'Spéél Jubelientje, spéél oma'

'DE VLAAMSE GAAI gooi ik in de kopstem. Hoor maar.' Voormalig hoorspelregisseur Johan Wolder (74) laat de gaai met krijsende stem naar de wolf uitvaren over diens moordzuchtige neigingen en na een langgerekte pauze antwoordt de wolf op nederige, haast kruiperige toon dat hij zich inderdaad wel eens aan een lekker lammetje te goed heeft gedaan.

Tegen stemmetjes maken en het 'uitspelen' van een tekst heeft Wolder geen enkel bezwaar. “Voorlezen is filmen met woorden”, legt hij het selecte publiek van acht dames uit, dat bijeen is in de kleine bibliotheek van Kasteel Groeneveld in Baarn.

Een stijlvoller plek is nauwelijks denkbaar voor de korte voorleescursus die Johan Wolder voor hen in petto heeft. Hij staat aan de kop van een ovale tafel en met het Scandinavische sprookje 'De wolf die te biecht ging' geeft hij meteen na aanvang een staaltje van superieure voorleeskunst ten beste. Een jonge vrouw laat na afloop een zucht horen: “Komt dat mooie voorlezen nou vanzelf als je maar veel oefent?” vraagt ze ongelovig. “U hebt dit stuk zo te horen al vaak onder ogen gehad, maar als ik mijn zoontje voorlees, zie ik de tekst meestal voor het eerst.” Wolder beaamt dat goed voorlezen heel erg moeilijk is. Hij zelf is er al vanaf 1947 meer bezig, eerst als hoorspelacteur, later vooral als regisseur. “Het is een vak”, zegt hij, maar dat neemt niet weg dat hij het damesgezelschap daar graag wat kneepjes van wil bijbrengen. Eerst de techniek, dan de praktijk. Maar om te beginnen een tip: “Neem altijd zelf van te voren de tekst door als u gaat voorlezen.”

De hele week heeft Kasteel Groeneveld in het teken gestaan van voorlezen. In samenwerking met de Stichting Lezen uit Amsterdam werden er vijf voorleesmiddagen georganiseerd waar jeugdige finalisten van de Nationale Voorleeswedstrijd 1995 hun leeftijdgenootjes hebben voorgelezen uit niet stuk te krijgen kinderboeken als 'Ze verdrinken ons dorp' van An Rutgers van der Loeff, 'Koning van Katoren', van Jan Terlouw en Annie M.G. Schmidts 'Puk van de Petteflet'. Speciaal voor ouders, grootouders en leerkrachten die zich willen bekwamen in de voorleeskunst organiseerden Kasteel Groeneveld en de Stichting Lezen twee avonden met hoorspelregisseur Wolder. Aan de hand van het sprookje over de moorddadige wolf laat Wolder zien hoe je met een aantal eenvoudige handgrepen een tekst zo in beweging kunt laten komen dat de toehoorders zich eigen beelden gaan vormen. Door een woord meer nadruk te geven, het met een hogere stem uit te spreken of het uit te rekken kunnen er verschillende accenten worden aangebracht. “Geef een zin betekenis door het belangrijkste woord er uit te laten springen met je stem”, raadt Wolder zijn gehoor aan. Iemand die voorleest mag zichzelf veel vrijheid permitteren ten opzichte van de geschreven tekst, meent hij, want schrijftaal en spreektaal zijn twee totaal verschillende dingen.

Het hoorspel, tot Wolders grote verdriet in de versukkeling geraakt, en het boek zijn eigenlijk half-fabrikaten. “Ze moeten tot leven komen in de fantasie van de toehoorder en de lezer.” En dan mag de voorlezer gerust een zinnetje herhalen om de spanning op te voeren, of over punten en komma's heenlezen. Daarnaast kan iemand die voorleest de tekst laden met een bepaald gevoel. “Als hier staat dat de wolf iets op schijnheilige toon zegt, dan kun je dat met je stem laten horen.”

Wolder doorspekt zijn verhaal met aardige anekdotes uit zijn hoorspelverleden en vertelt dat hij nog steeds een goedbezochte praktijk heeft van mensen die beroepshalve moeten voordragen en voorlezen, zoals acteurs en nieuwslezers. “Een tekst moet bekken”, concludeert Wolder en hij vraagt een van de aanwezigen een stukje voor te lezen uit een meegebracht kinderboek. Met een stopwatch in de aanslag geeft hij commentaar. “Spéél Jubelientje, spéél oma”, adviseert hij de moeder die wil leren hoe ze haar zoontje beter kan voorlezen. “Neem hier een pauze, stop even en maak dan een nieuwe inzet want er begint een nieuwe fase in het verhaal.” Na twee keer de tekst doorgenomen te hebben klinkt het allemaal een stuk gevarieerder en Jubelientje en haar oma komen als werkelijke personages tot leven.

Lerares Sanne Böttger, docent aan de PABO van de Hogeschool Utrecht behoort tot het achtkoppige damesgezelschap. Ze is gekomen om haar eigen vaardigheden op het gebied van voorlezen weer eens bij te spijkeren, maar daarnaast wil ze in de Wolders workshop ook nieuwe impulsen opdoen voor haar lessen op de lerarenopleiding. Böttger vindt dat voorlezen en verhalen vertellen tot de 'fundamentele basisvaardigheden' van een leerkracht behoren. Maar de praktijk is vaak anders, stelt ze vast. In samenwerking met de docenten drama en Nederlands geeft ze op de Utrechtse Hogeschool een module die bestaat uit achttien lessen waarin verhalen vertellen en verhalen voorlezen een onderdeel vormen. Dat is alles wat de aankomende meesters en juffen van de basisschool op dit vlak meekrijgen tijdens hun vierjarige opleiding. “Veel te weinig”, aldus Böttger, “want met verhalen vertellen en voorlezen kun je de begripsvorming bij kinderen enorm verruimen. Vooral voor anderstalige kinderen is dat erg belangrijk.”

Zelf kreeg Böttger de kneepjes indertijd “met de paplepel ingegoten” tijdens haar opleiding als kleuterleidster. “Maar sinds die opleiding is opgegaan in de PABO is de aandacht voor verhalen vertellen en voorlezen geminimaliseerd.” De rest moeten de aankomende leerkrachten nu opdoen op hun stageschool, maar, zo is de ervaring van Böttger, daar is de kwaliteit zeer divers. “De ene school besteedt er veel aandacht aan, de andere school nauwelijks.” Voorlezen is volgens haar vooral een kwestie van emoties durven tonen zodat de geschreven tekst gaat leven voor de kinderen. “Wie net begint als leraar en 36 paar van die verwachtingsvolle ogen op zich gericht ziet, wil nog wel eens schrikken en geblokkeerd raken.” Zelf heeft Böttger daar in de veilige intimiteit van de Groeneveldse bibliotheek weinig last van als ze het geestige verhaal van Uil voorleest, die tegelijk boven en beneden wil zijn. “Zet Uil eens even neer voor je luisteraars”, adviseert Johan Wolder, “ze kennen hem nog niet.” Böttger probeert het contrast tussen boven en beneden te benadrukken, ze let op komma's, nieuwe fases, pauzes en klemtonen en laat ten slotte de teleurstelling in de stem van Uil doorklinken. Ze zucht van inspanning en Wolder is tevreden. “Goed voorlezen is zweten hoor!” zegt de gedreven vakman tot zijn publiek.

    • Michaja Langelaan