Koningschap

J.L. Heldring gaat in zijn rubriek 'Dezer dagen' van 25 oktober 'Einde van de verwennerij in zicht', naar mijn mening behoorlijk in de fout.

Om te beginnen maakt hij nauwelijks duidelijk wat hij met 'verwennerij' bedoelt en, waar hij de uitleg dan al aan de lezer overlaat, zou het hem gesierd hebben wanneer deze titel tenminste met een dik vraagteken besloten zou zijn.

Vervolgens: als Heldring stelt dat “zo'n kwestie voorlopig wel niet door een Nederlandse minister-president aanhangig gemaakt zal worden” vraag ik me af: Waarom dan wèl door Heldring? Toch niet omdat daar nu enige reden of aanleiding voor zou zijn. De vergelijking van onze vrouwelijke staatshoofden met hun mannelijke voorgangers snijdt ook weinig hout, in aanmerking genomen de ingrijpende wijziging die zich inmiddels in de opvattingen over en invulling van het koningschap heeft voorgedaan (en niet alleen in Nederland!) van het (min of meer 'verlicht') despotisme tijdens koning Willem I naar de huidige democratische vorm van constitutionele monarchie.

Voorts: een reeks onbewezen / niet te bewijzen, maar wel tendentieuze opmerkingen / veronderstellingen waarbij de opvolging (in casu door prins Willem Alexander) in het geding is. Bijvoorbeeld zijn leeftijd op dat moment, waarbij opgemerkt zij dat zijn moeder bij deze gelegenheid 42 jaar was, zijn grootmoeder 39 en hij, aannemende dat koningin Beatrix evenals haar voorgangsters omtrent haar 70ste afstand doet, in dezelfde leeftijdsgroep zal vallen! Eén leeftijd waarvan wij plegen te zeggen dat dan 'het leven begint!'

Er is mijns inziens weinig aanleiding zorg te hebben over de troonopvolging door de zoon van zulk een voortreffelijk ouderpaar, die bovendien zijn tijd niet in ledigheid doorbrengt, óók niet als hij 'in uniform gestoken is!'

Om te weten dat ook monarchen van het mannelijk geslacht hun taak voortreffelijk kunnen vervullen hoeven we slechts te kijken naar onze zuiderburen waar zij, ook in moeilijke tijden, in dit tragisch verdeelde land nog een uniek symbool van nationale verbondenheid zijn.

Ondanks alle lof die Heldring de vrouwelijke leden toezwaait maakt zijn verhaal, met name ook het 'waarschuwende' besluit, op mij de indruk van stemmingmakerij en verkapt anti-monarchisme op termijn.