Verkiezingen test oppositie Joegoslavië

KRAGUJEVAC, 2 NOV. Vakbondsleider Zoran Nedeljkovic dacht afgelopen zomer dat het regime van de Servische president, Slobodan Milosevic, op vallen stond. Hij meende dat de opstand van de zesduizend werknemers van de wapenfabriek Zastava Nemenska in Kragujevac, in het hart van Servië ten zuiden van Belgrado, zou overslaan op andere steden. Maar het gebeurde niet. “De opstand had het begin van het einde kunnen zijn”, zegt hij nu.

Zesduizend arbeiders van de wapenfabriek gingen in augustus in Kragujevac de straat op met de eis dat hun lonen zouden worden uitbetaald. Door de catastrofale toestand van de door de staat geleide economie in Servië is het gebruikelijk dat lonen twee tot drie maanden lang niet worden uitbetaald. “We hadden afgesproken dat we het samen zouden doen. De werkers in andere steden hebben dezelfde problemen. We zouden beginnen in Kragujevac en dan doorgaan. Maar ze zijn afgehaakt.”

Nedeljkovic is, als leider van de staatsvakbond in Kragujevac, een luis in de pels. Hij trotseerde deze zomer de woede van de Centrale Staatsvakbond die weigerde de stakingen in Kragujevac te ondersteunen. “Ik ben in theorie van de staat, maar kom in praktijk op voor de arbeiders”, zegt hij. De reden dat Nedeljkovic nog niet is afgezet, is dat hij zesduizend man achter zich heeft, die “geen yoghurt of melk produceren”, maar wapens.

De federale parlementsverkiezingen in Joegoslavië (Servië en Montenegro), die morgen worden gehouden, zullen aan het totalitaire regime van Milosevic niets veranderen. Hij en zijn vrouw, de felle communiste Mirjana, zijn in Joegoslavië alleenheersers. Dat zij het land naar de economische afgrond hielpen en de oorlog om het territorium van ex-Joegoslavië verloren, heeft daar niets aan veranderd. Maar als graadmeter voor de kracht van de oppositie, die dit jaar voor het eerst is verenigd, zijn de verkiezingen wel belangrijk. Als de oppositie veel wint, is dat een teken voor de kiezers dat de macht van Milosevic niet helemaal onaantastbaar is. En dat besef is volgens Nedeljkovic belangrijk als volgend jaar een nieuwe Servische president moet worden gekozen. “De burgers in dit land moeten langzaam leren begrijpen dat autorititeiten vervangbaar zijn.”

Kragujevac, dat haar reputatie dankt aan de Zastava-fabrieken die auto's en wapens produceren, is van oorsprong een bolwerk van revolutionaire arbeidersbewegingen en aanhangers van het marxisme. Maar tegenwoordig is het verzet tegen de Socialistische partij van Milosevic er groter dan in welke andere stad in Servië ook. De oppositie, die bestaat uit nationalisten en aanhangers van de vrije-markteconomie, haalde bij de verkiezingen voor het Servische parlement in 1993 in Kragujevac een meerderheid.

De reden voor het verzet van de arbeiders van Zastava is dat ze geld willen zien. Het gemiddelde loon van een werknemer van Zastava bedraagt 100 Duitse mark per maand en het is iedere keer weer de vraag of dat ook uitbetaald gaat worden. Afgelopen maand staakten de arbeiders opnieuw, met de eis dat het gederfde loon tijdens de staking in augustus zou worden uitbetaald.

Radosav Petrovic, arbeider bij de wapenfabriek en deelnemer aan de stakingen in augustus en oktober, zegt: “Mijn vrouw en ik verdienen samen 150 Duitse mark. Daarvan moeten we twee kinderen onderhouden. Ik draag een broek van voor mijn trouwen, we hebben geen badkamer. Ik begrijp niet waarom de mensen in dit land bang zijn voor verandering. Milosevic is al te lang aan de macht, hij heeft niets voor ons gedaan.” Het grootste probleem is dat er slechts werk is voor zevenduizend arbeiders bij de Zastava wapen- en autofabrieken en dat er 36.000 arbeiders in dienst zijn. 29.000 werknemers zijn met betaald verlof tegen een vergoeding van ongeveer 50 Duitse mark per maand. “Voor de leiders en de regering is het makkelijker als er geen produktie is”, zegt Nedeljkovic. Hij moet er zelf even om glimlachen, maar zegt dan ernstig: “De fabriek moet in handen komen van een particulier. Dan zal het in zijn belang zijn dat er wordt geproduceerd en zal hij alle werkkrachten die tot zijn beschikking staan, inzetten om winst te maken.” De huidige fabrieksleiding, zegt Nedeljkovic, “is net zo geïnteresseerd in de resultaten van de fabriek als in de sneeuw van vorig jaar.” Met de verkiezingen op komst maakte Milosevic begin juli een genereus gebaar: hij deed de autofabriek, waar de problemen het grootst zijn (er is slechts werk voor een kwart van de arbeiders), circa dertig miljoen gulden cadeau. “Dat lost de echte problemen niet op”, zegt Nedeljkovic. Voor dit soort verkiezingsgiften laat Milosevic bovendien de geldpers draaien waardoor de inflatie, nu vijf procent per maand, verder groeit.

Als Milosevic niet door het parlement kan worden verslagen, dan moet het door een volksopstand gebeuren, zegt Nedeljkovic. “En ik zal de eerste zijn die de straat opgaat. Niet voor mijzelf, maar voor de toekomst van mijn kinderen.” Nedeljkovic weet hoe het bewind omver zou moeten worden geworpen: er zou vijf dagen lang geen televisie moeten zijn. “Dan zouden de mensen in dit land worden gedwongen hun eigen hersens te gebruiken.”

De onvrede onder de bevolking is overal, maar het probleem is dat alles wat in Servië aan zichtbaar protest wordt ondernomen, uit Kragujevac komt. In de rest van het land klampen de meesten zich vast aan Milosevic, die zij als de enige leider zien, of zijn de kiezers onverschillig. Angst, zegt Nedeljkovic, overal heerst angst. Voor de politie, voor de toekomst, voor nog meer armoede. Bovendien ontbreekt het aan persoonlijkheden, aan mannen en vrouwen die durven op te staan met risico voor eigen leven. “Neem de vakbondsleiders in Uzice (een stad in het zuiden van Servië, red.). Zij zeiden tegen de arbeiders, toen die op het punt stonden om te gaan staken: 'maar wat doen we als de politie komt?' Van lafaards kun je niets verwachten.” Iedereen krijgt eens in zijn leven de kans om een mens te worden, filosofeert de vakbondsleider. “Sommigen grijpen die kans. Maar de meesten zijn zich van die kans niet bewust. Een dappere man kan maar een keer doodgaan, een lafaard sterft iedere dag.” Nedeljkovic wil niet zeggen welke acties hij nog in petto heeft. Maar de regering moet zich in ieder geval houden aan de beloften die vorige week op de valreep zijn gedaan: dat lonen worden uitbetaald en gederfde inkomsten gecompenseerd. De regering heeft bij de wapenfabriek ook nog een schuld van 68 miljoen dollar die Nedeljkovic terug wil.

Hij geeft Milosevic niet meer dan een jaar. “Hij regeert nog tot het einde van volgend jaar. Dan zal het hem te veel worden. De mensen zullen nog hongeriger zijn. Ze zullen zich er steeds meer van bewust zijn dat een kleine groep verdient aan hun ellende.”

    • Daniela Hooghiemstra