'Wijers weet echt niet waar hij het over heeft'

DEN HAAG, 2 NOV. Wereldvreemde studeerkamergeleerden die rapporten schrijven vol fouten, vind je volgens de minister van Economische Zaken bij de Algemene Rekenkamer. “Wijers weet echt niet waar hij het over heeft”, zegt T. Witteveen, secretaris van het College van de Rekenkamer.

Nog nooit kreeg de controleur van 's rijks financiën het zo voor de kiezen als deze week. Vlak nadat het vernietigende rapport over staatssteun was vrijgegeven, organiseerde Wijers een persconferentie om de media er op te wijzen dat het onderzoek aan alle kanten rammelde en dat de schrijvers, de Rekenkamer, zich ermee buiten de werkelijkheid plaatsten. “Laat de Rekenkamer boekhouden en zich verder nergens mee bemoeien”, was de teneur van zijn betoog. Het college heeft de schimpscheuten schouderophalend ondergaan.

Dat een kritisch onderzoek naar de recht- en doelmatigheid van belastinggeld hard aankomt bij een ministerie, weten ze wel aan de Parkstraat in Den Haag waar de Rekenkamer is gevestigd. Het hoort bij het spel dat een minister zich er fel tegen verzet, maar voor het volgende onderzoek weer alle medewerking verleent. Maar of de politiek onervaren Wijers en Zalm dit incasseringsvermogen hebben, daar twijfelen ze bij de Rekenkamer nog aan. “Misschien is die felle reactie onderdeel van een strategie van Wijers”, peinst Witteveen, “maar als het dieper zit, als het minachting van de Rekenkamer is, dan hebben we een probleem. Of beter gezegd: dan heeft Wijers een probleem. Want wij zijn onafhankelijk.”

Spel of oprecht, om erachter te komen gaat de Rekenkamer eerst maar eens stevig praten met het kabinet. Over fundamentele zaken, legt Witteveen uit. Wat is de plaats en de functie van dit 'Hoge College van Staat' in het overheidsbeleid? Met deze vraag worstelt het college sinds de Grondwettelijke instelling van de Rekenkamer in 1814. Door tot twee keer te proberen het rapport over steunoperaties tegen te houden, hebben Wijers en Zalm wel iets bereikt, want de existentiële kwestie staat sindsdien weer bovenaan de agenda.

Witteveen constateert dat de bewindsmannen echter niet alleen 'de bal' speelden, door het rapport inhoudelijk aan te pakken, maar ook 'de man', de Rekenkamer zelf. Dat vindt dat bij steunoperaties in de toekomst zoiets als een checklist moet worden gehanteerd waarop zaken staan als de doelstellingen van de steun, de verwachte werkgelegenheidseffecten en welke informatie nodig is om de steunoperatie op te baseren. Alleen wereldvreemde mensen die de hele dag achter hun bureau zitten te boekhouden kunnen zoiets bedenken, vindt Wijers.

Lopend door de gangen van de Rekenkamer is weinig van de typeringen van de minister terug te vinden. Een gewoon kantoor waarvan er duizenden in Nederland staan compleet met systeemwandjes, in de lift aangekondigde borrels en door papier overwoekerde bureaus. Achter de meeste daarvan zit niemand, en al helemaal niemand is aan het boekhouden. Onderzoek doe je ter plaatse en niet achter een bureau, is de bedrijfscultuur. “Studeerkamergeleerden?”, roept secretaris Witteveen, “we jagen onze mensen juist weg uit de studeerkamer.” Of het nu gaat om een onderzoek naar vredesoperaties in ex-Joegoslavië of om aspergestekers in Limburg, de mensen van de Rekenkamer zijn ter plaatse.

Een onderzoek naar bijvoorbeeld de beveiliging van Rijksmusea, doe je niet door alleen maar met betrokkenen te praten, vertelt onderzoeker H. Kuenen. “Dan ga je aan een schilderij sjorren om te horen of het alarm afgaat. En wat blijkt dan: alle suppoosten van andere tentoonstellingszalen komen op dat alarm af waardoor die andere zalen onbewaakt blijven. Dat kan je weer mooi meenemen in je rapportage.”

Ook het onderzoek over de staatssteun waar Wijers zo woedend over is, is het resultaat geweest van geduldig detectivewerk. De pogingen om het rapport tegen te houden, stimuleerden de onderzoekers alleen maar om alles keer op keer te controleren, vertelt Witteveen. En en passant voegt hij er aan toe dat de Rekenkamer een internationale topopdracht heeft binnen gehaald. “Misschien weet Wijers dat niet.” Vanaf volgend jaar gaat het college het functioneren van de wereldhandelsorganisatie op doelmatigheid controleren.

De naam Rekenkamer dekt de lading maar ten dele, want rekenen is nog vijftien procent van het werk. “Vroeger voerde dat de boventoon”, zegt Witteveen. “Nu gaat het niet alleen meer om de centen, maar om het beleid.” Vandaar dat de Rekenkamer niet alleen in kaart brengt wat er fout gaat, maar ook aanbevelingen voor het beleid doet om lessen van die fouten te leren.

Wat het rapport over de staatssteun betreft lag zo'n les voor het oprapen. Het was de falende miljardensteun aan het scheepsbouwconcern RSV. Niet Wijers, maar zijn voorgangers hebben de les niet geleerd, constateerde de Rekenkamer, want steunoperaties werden zonder plan uitgevoerd. “Waarom dan zo fel reageren?”, vragen de onderzoekers van de Rekenkamer zich af. Een van hen gist naar een verklaring: “Misschien ervaart Wijers het redden van bedrijven als zijn uithangbord, als zijn schilderij en hebben wij er te hard aan zitten sjorren.”

    • Robert Giebels