Ook zonder Fokker nog kansen in vliegtuigbouw

ENSCHEDE, 2 NOV. “Als Fokker door Samsung wordt overgenomen moet er een overheidsbeleid komen dat de magneetwerking die van zo'n eindlijn voor de vliegtuigfabricage uitgaat, zoveel mogelijk stimuleert.” Drs. Hans Heerkens, docent luchtvaartkunde aan de Universiteit Twente verbaast zich er al geruime tijd over dat een samenhangende beleidvisie van de overheid op de Nederlandse luchtvaartindustrie ontbreekt.

“Economische Zaken is sinds het faillissement van Fokker met zo'n rapport bezig. Het zou in september klaar zijn, maar ik heb er niets meer van gehoord”, zegt Heerkens die tevens redacteur is van het blad Luchtvaart. Het gaat erom zegt hij dat je als overheid een beeld hebt van de luchtvaartindustrie, de bedrijven en toeleveranciers die nog over zijn, de samenhang met andere industrietakken en de rol die instituten als NIVR en NLR kunnen spelen. “Ik zeg niet dat je in Nederland perse een luchtvaartindustrie moet behouden. Ik zeg wel: doe iets met de kennis die je in huis hebt”. En volgens Heerkens zijn er, eventueel ook indien Fokkers vliegtuigbouw wegvalt, nog voldoende kansen voor de Nederlandse industrie om mee te doen. Hij denkt bv. aan de opvolger van de F16, aan het helicopterproject NH90 en in het algemeen aan software, sensoren, materialen, terreinen waarop Nederland naar zijn mening wel degelijk iets te bieden heeft.

“De hele luchtvaartindustrie in Nederland is altijd opgehangen aan die eindlijn voor vliegtuigen. En inderdaad bestaat het risico dat, indien die wegvalt, iedereen z'n eigen weg gaat.” Maar ook zonder vliegtuigassemblage zijn er kansen, meent Heerkens. En dan vooral in de bouw van subsystemen als vleugels, cockpits e.d. “De Fokker-cockpit is heel modern. In Delft zijn ze nu bezig met een simulator-project. Daarmee kan die cockpit nog veel beter gemaakt worden. Het bijkomende voordeel is dat je met subsystemen minder risico's loopt maar meer winst kan maken dan met complete vliegtuigen.”

Heerkens' kritiek sluit naadloos aan op de verwijten die de Algemene Rekenkamer deze week maakte aan het adres van Economische Zaken. Volgens de Rekenkamer heeft het EZ bij verschillende steunoperaties, ook voor Fokker, de afgelopen jaren ontbroken aan goede onderbouwing. Zo zou het departement niet hebben geweten hoe het luchtvaartcluster er precies uit zag en welke rol Fokker daarin precies kon spelen. Economische Zaken zegt dat een dergelijke inventarisatie - een sterkte/zwakte-analyse van de luchtvaartindustrie - wel in de maak is. De opdracht daarvoor is verstrekt aan het bureau Booz, Allen Hamilton.

Een overname van Fokker door Samsung is in Heerkens' visie beslist niet zaligmakend. “Als ik erover lees krijg ik een beetje een déja vu-gevoel. Zo van: we moeten die eindlijn redden en de overheid hoeft er geen geld meer in te steken.” Het is, aldus Heerkens, weer precies hetzelfde als bij de overname door DASA. Ook toen zat men op deze lijn. “Maar als je nog tenminste vijf jaar lang interessant werk wilt binnenhalen dan moet de Nederlandse overheid met geld over de brug komen. Dat zal ook nu nodig blijven. Samsung laat Fokker geen interessant werk en winstgevend werk doen als de ontwikkelingskosten daarvoor moeten worden gemaakt door het moederbedrijf of de Koreaanse belastingbetaler.”

De Nederlandse overheid zal dus financieel betrokken moeten blijven bij Fokker, vindt Heerkens. “En dan is het nodig een goed onderbouwd beleid te hebben en af te wegen wat de luchtvaartindustrie andere economische sectoren nu eigenlijk kan en moet opleveren.”

Een overname door Samsung is volgens Heerkens bepaald niet zonder risico's. “Fokker is een bedrijf in ontbinding, vergeet dat niet. En Samsung heeft geen ervaring in de bouw van verkeersvliegtuigen. Samen hebben ze eigenlijk maar één succesvol programma: de Fokker 70 resp. de Fokker 100. Om een samenwerking goed van de grond te krijgen is een zaak van lange adem.” Fokker loopt naar de mening van Heerkens de kans onder de hoede van Samsung de aansluiting te verliezen bij en te vervreemden van de Europese luchtvaartindustrie. En die is momenteel toonaangevend op het gebied van de vliegtuigen die Fokker bouwt.

Heerkens verwacht dat de komende jaren diverse interessante Europese samenwerkingsprogramma's op gang zullen komen om technologisch geavanceerde vliegtuigen te bouwen. Dat is volgens hem ook nodig om een aantal landen met een jonge luchtvaartindustrie - Canada, Indonesië, Brazilië - de baas te blijven. “Je ziet dat landen zonder echte luchtvaarthistorie steeds meer aan de markt gaan knabbelen.”

Als Fokker zich ophangt aan Samsung zal het dan nog de kans krijgen zich te ontwikkelen als kenniscentrum voor de Europese luchtvaartindsutrie, vraagt Heerkens zich in gemoede af. “Als Samsung aansluiting zoekt bij de Europese industrie is het geen probleem. Maar gezamenlijke Europese research en werk voor bij voorbeeld Airbus wordt moeilijk bij overname door een Samsung dat samen met Boeing werkt aan een super Jumbo.”

    • Ben Greif
    • Marc Serné