Caritas geeft 'moderne arme' te eten

De meeste parochies van de katholieke kerken in Nederland hebben een caritas-instelling, die de armen te hulp komt.

UTRECHT, 4 NOV. Laatst werd C. van Bennekom gebeld door een weduwnaar. Zijn twee zoons hadden nieuwe schoenen nodig, maar dat kon hij niet betalen. Van Bennekom is naar zijn huis gegaan en heeft hem geld voor schoenen gegeven. “Een week later stuurde hij de bonnetjes op, om te laten zien dat hij niets anders met het geld had gedaan.”

Van Bennekom is voorzitter van de caritas-instelling van de parochie H. Johannes de Doper/H. Bernardus die de Utrechtse wijken Hoograven, Lunetten en Tolsteeg bestrijkt. De Parochiële Caritas Instelling is voortgekomen uit de oude armenbesturen van de kerken. De meeste parochies in Nederland hebben een caritas-instelling. Als een pastor of een contactpersoon denkt dat iemand dringend financiële steun nodig heeft, wordt caritas ingeschakeld. Iemand uit het bestuur gaat dan ter plaatse kijken.

Veel geld hebben ze niet, aldus Van Bennekom. “We hebben 20.000 gulden per jaar te vergeven, maar het dubbele zou ook opgaan.” Structurele hulp kan caritas niet leveren. “We bieden geld voor de eerste levensbehoeften”, aldus Van Bennekom. Zo worden er boodschappen gedaan voor mensen die geen geld meer hebben of betaalt caritas de reparatie van een wasmachine.

De mensen die een beroep doen op caritas omschrijft Van Bennekom als 'de moderne armen'. “Ik noem het de Vierde Wereld Armoede.” Hij doelt op bijstandsmoeders, bejaarden en arbeidsongeschikten. “Ik doe dit werk al tien jaar en geloof me, de armoede is toegenomen. De uitkeringen zijn te veel gekort en dit gaat ten koste van de mensen die net tussen alle regelingen in vallen”, aldus de caritas-voorzitter.

Uit de nota 'Arm Nederland' blijkt dat zeven tot negen procent van de bevolking met armoede te kampen heeft. De kwetsbaarste groepen zijn ouderen met alleen AOW, langdurig werklozen, bijstandsmoeders, minima met kinderen, gehandicapten en chronisch zieken. Zij moeten vaak lang van een laag inkomen rond komen, zonder dat er uitzicht is op verbetering van hun situatie.

Sinds bisschop Muskens verkondigde dat een arme met honger een brood zou mogen stelen, is de armoede in het nieuws. Van Bennekom vindt dat veel te laat. Hij beweert dat caritas de overheid regelmatig heeft benaderd, maar dat daar nooit iets mee is gedaan. “We moeten niet praten over het stelen van een brood, maar het is duidelijk dat de mensen een brood moeten krijgen als ze honger hebben.”

Volgens pastor T. van der Zant, werkzaam in dezelfde parochie als Van Bennekom, is er niet alleen sprake van financiële armoede in hun wijk. “Het isolement, dat is de grootste armoede.” Voor oudere bewoners die geen geld hebben om er eens op uit te gaan zijn er 'autodiensten'. Bewoners rijden bejaarden naar de bejaardensoos of naar het kerkcentrum. Volgens de pastor is er geen geld voor financiële hulp. “Kerken kunnen slechts pleisters plakken. We proberen betrokken te zijn en problemen te signaleren. De parochie is het oor en oog van de wijk.”

Hetzelfde streven heeft de H. Nicolaas/H. Monica-parochie in de oude arbeidersbuurt vlakbij de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Pastor P. van Kessel: “We proberen de mensen te mobiliseren om iets aan hun problemen te doen. De arme bewoners hier hebben het gevoel dat ze toch niet meetellen, dat ze geen stem hebben.” Zo is er op initiatief van de bewoners een verkeersplan ingediend en is er een speel-o-theek opgericht waar allochtone moeders, die vaak in een isolement verkeren, in contact komen met autochtone moeders.

Ook deze parochie heeft weinig financiële middelen, aangezien ze draait op giften van de niet al te draagkrachtige leden. “Maar al hadden we miljoenen, de structurele armoede los je daarmee niet op”, zegt teamlid L. Huet. Zij bezoekt de bewoners thuis en probeert door gesprekken en praktische hulp de armlastigen te helpen.

Huet komt vooral bij ouderen over de vloer. “Onlangs was ik bij een vrouw van 83 jaar. Zij heeft een hulp van de thuiszorg, maar de eerste had bij haar gestolen en de tweede kwam niet opdagen wegens ziekte. Stond ze zelf met moeite de vloer te dweilen.” Huet heeft het snel van haar overgenomen. “Zulke ouderen zijn vaak hun zeggenschap kwijt, en dat is schrijnend”, meent Huet.

Die zeggenschap proberen de medewerkers van de parochie terug te geven. Pastor Van Kessel: “Wij zijn niet in directe zin hulpverlenend, we schuiven geen brood onder de deur door. Maar we proberen mensen het gevoel te geven dat ze hun eigen brood kunnen verdienen.”