Wachtgeldkosten

NRC HANDELSBLAD van 24 oktober meldt dat volgens een rapport van de Onderwijsinspectie een extra bedrag van honderd miljoen gulden voor ongeveer vierduizend basisscholen onjuist zou zijn besteed. In plaats van 'hulpkrachten' te benoemen zouden vier van de tien basisscholen geld hebben gebruikt voor het voorkomen van ontslag van leraren. De staatssecretaris is verbaasd, Kamerleden zijn verontrust en vragen om nader onderzoek. Toch is een en ander eenvoudig te verklaren.

De stijging van de wachtgeldkosten vormt al jaren een groot probleem voor het onderwijs. Basisscholen moeten daarom op grond van de wet sinds enige tijd de kosten van de wachtgelden via het zogenaamde Participatiefonds in principe zelf betalen. De gedachte daarachter is dat als scholen die kosten zelf zullen moeten dragen, er uitsluitend nog strikt noodzakelijke ontslagen zullen vallen.

De hoogte van de subsidie van de scholen voor personeelskosten hangt af van het aantal leerlingen. Daalt dat aantal, dan daalt de subsidie, en dat heeft bij veel scholen noodzakelijk ontslag tot gevolg. Als de scholen te maken krijgen met een daling van het aantal leerlingen, maar tegelijkertijd extra geld krijgen voor hulpkrachten, dan moeten de scholen dat geld gebruiken om zittend personeel in dienst te houden. De scholen geven in dat geval geen ontslag en mogen dat ook niet geven.

Volgens genoemd bericht krijgen scholen nu het verwijt dat ze in voorgaande situatie het geld voor de hulpkrachten onjuist hebben gebruikt. Wat de parlementsleden en de staatssecretaris dus feitelijk stellen is dat de school in dit geval de leraar had moeten ontslaan, en vervolgens de hulpkracht had moeten benoemen. Dan zou het geld voor de hulpkrachten op juiste wijze zijn besteed. Dat laatste vinden de staatssecretaris en de betrokken parlementsleden kennelijk zo belangrijk, dat zij de stijging van de wachtgeldkosten en het kwaliteitsverlies als gevolg van het feit dat de leraar ingeruild moet worden voor een hulpkracht, voor lief nemen.

Verbazingwekkend. Verontrustend. Een nader onderzoek is inderdaad zeer gewenst.

    • J. Schutter