Egels zijn oplettend in het verkeer, maar kiezen vaak de spits

Iedereen denkt het te weten: egels tref je vaak als verkeersslachtoffer aan omdat ze graag hun voedsel op de weg zoeken en omdat ze zich, wanneer een auto nadert, oprollen in plaats van weg te lopen. Het asfalt houdt 's nachts nog lang de warmte van de dag vast en trekt daarmee insecten, en dus egels, aan. En na een regenbui zijn het de wormen op de weg, die de egel in de verkeersval lokken.

Het idee werd in 1971 geopperd en gold sindsdien als een gegeven. Er werden nog wat aantrekkelijk klinkende varianten bij verzonnen. Een vicieuze-cirkelvariant, die stelt dat een eenmaal doodgereden egel als aas ook weer egels de weg op lokt. En er was de stuitbaltheorie, nimmer door waarnemingen bevestigd. Een egel zou niet werkelijk door banden geraakt hoeven te worden om toch als slachtoffer te vallen: de zuiging van de passerende auto zou hem tussen chassis en wegdek op en neer laten stuiteren.

In opdracht van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat heeft de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming nu alle beschikbare gegevens op een rij gezet, inclusief die van een eigen klein onderzoek. Er blijkt geen aanleiding om aan te nemen dat egels het wegdek als gedekte tafel zien ('Egels en auto's: een literatuurstudie', J.L. Mulder, VZZ mededeling 28).

Er is veel voor nodig om een egel (Erinaceus europaeus) zich te laten oprollen. Een naderende auto roept die reactie niet op. Pas bij acuut gevaar, zoals een aanraking, rolt hij zich op tot een bal. Verstarren is een meer algemene schrikreactie: even stilzitten met iets ingetrokken kop, terwijl de zintuigen gewoon hun werk blijven doen. Er zijn waarnemingen van verstarde egels die tussen de wielen belandden zonder geraakt te worden, en vrijwel direct daarna weer doorliepen.

Bij onderzoek in en rond de stad Zürich bijvoorbeeld werden heel wat egels gevolgd die probeerden over te steken. Oprollen deden ze zich nooit. Ze doen het heel voorzichtig. Ze tonen zich oplettend, en zoeken bij het tijdig opmerken van een auto of bus weer snel de dekking op. Egels gedragen zich tegenover de weg als tegenover iedere andere ruimte zonder dekking: die moet vermeden worden, of zo snel mogelijk overgestoken. Straten en wegen zien egels als gevaarlijk: dat blijkt uit het feit ze die met hoge snelheid en bij voorkeur loodrecht oversteken. Vanaf acht meter wegbreedte doen ze dat op hun topsnelheid, 0,56 meter per seconde. De gebruikelijke verkeersdrukte ter plaatse lijkt daarbij geen rol te spelen. Als een egel al voedsel van de weg haalt, zoekt hij daarmee snel de dekking op.

Wel is er een andere risicofactor. Egels bewegen zich vooral in de schemering tussen voedselterrein en nest. Vaak kiezen ze dus het plaatselijke spitsuur. Alle oplettendheid ten spijt, vallen ze vaak toch als verkeersdode. Hun zintuigen, in het bijzonder de ogen, zijn niet afgestemd op de snelheid en intensiteit van het autoverkeer. Hun loopsnelheid is dat al helemaal niet.

Het is dus niet waar dat egels in het algemeen de weg opzoeken om voedsel te zoeken, met kortdurende situaties na een overvloedige regenbui misschien als uitzondering. Toch zijn ze soms wel langdurig weggebruiker uit vrije wil. Om zich snel te verplaatsen willen ze nog wel eens de weg volgen langs de rand, bijvoorbeeld via het fietspad.