Krenten in een zee van pap

HET OVERKWAM JEZUS al tweeduizend jaar geleden, en nu is het de beurt aan het Internet: eerst is het een en al hosanna en botertje tot de boom, waarna plotseling het 'kruisigt hem' opborrelt. Als de vergelijking werkelijk opgaat, gaat het Internet uiteindelijk een grootse toekomst tegemoet.

Maar voorlopig is na de eerste euforie de aanval ingezet op het nieuwe communicatie-wondermiddel, op twee fronten. Een paar weken kwamen er alarmerende berichten over een nieuwe ziekte, het soldatenhart van het fin de siècle: informatiemoeheid. Steeds meer managers zouden zo overstroomd worden met 'informatie' dat ze door de bomen het bos niet meer zagen, als verlamd in hun kantoorstoelen hangen, terwijl de wereld om hen heen instort. Een van de voornaamste boosdoeners zou het Internet zijn. De tweede aanval kwam deze week uit Duitsland, waar een rapport verscheen met de verontrustende mededeling dat het zoeken van informatie op het Internet vaak onverantwoord veel tijd en geld kostte, terwijl met een paar telefoontjes hetzelfde of meer bereikt had kunnen worden.

Maar net als tweeduizend jaar geleden al het geval was, lijkt ook nu zowel het 'hosanna' als het 'kruisigt hem' vooral te komen uit kelen die het object van hun aandacht maar nauwelijks kennen. Over de zegeningen van het World Wide Web - want dat gemakkelijk toegankelijke grafische gedeelte van het complex dat Internet heet wordt meestal bedoeld als men over het Internet praat - werden en worden nogal wat sprookjes verteld, niet in de laatste plaats door de werkelijke enthousiastelingen van het eerste uur. Wereldwijde verbroedering, in rook opgaande grenzen van tijd en ruimte, en vooral onmiddellijke toegang tot de waarheid over alles zouden ons deel worden.

Het waren de toekomstvisioenen van bevlogen pioniers, en ze worden tot op de dag van vandaag klakkeloos verder verteld. Nu staan voor veel moderne, job-hoppende (sub)topmannen in grote bedrijven maar twee dingen in het leven vast: alleen de cijfers doen ertoe, en snelle informatie (niet te verwarren met kennis) is macht. Zij denken meer in termen van kosten dan in termen van het produkt dat hun bedrijf maakt of de middelen waarmee dat produkt gemaakt wordt. Ze hebben er ook nauwelijks belangstelling voor. De soepfabrikant van vandaag is morgen even gemakkelijk uitgever, of directeur van een gloeilampenfabriek.

De internetsprookjes raakten bij een aantal managers rechtstreeks hun gevoeligste snaar. Snelheid en onbeperkte toegang tot informatie, dat klinkt naar zowel kostenbesparing als meer macht. Als dat geen hosannaatje waard was? Haastig zijn op die basis nogal wat bedrijven on-line gebracht, zonder dat men zich erg verdiepte in hoe je dat het beste kon doen, en doorgaans zonder de mensen op de werkvloer goed vertrouwd te maken met de nieuwe spullen en hun bedoeling. Het resultaat kan dan alleen maar tegenvallen: de sprookjes blijken sprookjes, maar de schuld daarvan ligt niet bij het World Wide Web.

Wonderlijk is vooral de klacht over de hoge kosten van het zoeken van informatie op het Web. Elke netsurfer weet dat zoeken, als je een goede provider hebt, niet meer kost dan de verbinding naar het Internet zelf, een verbinding die in een bedrijf toch de hele dag openstaat. De beste verklaring kwam tot nu toe van Euronet-directeur Arko van Brakel, die in de Volkskrant veronderstelde dat veel van de onderzochte Duitse bedrijven met de online-dienst Compuserve in zee zijn gegaan, in plaats van met een echte internet-provider. Compuserve vraagt namelijk bovenop de abonnementskosten een bedrag per zoekopdracht, en dàt kan stevig in de papieren lopen.

De teleurstelling over de lange tijd die met zoeken gemoeid is valt beter te begrijpen. Informatie wordt nog steeds beschouwd als een schaars goed, waarvan het bezit in eerste instantie belangrijker is dan de kwaliteit ervan. 'Eerst verzamelen, dan schiften' was eeuwenlang een goede strategie, en dat sla je er niet een-twee-drie uit. Maar die strategie werkt niet op het Web: er is een overvloed aan vroeger moeilijk toegankelijke informatie beschikbaar gekomen, maar het Web heeft zelf ook een stortvloed van rommel veroorzaakt die anders nooit verder gekomen zou zijn dan het hoofd van de bedenker, of op zijn best de borreltafel van het buurtcafé. Er is dus oneindig veel meer beschikbaar, maar de gemiddelde kwaliteit is lager. Daar staat tegenover dat de middelen om in die overvloed de weg te vinden uiterst primitief zijn. Om een idee te geven: zoeken naar een typisch Internetbegrip als 'plugin' - een plugin is een klein programmaatje dat extra mogelijkheden geeft aan bladerprogramma's voor het Web, en dat pas sinds goed een jaar bestaat - levert een lijst van maar liefst ongeveer 10.000 mogelijk relevante documenten op. 'Gasket', het Engelse woord voor pakking, levert 7.000 treffers op, 'Mackerel' (makreel) en 'haddock' (schelvis) doen ieder 4.000, inclusief Batman (Robins kreet 'holy mackerel!) en de bekende zeebonk uit Kuifje. 'Mining equipment' is goed voor 1000 documenten, evenals 'Zapruder', de man die Kennedy's dood filmde. Zelfs wie naar een rariteit als Fabergé-ei vraagt krijgt nog een berg van 300 documenten over zich uitgekieperd. Voordat je uit zo'n zee van grotendeels waardeloze pap de juiste krenten hebt gepikt ben je uiteraard wel even bezig. En ondertussen groeit in je het machteloze gevoel dat er misschien wel van alles door je vingers glipt. Informatiemoeheid ligt op de loer!

Zo kan het uiteraard niet blijven gaan, zeker niet omdat het net blijft groeien, en daarmee ook de onzin die er te vinden is. Een bijkomend probleem is veroudering. Heel wat webpagina's verdwijnen na verloop van tijd weer, maar blijven wel in de databases staan van de zoekprogramma's op het Web. Steeds vaker blijken sommige pagina's die een zoekopdracht oplevert bij nader inzien dan ook niet te vinden. Dat is niet alleen irritant, maar maakt het zoeken nog inefficiënter dan het al is. De oplossing zit vermoedelijk toch in voorselectie. Gewoon, ouderwetse redacties die op een intelligente manier goede, doelgerichte elektronische kranten en tijdschriften maken. Dat verlost de rest van de mensheid van veel dat ze maar beter niet kunnen weten.

    • Rik Smits