Reflexen van verlamming; De wereldgemeenschap als campingbaas van Afrika

Een volledige oorlog tussen Rwanda en Zaïre lijkt nog slechts een kwestie van dagen. President Mobutu Sese Seko was lange tijd het boegbeeld van de natievorming in Zaïre, maar heeft uiteindelijk veel bijgedragen aan de crisis waarin het land nu verkeert. De wereldleiders weten zich geen raad meer met het zoveelste regionale conflict. Het lot van Afrika: steeds weer ontwikkelings- project, nooit een machtsbasis met politieke prioriteit.

In Oost-Zaïre spelen zich voor het oog van de televisiekijker al twee weken macabere taferelen af: wordt dit het vervolg van de massamoord op één miljoen mensen in Rwanda van twee jaar geleden? Europees Commissaris voor Vluchtelingenzaken Emma Bonino en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, Sadako Ogata, waarschuwen al dagen voor een “humanitaire catastrofe” met 500.000 tot één miljoen vluchtelingen. Bonino pleit voor militaire interventie. Maar de leiders van de internationale gemeenschap wekken niet de indruk bijzonder gealarmeerd te zijn. In de meeste hoofdsteden zwijgen de staatshoofden en regeringsleiders - met een bizarre mengeling van schuldgevoel over hun geringe slagvaardigheid èn van opluchting niet te worden meegezogen in deze nieuwe Afrikaanse ramp. Beleeft het cynisme en de afzijdigheid van Westerse politici tegenover Afrika een nieuwe climax?

De internationale gemeenschap vertoont de vertrouwde reflexen van verlamming bij oplaaiende regionale conflicten in het nog jonge tijdperk na de Koude Oorlog: maximale aandacht voor de aftocht van landgenoten en in het nauw gedreven hulpverleners, veel retorisch geladen bezorgdheid over de gevechten, het zenden van niet-hooggeplaatste gezanten en een veelvuldige roep om regionaal vredesoverleg. Maar een gebundelde en strak geleide actie voor een diplomatieke spoedmissie op hoog niveau naar de strijdende partijen ontbreekt.

“De wereld fragmenteert”, zegt Henry Kissinger, de goeroe van de internationale diplomatie. “De geschiedenis accelereert”, meent VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali. De Nieuwe Wereldorde in wording, zonder communisme en kolonialisme als bindmiddelen voor hele regio's, heeft nog geen samenhangend antwoord op deze versplintering. De wereldgemeenschap rept zich van het ene regionale conflict naar het andere: Somalië, Haïti, Bosnië, Liberia, Burundi en Rwanda geven de leiders nauwelijks gelegenheid om op adem te komen en lessen te trekken.

Ga maar na: de Veiligheidsraad van de VN - die nu het zenuwcentrum zou moeten zijn - heeft vorige week vrijdag opgeroepen tot een bestand en een politieke dialoog maar sindsdien niet meer van zich laten horen; afgezien van een oproep aan de partijen om geen hulpvoorraden naar de Rwandese, Burundese en Zaïrese vluchtelingen te blokkeren. Volgens diplomaten heeft het conflict de V-raad “geparalyseerd”. “De vijftien leden van de Veiligheidsraad tonen niet dezelfde wil en analyse”, aldus een Europese diplomaat. Zo wil vooral Frankrijk snel een vredesconferentie van de landen rondom de Grote Meren, maar de Verenigde Staten willen die eerst grondig voorbereiden.

VN-chef Boutros-Ghali zei een week geleden al: “De oplossing moet worden gevonden door de lokale heersers, en kan niet worden opgelegd vanuit New York.” Hij heeft vervolgens tot afgelopen woensdag nodig gehad een tijdelijke gezant te vinden, de Canadese ambassadeur in Washington, Chrétien. Deze oud-ambassadeur in Zaïre zal pas volgende week woensdag in Midden-Afrika arriveren en niet langer dan een maand blijven. De interim-gezant moet “noodplannen ontwikkelen om de spanningen te verminderen, een staakt-het-vuren en een proces van onderhandelingen bewerkstelligen”. Intussen escaleert de situatie in Oost-Zaïre met de dag.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie kwamen afgelopen maandag na overleg tot een identieke reactie als de VN: een oproep tot een staakt-het-vuren, het sturen van EU-gezant Ajello en de roep om vredesoverleg. De EU is niet bereid troepen te sturen, en wil hoogstens een door Afrikanen bemande interventiemacht van geld en materieel voorzien. Frankrijk heeft in het verleden zowel in Zaïre als in Rwanda zelf militaire interventies uitgevoerd, maar wil nu alleen internationale actie. België, dat bij de eerdere uitbarsting in Rwanda in april 1994 geconfronteerd werd met de moord op 10 Belgische VN-commando's, wil nu geen militairen naar Zaïre, een andere voormalige kolonie, sturen en eerst een eventueel vredesakkoord afwachten.

Body bags

De enige overgebleven supermacht, Amerika, roert zich het minst. De laatste militaire actie van de VS in Afrika liep desastreus af toen in 1993 op één dag 18 Amerikaanse VN-soldaten in Somalië werden gedood en aanhangers van de Somalische krijgsheer Aideed het lijk van een Amerikaanse soldaat achter een pantserwagen door de straten van Mogadishu sleepten. Dit debacle vergrootte de afkeer van de regering-Clinton voor deelname aan VN-missies. De angst voor volle body bags nestelde zich nog hechter in het buitenlands beleid van de VS en bepaalde een jaar later de Amerikaanse afzijdigheid tijdens de genocide in Rwanda.

