Kocabas voelt zich opvolger van Delibas

Noem hem de opvolger van Orhan Delibas en hij zegt: “Ja, waarom niet? Wij zijn Turk en die hebben karakter.” Bokser Hüsnü Kocabas (17) doet vanaf morgen in Havana een gooi naar de wereldtitel bij de junioren.

PAPENDAL, 2 NOV. Vanuit de boksring weerklinkt gegrom en geroffel. In nationaal sportcentrum Papendal nemen bondscoaches Hennie van Bemmel en Ben Zwezerijnen hun beide pupillen onder handen en dat gaat, hoe kan het ook anders, niet zonder slag of stoot. Twee veertigers oog in oog met twee tieners. Als de kleinste van het stel zijn trainer voor de zoveelste keer te snel af is, slaakt deze een kreet van ontzetting. “Hij is niet achterlijk”, roept Zwezerijnen.

Hüsnü Kocabas is weliswaar pas zeventien jaar, zijn capriolen tussen de touwen verraden volwassenheid. Ondanks een onschuldig kindergezicht en een vlassig pubersnorretje. Amper drie turven hoog - 1 meter 64 om precies te zijn - maar voor niets of niemand bang. “Hoewel ik eigenlijk een heel rustige jongen ben”, bekent hij na afloop van de training. Maar kom hem niet tegen in de ring. “Want dan wil ik vreselijk graag winnen.”

Kocabas, zoon van Turkse ouders, geldt als het grootste talent waar de Nederlandse Boks Bond (NBB) momenteel over kan beschikken. Het lichtgewicht lijkt voorbestemd om in de voetsporen te treden van Orhan Delibas. Zegt bondstrainer Van Bemmel, ruim twaalf jaar de steun en toeverlaat van de vuistvechter die inmiddels professional is en als The Turkish Delight door het leven gaat. Van Bemmel: “Hüsnü heeft wat Orhan heeft: geloof in eigen kunnen, gevoel voor eigenwaarde, charme en flair, en niet te vergeten: uitstekende reflexen. Kortom, een innemend mannetje met heel veel potentie.”

Zelf gaat de junior een stap verder. Hüsnü Kocabas lijkt niet alleen voorbestemd om Delibas op te volgen. Welnee, hij is de troonopvolger van zijn grote voorbeeld. “Ja, waarom niet? Dat hoop ik niet alleen, dat geloof ik ook echt. Ik heb binnen korte tijd al veel gewonnen en daarom veel zelfvertrouwen. Ik weet wat ik wil en wat ik kan. Orhan en ik, wij zijn beide Turk en Turken hebben karakter. Die weten van aanpakken.”

Aangemoedigd door vrienden en bekenden stapte Kocabas drie jaar geleden een boksschool binnen in zijn woon- en geboorteplaats Den Bosch. Voetbal kon hem niet langer bekoren. “Het begon me te vervelen omdat ik wist dat ik de top toch niet zou halen. Ik ben ook geen teamsporter. Zoals veel andere Turken ben ik heel individueel ingesteld. En op school was ik bovendien altijd al een vechtersbaas.”

Kocabas' eerste optreden op het canvas maakte indruk. Een jongen met mogelijkheden, oordeelde Hennie Mandemaker en de clubtrainer van boksvereniging Olympia haalde Kocabas over tot een lidmaatschap. Bij sparren bleef het niet. Kocabas begon wedstrijden te boksen, maakte kort daarop zijn internationale debuut en won al snel enkele prijzen. Een nieuwe Delibas was opgestaan, klonk het in de wandelgangen.

Jeugdig talent kan het Nederlandse amateurboksen dezer dagen wel gebruiken. Want de sport die kortgeleden nog hoogtijdagen beleefde, maakt moeilijke tijden door. In Barcelona verschenen vier jaar geleden nog zes boksers in de ring. Deze zomer schitterde Nederland door afwezigheid op het olympisch bokstoernooi in Atlanta. Oorzaken: afscheid van wat Van Bemmel “een unieke lichting” noemt en de massale uittocht naar de rijen der professionals.

Afgelopen maandag waren Van Bemmel en Zwezerijnen getuige van de finales van de Nederlandse kampioenschappen voor senioren in Rotterdam. Het gestuntel tussen de touwen stemde beiden somber. “Het was drie keer niks”, aldus Zwezerijnen. Junior Kocabas ontbrak in sportcentrum Schuttersveld. Van Bemmel: “Maar hij zou met vlag en wimpel kampioen zijn geworden bij de vedergewichten.”

Bij gebrek aan talent bij de senioren hebben Van Bemmel en Zwezerijnen hun aandacht verlegd naar de jeugd. Beide bondscoaches stelden een jeugdplan op en overtuigden de NBB van de noodzaak om de leeftijdsgrens te verlagen. Voortaan mogen jeugdige pugilisten al op hun veertiende in plaats van hun zestiende wedstrijden boksen. Van Bemmel: “Waardoor ze op hun achttiende, dus op het moment dat ze senior worden, een redelijke staat van dienst hebben.”

Kocabas heeft zijn toekomst zorgvuldig uitgestippeld. “Over vier jaar meedoen aan de Olympische Spelen en dan prof worden.” Adviezen wint hij in bij Delibas, sinds kort terug in Nederland na dertien maanden in de Verenigde Staten te hebben getraind. Of dat laatste wel zo verstandig was, waagt Kocabas te betwijfelen. “Hij heeft in Amerika maar weinig vooruitgang geboekt. Vind ik tenminste.”

Steun krijgt hij verder in ruime mate van zijn familie, zijn vader voorop. Ja, het verhaal over Delibas is Kocabas bekend. Vader Delibas ontstak niet zelden in woede na een minder geslaagd optreden van zijn zoon. Sommigen beweerden dat vader Delibas zodoende de drijvende kracht was achter de successen van zijn zoon. Kocabas: “Vader is thuis de baas. Zo hoort dat ook.”

Zijn eerstvolgende doel vormt de wereldkampioenschappen voor junioren, die morgen beginnen in de Cubaanse hoofdstad Havana. Kocabas komt uit in het bantamgewicht, de klasse tot 54 kilogram. Leeftijdgenoot Gerrits, de andere Nederlandse deelnemer, verschijnt in het middengewicht, de klasse tot 75 kilogram. Orhan Oztürk, een ander talent en net als Delibas en Kocabas van Turkse afkomst, is pas zestien en daarmee te jong voor uitzending naar Cuba. Te midden van het internationale gezelschap, met vertegenwoordigers uit 33 landen, denkt Kocabas in Havana hoge ogen te kunnen gooien. Een medaille wellicht? Hij knikt. “Moet kunnen.”

Ware bokskampioenen dragen een bijnaam, maar Kocabas moet het voorlopig zonder doen. Hoewel, constateert hij na een korte pauze. Boksnü noemen zijn studiegenoten op het CIOS in Arnhem hem sinds kort. Hij lacht en zegt: “Eerlijk gezegd vind ik Hüsnü mooier.”