Tender maakt zich op voor boedelscheiding

Met ingang van 1 januari 1997 ontvangt het toneelgezelschap Tender geen subsidie meer van OC&W. Toch gaat maandag onder de hoede van Tender een nieuw project in het Amsterdamse Muziektheater in première. Wat gebeurt er met de leden van een gezelschap dat moet verdwijnen?

Tot 1 januari treedt Tender nog op; inl. en reservering In de onderwereld: 020-6244257.

AMSTERDAM, 2 NOV. De verhuisdozen staan manshoog opgesteld in het kantoor en de studio van theatergezelschap Tender aan de Amsterdamse Haarlemmerdijk. De planken waarop boeken en archiefmateriaal stonden, zijn van de muren gesloopt. Een robuuste vergadertafel probeert nog iets van zekerheid voor de toekomst uit te stralen, maar de omgeving is te desolaat om daarin nog te kunnen geloven. Rijen kleurrijke kostuums hangen aan knaapjes; de meeste ervan zullen naar het Leger des Heils gaan.

Op advies van de Raad voor Cultuur heeft het ministerie van OC&W besloten Tender niet langer 'meerjarig te subsidiëren'. Hiermee komt er een eind aan de samenwerking tussen zes acteurs die zestien jaar duurde. De Raad zegt geen vertrouwen te hebben in de artistieke ontwikkeling van Tender. De vorm was sleets geworden.

Het gezelschap speelde nooit in de reguliere toneelzaal, maar koos voor openbare locaties als postkantoren, treinen, veerboten, straten in een nieuwbouwwijk. Daar mengden de spelers zich zo onopvallend mogelijk onder het publiek om vervolgens een toneelstuk op te voeren. Op die manier moest het toevallig aanwezige publiek de dagelijkse werkelijkheid anders ervaren, namelijk als theater.

Aan het eind van de jaren zeventig ontmoetten de zes aanstaande acteurs elkaar op de Theaterschool in Amsterdam, waar ze de mimeopleiding volgden. In 1981 richtten ze het gezelschap Tender op, een naam ontleend aan het wagentje dat stoomlocomotieven van steenkool voorziet. Tender is een collectief; iedereen is in gelijke mate verantwoordelijk. Tussen de spelers ontstond een hechte band; Cilia Erens, Ellis Galesloot, Jacolien Honders, Marianne van Hooff, Rutger Jan de Lange en Ad Rijsdijk besteedden elke dag en elke avond aan het theater. Rond de vergadertafel aan de voorzijde van het pand werden de ideeën gesmeed; in de studio achter in ontstond de vorm en repeteerde men.

Toch lijkt Tender op geen enkel ander gezelschap. Het repertoiretoneel vormde nooit de inspiratiebron. Tender confronteerde toeschouwers in hun eigen omgeving met een vorm van onzichtbaar theater, dat langzaam zichtbaar wordt. Ad Rijsdijk zegt: “De grens tussen werkelijkheid en theater is voor mij altijd ongrijpbaar gebleven. Voor mij bestaat de spanning uit het moment, dat de passanten ontdekken dat er sprake is van toneelspel, van een fictieve vorm dus, dat de werkelijkheid een kwartslag is gedraaid. Dat evenwicht is delicaat.”

Ondanks het negatieve besluit van OC&W heerst er onder de Tender-leden niet uitsluitend verslagenheid. Er is ook de moed verder te gaan. Marianne van Hooff: “Ik heb er nachtenlang niet van geslapen, ik heb me aldoor ingebeeld welke baantjes ik niet allemaal kon nemen, van werkster tot postbode. Wanneer Tender verdwijnt, verdwijnt er een kunstvorm. Tender is een manier van kijken, van leven en denken. Voor mij onmisbaar. Wij komen overal in het land, tot zelfs in huiskamers.”

