'Pragmatisch' gebruik nieuwe soja

ROTTERDAM, 2 NOV. Het Franse voedingsmiddelenconcern Danone zal van land tot land bekijken of het daar produkten op de markt zal brengen die als bestanddeel genetisch gemanipuleerde sojabonen bevatten. “We zijn daar erg pragmatisch in”, aldus een woordvoerster van het bedrijf gisteren. “Als dat in een bepaald land technische problemen geeft, zullen we proberen de aanvoer van grondstoffen te veranderen of recepten te wijzigen.”

De Franse tak van het Zwitserse Nestlé liet eerder deze week weten gewoon soja-olie van genetisch gemanipuleerde bonen te gaan gebruiken. “Het produkt is toegelaten tot de EU-markt. Dat hebben we geaccepteerd en we zullen het produkt dus gewoon verwerken als dat nodig is”, aldus een woordvoerder van Nestlé. Een heel ander geluid kwam vorige week vrijdag van Nestlé Duitsland, dat stelt in geen geval produkten van gemodificeerde soja te zullen gebruiken. Hoewel de Duitse dochter ervan overtuigd is dat het produkt veilig is, wil zij tegemoetkomen aan de verwachte weerzin van de consument. De milieu-actiegroep Greenpeace heeft al een campagne aangekondigd tegen de nieuwe sojabonen, op grond van vermeende allergische reacties bij de consument.

Enige opwinding over de genetisch gemanipuleerde sojaboon, die nu op grote schaal in allerlei voedingsprodukten zal worden verwerkt, ontstond afgelopen zomer al, toen de Europese Unie goedkeuring hechtte aan toelating van de gemodificeerde soja tot de markt. In 1994 beoordeelde de Wereldgezondheidszorganisatie (WHO) de nieuwe sojaboon als onschadelijk voor de mens. Maar nu de oogst uit de Verenigde Staten er werkelijk aankomt, wordt de discussie heviger.

De gemodificeerde boon maakt nog slechts twee procent uit van het totaal, maar het probleem is dat hij in de bulk niet meer te achterhalen is. Voor actievoerders en milieu-organisaties is daardoor de gehele oogst 'besmet'. Consumentgevoelige voedingsbedrijven moeten zich indekken. Nutricia, dat een forse markt in Duitsland heeft, liet al laten weten geen gemanipuleerde soja te zullen gebruiken in met name baby-voeding. De Duitse consument heeft zich tot nu toe buitengewoon huiverig getoond. Unilever, dat veruit de meeste soja verwerkt in Nederland, schakelt wel volledig over op het nieuwe produkt. Gemodificeerde soja is al op de markt, maïs zal over enige tijd zonder twijfel volgen. Op een workshop, afgelopen zomer, van het Produktschap Margarine, Vetten en Oliën over genetisch gemodificeerde sojabonen bleek dat het allemaal slechts een kwestie van tijd is. Volgens de Wageningse hoogleraar professor dr.ir. R. Rabbinge zijn wereldwijd al meer dan duizend veldproeven gehouden met transgene gewassen. Bij 184 proeven is het genetisch materiaal van de planten zodanig veranderd dat zij bestand zijn tegen 'stress' die wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld hitte of droogte. Bij vele honderden andere studies zijn gewassen genetisch resistent gemaakt tegen insecten, schimmels, bacteriën en virussen.

Maar veruit de meeste van dit soort biotechnologische experimenten (rond 340) zijn gericht op 'herbicide-tolerantie'. Het erfelijk materiaal van de planten is dan zodanig veranderd dat zij - in tegenstelling tot het omringende onkruid - niet het loodje leggen als de boer de gifspuit hanteert. De genetisch gemanipuleerde soja is een produkt van die laatste soort.

De Amerikaanse chemiegigant Monsanto heeft glyfosaat, een onkruidverdelger, op de markt die de merknaam 'Roundup Ready' heeft meegekregen. Roundup wordt al ruim twintig jaar in meer dan honderd landen gebruikt. Ook in Nederland is het een bekend 'breed spectrum' verdelgingsmiddel, dat in bos, boomgaard, onbeteeld land en tussen trottoirtegels wordt gespoten. Monsanto heeft de afgelopen jaren in het laboratorium een sojaboon zodanig gemodificeerd dat hij ongevoelig is voor glyfosaat. De fabrikant levert dus een 'dubbelpak': een bestrijdingsmiddel met bijbehorend sojazaad, dat overigens niet door Monsanto zelf, maar in licentie door zaadbedrijven wordt verkocht.

