Minder studenten lenen bij lagere beurs

ROTTERDAM, 2 NOV. Steeds minder studenten bouwen een studieschuld op ondanks verlaging van de basisbeurs. In 1991 had nog 40 procent van alle studenten een rentedragende lening, vier jaar later was dit afgenomen tot 12 procent.

Dit blijkt uit een in opdracht van minister Ritzen van Onderwijs uitgevoerd onderzoek van het Economisch Instituut Tilburg naar het feitelijke leengedrag en de schuldopbouw onder studenten. Doordat het giftdeel in de studiefinanciering daalde is het gemiddelde leenbedrag per student wel gestegen, vooral nadat in januari 1995 alle studenten ongeacht het inkomen van hun ouders konden lenen. Het gemiddeld opgenomen maandbedrag nam toe van 167 tot 370 gulden.

De onderzoekers stellen dat de aanscherpingen van de studiebeurzen geen invloed hebben gehad op de keuze van jongeren om te gaan studeren in het hoger onderwijs. In hoeverre de veranderingen invloed hebben op de keuze voor hogeschool of universiteit, weten de onderzoekers niet. Feit is dat de laatste jaren hogescholen aanzienlijk meer studenten trekken, terwijl universiteiten het aantal studenten zien dalen. Wel lenen veel studenten minder dan het toegestane maximum. Door dit bewuste leengedrag blijven de uiteindelijke studieschulden beperkt, aldus de onderzoekers.

Het instituut schat dat de uiteindelijke hoogte van een studieschuld voor een student aan de universiteit met een maximale aanvullende beurs 25.536 gulden (inclusief rente) is, als hij vijf jaar het volledige bedrag leent. De gemiddelde universiteitstudent zonder aanvullende beurs neemt 37 procent van het maximale leenbedrag op. Dit levert hem na vijf jaar een schuld op van 19.411 gulden. Uit ander onderzoek blijkt dat aankomende studenten een studieschuld van 23.000 tot 29.000 gulden acceptabel vinden. Bij hogere schulden zullen leerlingen uit lagere sociale milieus eerder besluiten niet te gaan studeren in het hoger onderwijs.

Ritzen ziet in het Tilburgs onderzoek een bevestiging van zijn standpunt dat er geen aanleiding is tot reparatiemaatregelen in de studiefinanciering. Wel is het volgens hem nodig de ontwikkelingen rond het geleende gedrag blijvend te volgen.