Graag de lucht in; Vliegen zonder angst: het kan

VLIEGANGST KOMT vaak voor. Uit onderzoeken in westerse landen blijkt dat zo'n dertig procent van de volwassenen er last van heeft. Maar er is hoop. Behandelingen tegen vliegangst hebben in vrijwel alle gevallen succes. In Nederland wordt vliegangst behandeld bij de Stichting VALK, een samenwerkingsverband van de Leidse universiteit, de KLM en Schiphol.

Sinds 1989 heeft VALK ruim duizend mensen behandeld. Wie zich opgeeft moet eerst enkele vragenlijsten invullen, zegt directeur Lucas van Gerwen. “Een hiervan dient om vast te stellen in welke omstandigheden vliegangst optreedt. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij het zien van een vliegtuig, de aankomst op een vliegveld of het begin van de vlucht. Via een andere vragenlijst wordt het type angst vastgesteld. Zijn er paniekaanvallen, heeft de patiënt somatische klachten of uit hij zijn angst cognitief?” Het laatste betekent dat hij negatieve gedachten heeft over het vliegen.

De behandeling kan individueel zijn, groepsgewijs of een combinatie van beide, maar de inhoud is steeds dezelfde. Tijdens het individuele gedeelte worden persoonlijke klachten behandeld, zoals fobieën. Ontspanningsoefeningen worden aangeleerd, evenals manieren om de angst onder controle te krijgen. Vervolgens wordt de patiënt geleidelijk aan meer blootgesteld aan de diverse aspecten van een vlucht. Dit gebeurt in een gedeeltelijk nagebouwde vliegtuigcabine, die de stichting heeft opgesteld in een van haar ruimtes bij de Universiteit van Leiden.

De groepsbehandeling gaat van start met een inleiding van een captain op een Boeing 747, die uitleg geeft over vliegtuigen, procedures in de luchtvaart, verkeersleiding en meteorologie. Vliegangstigen krijgen daardoor een beter beeld van de luchtvaart. Belangrijk, vindt Van Gerwen, omdat een deel van de angst is terug te voeren op een gebrekkige of verkeerde voorstelling van zaken. “Menig luchtreiziger denkt bijvoorbeeld ten onrechte dat een verkeersvliegtuig uit de lucht valt, als een motor het begeeft.” Bij de behandeling in de groep krijgt de patiënt inzicht in zijn angsten en fobieën. Vervolgens wordt de confrontatie met het 'echte werk' intensiever, zoals een bezoek aan een verkeersvliegtuig in een hangar op Schiphol. Verder maakt VALK gebruik van een simulator van een cabine van een Airbus A310, waarin de KLM de training van cabinepersoneel verzorgt. In de cabine worden twee 'vluchten' gemaakt. Bij de eerste worden de geluiden en bewegingen uitgelegd, tijdens de tweede oefenen de patiënten de technieken om hun angst te onderdrukken. De klap op de vuurpijl is een retourvlucht met een KLM-toestel van Schiphol naar een Europese bestemming.

Daarmee is men er nog niet helemaal. Van Gerwen: “We raden de patiënten dringend aan om binnen drie maanden daarna nog een vlucht te maken. Dan kunnen ze het geleerde zelfstandig in praktijk brengen.” Drie maanden na de behandeling volgt een middagprogramma, waarin aandacht wordt besteed aan een eventuele terugkeer van de vliegangst en de methoden om deze angst onder controle te houden. Zes en twaalf maanden na hun behandeling stuurt de stichting een evaluatieformulier om het succes van de behandeling te kunnen peilen.

Het 'succespercentage' van VALK ligt op 96. Gevraagd naar de reden van deze hoge score, de hoogste ter wereld, antwoordt Van Gerwen: “Ons programma kent de beste diagnostiek van vliegangst. De meeste andere programma's hebben minder elementen. Bovendien krijgen patiënten bij ons een cassettebandje met instructies en oefeningen, dat zij kunnen beluisteren als zij zich angstig voelen. Dit bandje is speciaal gemaakt voor de desbetreffende patiënt. Bij andere behandelprogramma's wordt zo'n bandje niet gegeven. Tot slot maken wij als een van de weinigen gebruik van een cabinesimulator. Dat gebeurt elders alleen in Zweden.”

CONFERENTIE

De behandelmethoden werden vergeleken tijdens de eerste internationale conferentie van therapeuten, die zich met vliegangst bezighouden. Aan de conferentie, begin van dit jaar gehouden in Tarrytown in de Amerikaanse staat New York, namen 22 mensen uit West-Europa, Noord-Amerika en Australië deel. De Nederlandse deelnemers waren Lucas van Gerwen en René Diekstra, hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden.

Nogal wat elementen uit het Nederlandse behandelprogramma bleken terug te vinden in de andere programma's. Zo eindigen alle programma's met het maken van een vlucht. De groepen bestaan gemiddeld uit twaalf personen, bij VALK is de groepsgrootte acht. De grondlegger van de behandelingen, voormalig Pan Am captain Slim Cummings, ging in het begin van de jaren tachtig van start met groepen van maximaal 120 mensen, een veel te groot aantal. Er was toen nog nauwelijks iets bekend over de optimale aanpak. Momenteel werkt Cummings met groepen van tien personen. Over het verschaffen van informatie over de luchtvaart bestond overigens geen eensgezindheid. Elaine Foreman van de Britse organisatie Freedom to Fly bijvoorbeeld bleek van mening dat die informatie de angst juist kan versterken.

Een belangrijk resultaat boekte de conferentie met het opstellen van een minimale ethische standaard voor een behandeling. In de eerste plaats moet de vliegangst goed gediagnostiseerd worden. De groep patiënten mag niet groter zijn dan 16 personen, en er moet ten minste één begeleider zijn op zes patiënten. Om het geleerde in de praktijk te brengen dient een vlucht van ten minste een uur gemaakt te worden. Tot slot moet een jaar na de behandeling worden geëvalueerd wat het effect ervan is geweest. Ook voor de therapeuten werd een standaard opgesteld. Bij de behandeling moet een psycholoog of psychiater, geschoold in gedragstherapie, betrokken zijn. Daarnaast dient er expertise te zijn op het gebied van luchtvaart, een piloot bijvoorbeeld.

Een behandeling van vliegangst heeft overigens vaak een positieve uitstraling. Mensen leren ook beter om te gaan met andere angsten, wat zowel de psychische als de lichamelijke toestand ten goede komt en het beroep op de gezondheidszorg doet afnemen. Menig verzekeraar staat dan ook niet onwelwillend tegenover een vergoeding van de kosten.

    • Jan van den Berg