijn.

Het waren de betere momenten uit een programma dat zijn definitieve vorm nog moet vinden.

    • Frits Abrahams