Beroepsgoederenvervoer vecht om jonge chauffeurs

Lange dagen, hoge werkdruk - het vak van vrachtwagenchauffeur wordt er niet populairder op, terwijl de vraag naar chauffeurs juist toeneemt. Wanneer deze tendens aanhoudt, dreigt een substantieel tekort aan chauffeurs.

BREDA, 4 NOV. Het is ruim voor zessen wanneer een doorsnee werkdag van beroepschauffeur Ron van Meteren begint. Op de wegen is het rustig. De eerste uren van de dag zijn ze het domein van Van Meteren en zijn collega's. Voor veel chauffeurs is het van het grootste belang vroeg te beginnen. Om files te vermijden, en omdat veel anderen pas aan het werk kunnen als de chauffeur zijn vrachtje heeft afgeleverd.

Het is ijskoud in de cabine. “Als je de verwarming aanzet, slaap je binnen vijf minuten”, grijnst Van Meteren. Op een bedrijfsterrein in Alblasserdam wordt intussen, in het pikdonker, een paar ton slakken (afval van ijzererts) in zijn laadbak gekiept.

Met veel lawaai; een dot watten behoort tot de standaarduitrusting van Van Meteren. Na een paar keer storten klimt hij uit de cabine en kijkt of de lading goed ligt en hoeveel er geladen is.

Overbelading is een bekend probleem in deze bedrijfstak. Hoe meer in een keer wordt meegenomen, hoe minder ritten nodig zijn. Dat scheelt geld. Van Meteren: “Als alle anderen het doen, ben je haast gedwongen het ook te doen. Anders prijs je jezelf uit de markt.” Hij houdt de lading scherp in de gaten. Overbeladen rijden is gevaarlijk en kan een fikse bekeuring opleveren. “De politie haalt ze er zó uit, hoor. Die ziet het onmiddellijk aan de 'wangetjes' van de banden.” Een andere bekende overtreding in de bedrijfstak is het geknoei met snelheidsbegrenzers, zodat chauffeurs harder kunnen rijden dan toegestaan.

Werken als chauffeur in het beroepsgoederenvervoer is zwaar en de werkdruk is groot. Bij de ritten die Van Meteren nu maakt valt de lichamelijke inspanning mee, hoewel het geen lolletje is om vier keer per dag op en neer te rijden tussen Alblasserdam en Dordrecht in een hobbelende, lawaaiige truck. Chauffeurs van Van Gend & Loos bijvoorbeeld moeten wel tachtig keer op een dag de auto uit om vrachtjes af te leveren.

Aan chauffeurs worden tegenwoordig hogere eisen gesteld dan vroeger, toen het bezit van het groot rijbewijs volstond.

Nu moeten ze goed met klanten overweg kunnen, zij moeten het directe onderhoud aan hun wagen zelf uitvoeren, ze moeten over speciale certificaten beschikken, bijvoorbeeld als ze gevaarlijke stoffen vervoeren.

“De meeste chauffeurs halen de VUT niet”, weet J. Mostard, directeur van de Gemeenschappelijke Personeelsdienst Wegvervoer (GPdW), waar Van Meteren in vaste dienst is. Het vak is zwaar. De werkdagen zijn lang, zegt Mostard, gemiddeld zo'n dertien uur per dag. “Soms ga je maar twee of drie uur plat”, vertelt Van Meteren “zeker op de buitenlandse ritten.”

Het aantal chauffeurs dat voortijdig het beroep verlaat is dan ook groot. In 1995 stapten 3246 chauffeurs uit het vak voordat ze de VUT-leeftijd of hun pensioen bereikten. Dat is 3,6 procent op een totaal van circa 90.000. Volgens de Vakopleiding Transport en Logistiek haalde vorig jaar slechts 2,7 procent VUT of pensioen.

Met de aanhoudende groei van het wegvervoer neemt ook de behoefte aan chauffeurs toe. Vorig jaar vonden bijna 8.000 mensen een baan als chauffeur. Maar het wordt steeds moeilijker voldoende nieuwe chauffeurs te vinden, constateert de GPdW. Het aantal jongeren tussen 18 en 27 jaar, onder wie de branche vanouds de meeste chauffeurs recruteert, blijft tot ver na de eeuwwisseling stabiel. “Er wordt om deze groep gevochten”, zegt Mostard. “Onze branche zal er dan ook alles aan moeten doen om deze jongeren in te lijven.”

De GPdW gebruikt opleidingscentra voor opleiding tot en bijscholing van beroepschauffeurs. Via leerlingstelsel, arbeidsbureaus en particuliere rijscholen stromen leerlingen in. Het arbeidsarsenaal van de toekomst, vrouwen en allochtonen, voelt zich echter niet aangetrokken tot het chauffeursvak. Mostard wijt dat aan de zwaarte van het beroep. Bovendien, weet hij, hebben vrouwen bezwaar tegen de lange werkdagen. En onder allochtonen - met name Antillianen en Surinamers - heeft dit vak weinig aanzien.

Om in tijdelijke behoefte aan chauffeurs te voorzien exploiteert de GPdW ook een eigen uitzendbureau. Ellen Broos, werkzaam op de vestiging in Roosendaal, onderkent de onaangename kanten van het chauffeursvak: “Het is eigenlijk een heel asociaal beroep. Letterlijk dan. Sporten, hobby's, verjaardagen - je kan het allemaal vergeten. Je kan geen afspraak maken.”

Van Meteren bevestigt dit volmondig: “Echte vrienden heb je niet, het zijn allemaal kennissen geworden.”

Toch zijn er nog vele honderden jonge mannen die jaarlijks voor de verleidingen van het vak zwichten. Dirk van Leeuwen van de vakopleiding: “Zij willen huisje, boompje, beestje. In dit vak maak je lange dagen, dus verdien je ook veel.” Op langere termijn komt de ontnuchtering: “Als ze eenmaal alles hebben, komen ze erachter dat ze geen tijd hebben om ervan te genieten.”

Een enkeling, zoals Van Meteren, kiest voor het vak en geeft zijn huwelijk op. Anderen zoeken een nieuw beroep.

    • Eva Oudgenoeg