Normaal gesproken bindt glyfosaat zich aan een bepaald eiwit in de plant, waardoor dat eiwit zijn noodzakelijke werk niet meer kan doen. Gevolg is dat de plant doodgaat. In het laboratorium heeft de fabrikant ontdekt dat de bodembacterie Agrobacterium sp. een nagenoeg identiek eiwit aanmaakt, maar het eiwit van deze bacterie heeft hoegenaamd geen affiniteit met glyfosaat. Er heeft geen binding plaats en dus kan het eiwit gewoon zijn werk blijven doen. Kunst is vervolgens het deeltje van het bacterieel DNA dat voor dit eiwit codeert de plaats te laten innemen van het vergelijkbare gen in het soja-DNA. Het 'monteren' van dat gen op de goede plek is mogelijk met behulp van een voor deze plant ongevaarlijk virus, zoals het bloemkoolmozaïekvirus.

De voornaamste sojaproducenten zijn de Verenigde Staten, Brazilië en Argentinië. Het Europese klimaat leent zich niet goed voor het produkt. Italië en Frankrijk zijn samen goed voor één procent van de wereldproduktie. Bij het oogsten gaat alles bij elkaar en wordt het in bulk opgeslagen. De wereldproduktie van soja omvat 110 miljoen ton. De helft daarvan wordt verbouwd door Amerikaanse boeren.

Het landbouwareaal waarop soja wordt geteeld is ruim 25 miljoen hectare groot. Dat is ongeveer zevenmaal het grondgebied van Nederland. Op twee procent van dat land, zo'n 500.000 hectare, staat nu al herbicideresistente soja. De bonen worden op de goederentermijnmarkt verhandeld - belangrijkste beurs is de Chicago Board of Trade - en ze zullen nu voor het eerst in produkten als koekjes, margarine, mayonaise, tahoe, ketjap en koffie-creamer worden verwerkt.

Door die bulkopslag is het onmogelijk te achterhalen welke boon herbicideresistent (HR) is en welke niet. Om die reden is het onmogelijk eindprodukten van etiketten te voorzien waarop staat of er al dan niet HR-soja in zit. Hoewel de gemiddelde Nederlander het idee heeft dat het hier om een exotisch produkt gaat, dat enkel wordt verwerkt in tofu, tempeh, tahoe en ketjap, is de toepassing van de soja-olie zeer verscheiden. Slaolie, margarine, mayonaise, frituurvet, dressings, koffie-creamer, koekjes en kant-en-klaarmaaltijden bevatten vrijwel altijd soja-olie.

Soja-eiwitten zitten in allerlei bakkerijprodukten, maar ze worden ook als vleesvervanging gebruikt in worst, soep en - tot nu toe - babyvoeding. Daarnaast vormen soja-olie, -lecithine, en -eiwit zeer belangrijke ingrediënten in talloze veevoeders.

Niet bekend

Soja-boeren hebben een ernstig onkruidprobleem. Een hectare van hun grond telt doorgaans 50 tot 100 miljoen onkruidzaadjes, waarvan er in één seizoen minimaal twee miljoen tot wasdom komen. Het onkruid ontneemt de sojaplant licht, voedsel en vocht. De opbrengst per hectare neemt daardoor af, maar ook de oogst zelf wordt een stuk lastiger. Bovendien is die oogst door 'besmetting' met onkruidzaad van mindere kwaliteit. De sojaboer hanteert de gifspuit dus graag en met grote regelmaat, want wieden - de mechanische bestrijding - zorgt veelal voor bodemerosie en is daarom vaak bij wet verboden. Omdat onkruidverdelgers meestal specifiek werken en dus maar één soort onkruid aanpakken moet de producent naar een aantal verschillende giffen grijpen. Daarnaast vragen achtereenvolgende groeistadia om andere middelen. Een niet te overzien probleem ten slotte ontstaat als planten ongevoelig worden voor een bepaald verdelgingsmiddel.

Bij de huidige manier van onkruidbestrijding derven de Amerikaanse sojaboeren voor ongeveer 4,6 miljard dollar aan oogstinkomsten. Om te voorkomen dat het onkruid tijdens de groei van de soja opkomt wordt de bodem nog voor het inzaaien van de soja behandeld met herbiciden. De helft van alle bestrijdingsmiddelen wordt ingezet voordat de soja is gezaaid. Aan actieve stof wordt gemiddeld 1,13 kilo op een hectare gestrooid. Dat kost de boer 53 dollar. Op die manier hebben deze boeren in het oogstjaar '93/'94 meer dan een miljard dollar uitgegeven aan onkruidbestrijding op 24,7 miljoen hectare. Met het 'dubbelpak' van Monsanto is 0,74 kilo Roundup per hectare toereikend. Al met al kan de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen worden teruggebracht tot 0,74 kilo per hectare.