Tribune

De marathon van Amsterdam beleeft morgen zijn wedergeboorte. Tegelijk met New York probeert Amsterdam met een nieuwe organisatie internationaal aanzien te verwerven. Is het aantal topmarathons in de wereld echter niet te groot?

Jos Hermens, atletenmanager, verantwoordelijk voor het lopersveld in Amsterdam: “De atleten zeggen juist dat er te weinig marathons zijn. Ik ben net terug uit Ethiopië en verschillende lopers vroegen me of ik er nog één voor ze had. Ik had niet genoeg budget om ze naar Amsterdam te halen. Die jongens kunnen natuurlijk wel ergens voor niks lopen, maar er zijn te weinig marathons waar ze geld krijgen. New York kan ook niet iedereen hebben. Toen de Belgische topper Vincent Rousseau zich bij ons afmeldde, hebben we atleten gehaald die daar op de wachtlijst stonden. Het budget was ook daar op. Dan blijkt dat er genoeg ruimte is. Toppers, zeker uit Afrika, schreeuwen om wedstrijden. De spreiding van de marathons is een veel groter probleem dan het aantal. Wij hadden de marathon graag in oktober gehouden, maar dat ging niet. Wat New York betreft had dat echter niets uitgemaakt. Wie een marathon loopt, loopt er twee weken later niet nog één.”

Ronald van der Aart, PR-man van de Amsterdam Arena waar start en finish plaatsvindt: “De marathon van Amsterdam moet behouden blijven, omdat het dé marathon van Nederland belooft te gaan worden. Er is een nieuwe organisatie, een sterk veld en een snel parcours. Het evenement verdient absoluut een nieuwe kans. Amsterdam en New York zijn twee steden die in de wereld ontzettend bekend zijn. Het zou grappig zijn als hier heel snelle tijden worden gelopen. Voor de organisatie is het een toegevoegde waarde dat de start en finish in de Arena zijn. Er is een heel showprogramma omheen gemaakt. De organisatie streeft ernaar een marathon te organiseren die niet voor die van Rotterdam onder doet. Natuurlijk is er nog een achterstand. In Rotterdam worden zeer snelle tijden gelopen. Maar het is nu eens de beurt aan Amsterdam.”

Gerard Nijboer, liep ooit een wereldrecord tijdens de marathon van Amsterdam: “Het is eigenlijk een oude vraag, er zijn nu al minder marathons dan een aantal jaren terug. Organisatoren ondervinden dat het moeilijk is iets goeds op touw te zetten. De sterken blijven dus over. In de wereld zijn maar een paar topmarathons, de rest is om des keizers baard. Voor Amsterdam is het nationale belang groot, internationaal zit niemand op een kwalitatief goede bezetting te wachten. De aandacht is niet groot, wegens New York. Als je op dezelfde dag als de marathon van Londen een wedstrijd in pakweg Antwerpen of Brussel organiseert, krijgt die ook weinig aandacht. Amsterdam staat wereldwijd bekend om zijn mooie huizen. Het is dus belangrijk dat de marathon goed in beeld komt en dat die beelden goed gedistribueerd worden. Een andere keuze is er niet. Zo moeten mensen naar Amsterdam gelokt worden. En dan kunnen ze er nog een weekje vakantie aan vast plakken ook.”

Edgar Peer, wethouder van sportzaken van Amsterdam: “De marathon van Amsterdam is uit twee oogpunten belangrijk. Sportief gezien, omdat er tienduizend deelnemers zijn en we dus tienduizend sportbeoefenaren een plezier doen. Anderzijds heeft Amsterdam zich ten doel gesteld meer topsportevenementen te organiseren. De hoofdstad van Nederland moet ook als sportstad te boek staan. Voor dat imago kunnen we nog wel wat aansprekende evenementen gebruiken. De marathon is een populaire sport, het lijkt me dat er dan ook ruim plaats is voor een tweede grote wedstrijd naast Rotterdam. Ik denk dat we in Amsterdam op de goede weg zijn. Van de vorige organisatie had ik niet het idee dat het aansloot bij het topsportkarakter van een marathon. Nu wel. Daarom hoop ik dat we in de toekomst niet alleen in de breedte maar ook wat toppers betreft zullen groeien tot een marathon van internationale allure.”

Mario Kadiks, directeur van de marathon van Rotterdam: “Het antwoord op de vraag of de marathonkalender te vol is, is heel arbitrair. De spreiding is wel slecht. In gesprekken met andere organisatoren wordt vaak duidelijk dat data van marathons nationaal, regionaal of zelfs lokaal worden bepaald. De omstandigheden ter plekke geven dan de doorslag. Als je marathons op elkaar af wilt stemmen, komt iedereen met argumenten voor de eigen datum. De volgende vraag is natuurlijk hoe ver je van elkaar af moet zitten, want we spreken hier over een aparte atletiek-discipline. Als twee grote marathons een maand na elkaar worden gehouden, verschijnt een topper toch niet op beide wedstrijden.”

    • Orkun Akinci