'Roemenië heeft een fluwelen restauratie gehad'

De economische situatie in Roemenië is rampzalig. Toch zullen veel Roemenen bij de verkiezingen van zondag weer stemmen op president Ion Iliescu, ooit medewerker van de dictator Ceausescu. “Ze geven hem niet de kans te doen wat goed is voor de mensen. Ik stem weer op Iliescu, want ik zie geen betere.”

BOEKAREST, 2 NOV. Bij de muur van de begraafplaats staat Anica Mereuta met haar versleten rechter dameslaars. Het is een hoge witte laars met uitgesneden versieringen, zoals majorettes dragen. De linker zit in haar tas, “anders worden ze gestolen”. Al urenlang probeert Anica Mereuta in deze buitenwijk van Boekarest de laarzen van haar dochter Dorina te verkopen voor 25.000 lei, zo'n 12,50 gulden. Over de prijs valt te onderhandelen, zegt ze er haastig bij.

Met haar grijze jas, hoofddoekje en vaalroze maillot staat de 72-jarige Anica model voor de bejaarden die op straat het gezicht van de Roemeense armoede bepalen. Naast haar staat een grijze heer met alpinopet, die een krant heeft uitgespreid met een paar pantoffels erop. De oude man tegenover Anica probeert een bus insectenspray te slijten, een ander staat met pakken lucifers apathisch te wachten in de herfstzon.

Roemenië na het communisme is voor veel van de 22,7 miljoen Roemenen een sjacher-samenleving geworden. Het is niet zo dat Dorina haar majorettelaarzen niet meer wil dragen, legt Anica Mereuta uit. Maar Dorina is werkloos en Anica's maandpensioen van 200.000 lei, 100 gulden - de beloning voor 34 jaar werk in een rubberfabriek - is te weinig om van te leven. Met de verkiezingen voor het presidentschap en het parlement van zondag in zicht is de vraag wie Anica en haar lotgenoten hiervoor verantwoordelijk houden. President Ion Iliescu, wiens herverkiezing op het spel staat?

“Nee, het is niet de schuld van Iliescu”, zegt Anica, met de laars permanent vooruitgestoken. “Hij wil de erfenis van Ceausescu wel opruimen. Maar het is de schuld van de mensen om hem heen, en van de oppositiepartijen. Ze geven hem niet de kans te doen wat goed is voor de mensen. Ik stem weer op Iliescu, want ik zie geen betere.”

Dit is het kiezerssentiment waar zondag Iliescu, ooit medewerker van de dictator Ceausescu en politiek overlever bij uitstek, op hoopt wanneer de Roemenen voor de derde keer sinds de revolutie van 1989 naar de stembus gaan. Zijn regeringspartij, de Roemeense Partij van Sociale Democratie (PDSR), stevent volgens de peilingen af op een nederlaag in de parlementsverkiezingen. Maar Iliescu, met zijn vader-des-vaderlands-imago, is nog steeds de belangrijkste kandidaat voor het presidentschap, al is zijn voorsprong op de naaste belager Emil Constantinescu inmiddels tot drie procent geslonken. Mocht Iliescu winnen, dan is de kans groot dat hij moet samenwerken met een coalitieregering van de huidige centrum-rechtse oppositie, de Democratische Conventie (CDR) en de Sociaal-Democratische Unie (USD).

Kiezers die verandering willen hebben hun hoop gesteld op deze combinatie. Want na zeven jaar hervormen-op-de-handrem door de partij van oud-communisten, verlangen ze naar dezelfde vrije markt die in landen als Polen, Tsjechië en Hongarije zoveel meer economische voorspoed heeft gebracht. Terwijl het gemiddeld inkomen in deze landen is gestegen tot ruim driehonderd dollar per maand, is de gemiddelde Roemeen blijven steken op het niveau van Bangladesh, honderd dollar per maand. De buitenwijk van Europa dreigt steeds verder achterop te raken. Daarom staat er volgens de oppositie bij deze verkiezingen niets minder op het spel dan de tweede bevrijding van Roemenië.

Na de bloedige revolutie van december 1989 bleven in Roemenië oud-communisten als Iliescu in hun nieuwe gedaante van democraten aan de macht. “Wij hebben geen fluwelen revolutie gehad, zoals andere Oosteuropese landen, maar een fluwelen restauratie”, meent Adrian Severin, vice-voorzitter van de USD, de nummer drie in de peilingen. “De langzame transformatie onder de PDSR-regering was niet meer dan een excuus voor mensen die geen verandering wilden. De Roemenen hebben na de omwenteling een ander soort gesloten en gecontroleerde samenleving teruggekregen.”

Op het eerste gezicht is daar weinig van te merken. Roemenië is wel degelijk een ander, vrijer land geworden. Kritische bewegingen als het Helsinki-Comité bestoken vanuit sjofele kantoren regering en parlement met aanklachten over de mensenrechtensituatie. De kiosken puilen uit met kranten en tijdschriften, waarin heel veel kan worden geschreven. Op veel balkons van flatgebouwen prijkt de bevrijdingstrofee van Oost-Europa: de satellietschotel.

