Assen toont Poolse fin de siècle-kunst

Tentoonstellingen: Fin-de-siècle in Polen, schilderkunst 1890-1918. Drents Museum, Brink 1, Assen. Van 5/11 t/m 5/1/97. Gesloten op 24 en 30/11. Van ver gehaald, van dichtbij bekeken; 17de-eeuwse Nederlandse schilderijen uit het Nationaal Museum van Poznan. Van 5/11 t/m 12/11, stadhuis Assen. Daarna t/m 5/1/97 in het Drents Museum, di-zo 11 17 uur.

ASSEN, 4 NOV. Het Drents Museum in Assen stelt vanaf vandaag ruim zestig schilderijen tentoon van dertig Poolse kunstenaars uit het fin de siècle. De werken zijn afkomstig uit het Museum Narodowe (Nationaal Museum) in Poznan, waarmee Assen sinds enkele jaren een zusterband heeft. Het is voor het eerst dat een dergelijke omvangrijke Poolse kunstcollectie naar West-Europa reist.

De tentoonstelling is ingericht ter gelegenheid van de opening van het nieuwe stadhuis in Assen en is een week lang gratis te bezichtigen door inwoners van de Drentse hoofdstad. De werken zijn geschilderd door Poolse kunstenaars die omstreeks de eeuwwisseling deel uitmaakten van de internationale avant-garde. Ze werkten in Parijs, München en Londen en verkochten hun werk aan afnemers in hun vaderland.

Een deel van de tentoongestelde schilderijen werd in het begin van deze eeuw opgekocht door kunstverzamelaar Raczynski, een graaf die een landhuis bij Poznan bewoonde en daar een kunstgalerij bij liet bouwen. Na de oorlog ging zijn privé-collectie over in handen van de staat. De Poolse fin de siècle-kunst laat zowel symbolistische, naturalistische als impressionistische invloeden zien.

Het gaat om schilderijen van onder anderen de bekende Poolse symbolist Jacek Malczewski (1854-1929) en Wladyslaw Slewinski (1856-1918), die jaren in Frankrijk werkte en bevriend was met Gauguin en Cézanne; om portretten van Olga Boznanska (1865-1940) en landschappen van Julian Falat (1853-1929). Enkele doeken van Aleksander Gierymski (1850-1901) geven een impressie van Parijs bij nacht.

Conservator H. Tupan van het Drents Museum: “Polen is vanaf 1795 opgedeeld geweest tussen Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Het land werd overheerst, maar via de schilderkunst kon de Poolse nationale trots en eigenwaarde toch naar buiten worden gebracht. Deze doeken waren een vorm van protest tegen de overheersing, de Poolse identiteit komt er duidelijk uit naar voren: het boerenleven, de roomskatholieke religie, traditionele klederdrachten en de Poolse natuur.”

Een immens doek van Jozef Chelmonski (1849-1914) - een weids veld met kleurige bloemenpracht - heeft een plaatsje gekregen in een aparte ruimte. “Dit is het realisme ten top, het Poolse landschap in al zijn glorie”, aldus Tupan, die denkt dat de tentoonstelling een groot publiek zal aanspreken. “Het moeilijke is dat je dit werk eerst moet zien, voordat je het apprecieert. Het onterechte vooroordeel zegt dat Poolse kunst wel niet veel zal voorstellen. Maar iedereen die deze werken onder ogen krijgt is onder de indruk.”

Ter ere van de officiële opening van het nieuwe Asser stadhuis, naar ontwerp van Jules van der Meer, worden daar vanaf vandaag zeven 17de-eeuwse schilderijen van Hollandse meesters tentoongesteld. Ze zijn eveneens afkomstig uit het Nationaal Museum van Poznan, dat ze via de kunsthandel of uit particuliere collecties aankocht. Het gaat om een stilleven van Simon Luttichuys, landschappen van Hermans Saftleven, Joos de Momper en Jan van Goyen, een herbergscène van Adriaen van Ostade, een winters tafereel van zijn broer Isack en een rivierlandschap, De Rijn bij Arnhem, van Salomon van Ruysdael. De werken waren niet eerder in Nederland.

    • Karin de Mik