De aanvankelijke woede en teleurstelling over het 'dodelijke advies' van de Raad wekken ook nieuwe energie op. Rijsdijk is niet echt verbaasd: “De laatste drie, vier jaar was er zand tussen de raderen gekomen. We zochten wel naar nieuwe impulsen, bijvoorbeeld om te gaan werken met andere regisseurs. Maar niet daadkrachtig genoeg.”

Voor Jacolien Honders geldt dat de emotionaliteit van Tender te groot werd: “Je sleept mensen mee in een wereld waarvan zij denken dat die echt is. Maar ze is vals. Bij Blind Date was er een man die heus met mij afspraken wilde maken. Tot hij ontdekte dat de 'date' die wij als Tender-leden met de toeschouwers hadden, geënsceneerd was, fake. Hij was diep ontgoocheld. Ik vind dat je iemand zoiets niet mag aandoen. Ik heb daarom weleens overwogen ermee te breken. De eisen die het collectief stelt, zijn hoog. Het is net een huwelijk. Wat ik heb gemist, is het omgaan met teksttoneel zoals een gezelschap als Hollandia dat doet.”

“Onze kunst is verleidingskunst,” zegt Rutger Jan de Lange. “Ik wil mensen graag meenemen in een wereld van de fantasie, die lijkt op de echte maar daarvan toch verschilt. Nu de financiële zekerheden wegvallen, ontstaat er een ander verhaal. Ik kan niet ophouden met theater maken in de stijl van Tender. Je kunt aan iets dat bestaat in de geest niet zomaar een halt toeroepen.”

Ellis Galesloot richt, samen met Marianne van Hooff, een Theater Giftshop op: “Ik kan het verlies van Tender niet accepteren. Hier aan de Haarlemmerdijk is van alles te koop, behalve de illusie. Het pand van Tender wordt onze winkel. Voor een bedrag tussen de 10 en 10.000 gulden treden wij dan op tijdens een verjaardagsfeestje of anderszins een vrolijke bijeenkomst.”

Maandagavond gaat in het Amsterdamse Muziektheater een project van Cilia Erens in première. Het idee bestond al langer, maar bleek bij toeval samen te vallen met de voorstellingen van de Nederlandse Opera van Monteverdi's Orfeo - een opera over Orpheus die zijn dode geliefde Euridyce gaat ophalen uit de onderwereld. Tijdens de Tender-voorstelling, die In de onderwereld heet, maken de toeschouwers, via koptelefoons luisterend naar de Orfeo-muziek, een wandeling door het gebouw, om uiteindelijk terecht te komen in de parkeergarage. Dat is dan de onderwereld.

Erens is hiermee het verst gevorderd met nieuwe plannen. Hoewel de voorstelling nog net onder de vleugels van Tender wordt uitgebracht, zal zij zich in de toekomst onder een nieuwe naam presenteren: Departement van het Geluid. “De verwantschap tussen In de onderwereld en Tender is groot,” verklaart ze. “Net zoals Tender uitging van de dagelijkse werkelijkheid, neem ik de geluiden van alledag als uitgangspunt. En ook nu speel ik op locatie. Inmiddels zijn de meeste Tender-leden zo tussen de veertig en vijftig jaar. Wij waren de eersten op de golf van het locatietheater; nu zijn daar ook tal van andere groepen, als Hollandia en BEWTH. Misschien dat zij ons hebben ingehaald. Maar wat ons onderscheidt is, dat we altijd publiek hebben dat niet weet dat we een theatergezelschap zijn. Daarom brengen we ook geen straattheater, want dat is meteen herkenbaar.

“Niemand van ons weet nu waar straks, als het echt 1 januari is, de spullen heen moeten bij de boedelscheiding. De rekwisieten, de geluidsinstallatie. Misschien dat beginnende gezelschappen er iets aan hebben. Of anders naar een Tender Museum? Dat nooit. We gaan allemaal verder, alleen of met anderen. We zullen elkaar ongetwijfeld weer tegenkomen, dat sluit ik niet uit.”

    • Kester Freriks