Onder deze eerste laag van verandering heersen volgens critici van de PSDR en Iliescu de oude structuren: bureaucraten die hervormingen afremmen, oude liefhebbers van de planeconomie, en staatsbedrijven die buitenlandse investeerders afschrikken. Een groot deel van de economie, zoals het bankwezen en de industrie, is nog steeds in handen van de staat. Pas vorig jaar gaf de regering de aanzet tot privatisering van minder belangrijke bedrijven. De werkloosheid bleef in vergelijking met andere Oosteuropese landen weliswaar laag, 9,5 procent, maar de gesubsidieerde staatsbedrijven zijn veelal een container van verborgen werkloosheid.

De geleidelijke transformatie van Roemenië is door sommige deskundigen wel een noodzakelijk kwaad genoemd: het Roemeense volk had in de jaren tachtig onder Ceausescu's familiedictatuur al zo zwaar geleden, dat het een economische shocktherapie niet meer had kunnen verdragen. Dorel Sandor, een onafhankelijk politiek analist, vindt het een onzinnige theorie. “Bij een herstructurering horen altijd sociale kosten. De economie in Roemenië is in zeven jaar nauwelijks hervormd, en het resultaat is nog steeds: armoede. Wij hebben de kosten dus betaald, maar er niets voor teruggekregen.”

Het resultaat is volgens Sandor een massa armen en een elite van oude kameraden, nauw gelieerd aan de PDSR, die rijk is geworden in het zakenleven. Een middenklasse is nauwelijks ontstaan. “De geldmacht weet zich gedekt door de politieke macht. Dit heeft corruptie veroorzaakt. Vroeger verdwenen de dollars van Ceausescu en de Securitate (de geheime politie) naar buitenlandse bankrekeningen, nu zijn het de dollars van oud-communisten. Er zijn zo'n tienduizend mensen die hun priviliges verliezen als de PDSR zondag verliest. Die mensen zijn nerveus. De verkiezingen van 1990 gingen over vrijheid en die van 1992 over macht. De verkiezingen van 1996 gaan over geld.”

De elite heeft alle reden zich zorgen te maken. In de laatste opiniepeilingen is de steun voor Iliescu als presidentskandidaat teruggelopen tot 29 procent. Prof. Emil Constantinescu, kandidaat van de CDR, loopt in en staat op 26 procent. Oud-premier Petre Roman (USD), vooral populair onder jongere kiezers die in hem een Roemeense John F. Kennedy zien, is met twintig procent de derde van de zestien kandidaten. Deze uitslag zou tot een tweede ronde leiden tussen Iliescu en Constantinescu. Daarin zal cruciaal zijn hoeveel aanhangers van Roman hun steun geven aan Constantinescu.

De CDR van Constantinescu wordt volgens de peilingen met ruim dertig procent de grootste partij in het parlement, op vier procent gevolgd door de PDSR. Dat maakt een centrum-rechtse coalitie met de USD (18 procent) mogelijk, eventueel met steun van kleinere partijen als de UDMR, de partij van de Hongaarse minderheid. De twee oppositiebewegingen, die elkaar overigens ook flink aanvallen, beloven de kiezer ongeveer hetzelfde - een vrije markt, ruimte voor de privé-sector, investeringen in de landbouw en de woningbouw - en delen hun afkeer van de regerende partij. “We moeten eindelijk een regering krijgen die niet tegen haar eigen principes in hoeft te regeren”, meent Calin Tariceanu van de CDR.

Een cohabitation tussen president Iliescu en een coalitieregering met de huidige oppositie hoeft volgens analist Sandor niet per definitie te leiden tot verlamming, of politieke onzekerheid. “Iliescu zal zich niet verzetten als de PDSR geen meerderheid kan krijgen. Iliescu is vooral bang. De enige machtswisseling die hij kent is een gewelddadige: die van 1989. Zijn grote vrees is dat de oppositie wraak zal willen nemen op oud-communisten, en dat hij zelf voor de rechtbank moet verschijnen.”

De campagne kent weinig fijnzinnigheden. Het gonst in oppositiekringen van de complottheoriëen: de zittende regering zou bezig zijn bankbiljetten te drukken om haar opvolgers straks voor een torenhoge inflatie te stellen, en de president zou al een coup hebben voorbereid voor het geval hij wordt verslagen. In een televisiespot van Iliescu verandert het gezicht van Constantinescu via computersimulatie in het gezicht van ex-koning Michael, de verbannen vorst die niet tot het land wordt toegelaten. De boodschap: Constantinescu wil het koningshuis in ere herstellen. De reactie uit het CDR-kamp was een televisiespot waarin Iliescu's gezicht langzaam verandert in dat van Ceausescu. Het zijn electorale trucs - variaties op de ware vraag of het gezicht van Roemenië zeven jaar na de revolutie werkelijk zal veranderen.

    • Peter ter Horst