De wereldgemeenschap betaalt nu de prijs voor het halfslachtige optreden in 1994: 1,1 miljoen mensen uit Rwanda vluchtten toen over de grens naar Zaïre, waar de VN sindsdien als een veredelde campingbaas zijn opgetreden door hen in mammoetkampen op te vangen, te voeden en niet te ontwapenen. Door die kampen dichtbij de grens toe te staan schiepen de VN zelf een onhoudbare, destabiliserende situatie: de kampbewoners, onder wie veel daders van de genocide uit 1994, zijn nu opnieuw op de vlucht.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, drong enkele weken geleden bij zijn eerste bezoek als bewindsman aan Afrika aan op sluiting van de kampen. Hij lanceerde ook een idee voor een vredesmacht die door de VS en Europa zou worden gefinancierd en door Afrika bemand. Maar nu opnieuw, net als in 1994, een absolute noodsituatie is ontstaan, doet Christopher er het zwijgen toe. Volgende week zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen, en dat is niet het juiste moment om riskante militaire avonturen te beginnen.

“Wij denken dat de VN of het Internationale Rode Kruis hierin de leiding moeten nemen”, zei de woordvoerder van het State Department afgelopen maandag. De VN mogen van de VS de leiding hebben, wanneer dat de VS uitkomt. Een dergelijke selectieve benadering van Washington deed de Nederlandse militair adviseur van Boutros-Ghali, generaal-majoor Van Kappen, onlangs naar aanleiding van de problemen in Burundi in deze krant verzuchten: “Dat de VS als machtigste land ter wereld niet willen meedoen, maar wel van de VN verlangen dat we het op een andere manier opknappen, frustreert me.”

Washington roept ook om een bestand, dat moet worden afgedwongen door de batterij gezanten. De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid heeft eveneens bemiddelaars gestuurd, maar deze regionale organisatie heeft al vaker bewezen geen vuist te kunnen maken.

De Keniaanse president Moi heeft aangekondigd komende dinsdag een regionale topconferentie over Oost-Zaïre te zullen houden, maar het is onduidelijk wat daarvan moet worden verwacht. Rwanda zei begin deze week zo'n regionale top en onderhandelingen niet nodig te vinden. Zaïre wil niet praten zolang er Rwandese troepen in het land zijn. Afrikaanse diplomaten hopen dat de Tanzaniaanse oud-president Nyerere of de Zuidafrikaanse president Mandela hun invloed zullen aanwenden.

Wie nu de geprekspartners bij de strijdende partijen zijn, is onduidelijk, bijvoorbeeld in Zaïre dat geen normale staatsstructuren heeft. De strategie van de verschillende partijen is evenmin helder. Datzelfde geldt voor de aard van dit complexe conflict: gaat het hier om een tribaal conflict tussen Tutsi's en Hutu's, een oorlog tussen staten, de definitieve desintegratie van het 240 etnische groepen tellende Zaïre met kans op uitzaaiingen naar elders, of om alles tezamen?

Boetekleed

Hoe begrijpelijk de Westerse terughoudendheid in deze chaos ook moge zijn, de eigen ervaring met het sturen van gezanten van de EU en VN heeft in andere conflicten zoals Bosnië bewezen geen effect te hebben, als die diplomatieke missie niet wordt ondersteund door militaire kracht. Opnieuw wreekt zich nu dat bij de VN geen crisismechanisme is ontwikkeld, dat snel reageren en ingrijpen vanzelfsprekend maakt.

Het Westen heeft vaak de neiging om een conflict in Afrika te beschouwen als “een humanitaire kwestie”, zoals de Amerikaanse VN-ambassadeur Albright deze week nog deed, en niet als een probleem van internationale veiligheid. Er staan voor het Westen in Afrika geen grote economische of militaire belangen op het spel, die nopen tot een stringenter optreden, zo is de onuitgesproken politieke consensus in Europa en de VS. De kans op uitbreiding van het huidige conflict verandert die houding (nog) niet. Afrika blijft voor de grote landen een ontwikkelingsproject, en geen machtsbasis, en daarom krijgt het van oudsher geen politieke prioriteit.

Of zulk 'realisme' onder alle omstandigheden kan worden volgehouden en of het de geloofwaardigheid van Westerse politici bij hun eigen burgers bevordert, is een andere vraag. De herinnering aan de genocide in Rwanda ligt nog vers in het geheugen, en tal van leiders hebben de afgelopen jaren in redevoeringen bij de VN daarvoor het boetekleed aangetrokken en voor herhaling gewaarschuwd. Nu klinkt opnieuw bezorgdheid, maar opnieuw gaat die niet gepaard met zichtbare daadkracht.

Tot nu toe zijn er relatief weinig gruwelijke televisiebeelden uit Oost-Zaïre in het Westen te zien als gevolg van de geringe bewegingsvrijheid van de media, hoe mensonterend de scènes ook zijn. Zolang de beelden nog niet ondraaglijk worden, zal de publieke verontwaardiging van de Westerse burgers beperkt blijven, en daarmee ook de slagvaardigheid van hun leiders.

    • Robert van de Roer