Een spoor van vuur; Verscheurd Zaïre: de erfenis van 'Messias' Mobutu

Een volledige oorlog tussen Rwanda en Zaïre lijkt nog slechts een kwestie van dagen. President Mobutu Sese Seko was lange tijd het boegbeeld van de natievorming in Zaïre, maar heeft uiteindelijk veel bijgedragen aan de crisis waarin het land nu verkeert. De wereldleiders weten zich geen raad meer met het zoveelste regionale conflict. Het lot van Afrika: steeds weer ontwikkelings- project, nooit een machtsbasis met politieke prioriteit.

De moedige held die bij zijn overwinningen een spoor van vuur achter zich laat'. Dat was de naam die de president van Zaïre, Mobutu Sese Seko, zichzelf aan het begin van de jaren zeventig gaf. Mobutu bevond zich toen op het toppunt van zijn macht. Door de export van vooral koper en diamant ontwikkelde de voormalige Belgische kolonie zich snel. Mobutu, die een einde had gemaakt aan de etnische verdeeldheid in het land na de onafhankelijkheid in 1960, was voor velen het boegbeeld van het Zaïrese 'wonder'.

Meer dan twintig jaar later is er weinig reden meer om Mobutu met zijn zelfgekozen naam aan te spreken. De inmiddels ietwat corpulente president voert in een Zwitserse kliniek een ongelijke strijd tegen prostaatkanker. Critici in Zaïre beweren smalend dat hij gemakkelijk van zijn kwaal afgeholpen had kunnen worden als de 'held' zijn kinderlijke angst voor de dokter eerder had overwonnen en zich in een vroegtijdig stadium had laten behandelen.

Een ding staat buiten kijf: de president heeft inderdaad een spoor van vuur achter zich getrokken in Zaïre. Dat vuur brandt voorlopig alleen nog in het oosten, bij de grens met Rwanda en Burundi, maar niemand sluit meer uit dat geheel Zaïre binnenkort in vlammen opgaat. “Rwanda (waar in 1994 een half miljoen mensen werden vermoord, red.) is in vergelijking met wat er dan gaat gebeuren een onschuldige picknick op een gezellige zondagmiddag”, aldus een Amerikaanse professor onlangs in een gespreksgroep op Internet.

Mobutu draagt een grote verantwoordelijkheid voor de huidige strijd in Oost-Zaïre. Toen honderdduizenden Hutu's in 1994 uit Rwanda naar Zaïre vluchtten, deed hij niets om hen te ontwapenen. Sterker nog, volgens mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch stond Mobutu - daartoe aangemoedigd door bondgenoot Frankrijk dat in het Rwandese conflict de zijde van de extremistische Hutu's koos - oogluikend de aanvoer toe van grote hoeveelheden wapens voor de Rwandezen via het vliegveld van Goma. Hij ondernam evenmin actie toen de Rwandezen - ook in Zaïre zelf - Hutu's tegen Tutsi's begonnen op te zetten. Toen de Hutu-extremisten daarnaast aanvallen vanuit Zaïre op Rwanda begonnen uit te voeren, was voor de Tutsi-regering in Rwanda de maat vol. Rwanda begon de Tutsi's in Zaïre te bewapenen en heeft inmiddels toegegeven legereenheden de grens overgestuurd te hebben, met als doel de Rwandese Hutu's verder Zaïre in te drijven opdat ze geen bedreiging meer vormen. Een volledige oorlog tussen Rwanda en Zaïre lijkt nog een kwestie van dagen.

De gevolgen van zo'n oorlog voor Zaïre zelf zijn moeilijk te overzien. De laatste jaren zijn op veel plaatsen in Zaïre, dat 63 keer zo groot is als Nederland en waar ongeveer 240 volkeren leven, de etnische spanningen flink opgelopen. Zo sloegen in 1993 in de provincie Shaba ten minste zeshonderdduizend mensen op de vlucht. Deze mensen waren afkomstig uit de naburige provincie Kasaï maar leefden vaak al generaties in Shaba. Mobutu, wiens voornaamste politieke tegenstander uit Kasaï komt, speelde zelf een hoofdrol bij dit conflict: zijn gouverneur gaf de Kasaiërs drie maanden om de provincie te verlaten omdat ze anders vermoord zouden worden.

Natievorming: in de jaren zestig en zeventig leek het een van Mobutu's sterkste troeven. Als chef-staf van het Zaïrese leger had hij na de onafhankelijkheid in 1960 kordaat een einde gemaakt aan een poging tot afscheiding van de provincies Katanga en Kasaï. “Hij was de enige politicus die het hele volk achter zich kon verenigen”, schreef een voormalige spion voor de CIA die in die periode in Zaïre actief was. In 1965 trok Mobutu met steun van het westen de macht definitief naar zich toe.

In een land zo heterogeen als Zaïre kon alleen Mobutu zelf echter als symbool van natievorming fungeren: de prijs voor de onafhankelijkheid was een persoonsverheerlijking die ongekende vormen aannam. Tot voor kort begon elke uitzending op de Zaïrese staatstelevisie met beelden van Mobutu die, gezeten op een wolk, uit de hemel af kwam dalen. “Waarom hebben we het Kerstfeest nog nodig?” zei een Zaïrese minister in de jaren zeventig. “Is Mobutu niet onze Messias?”

Stoere krijger

Weinigen in het Westen stelden vragen bij deze persoonsverheerlijking. Mobutu's opvattingen over de Afrikaanse authenticité konden bij veel linkse intellectuelen zelfs op grote bijval rekenen. Afrika moest teruggrijpen op zijn eigen verleden en breken met het culturele kolonialisme, was in die kringen de opvatting. Vanaf het begin van de jaren zeventig nam Mobutu de authenticisering energiek ter hand. Het standbeeld van de Europese ontdekker van Zaïre, Sir Henry Morton Stanley, werd van zijn sokkel afgehaald en vervangen door dat van een stoere Afrikaanse krijger. Hoge gasten die Zaïre aandeden, werden niet meer ontvangen met een blaaskapel maar met Afrikaanse tam-tam muziek. Voordeel van de authenticité voor Mobutu was dat het hem van de verplichting ontsloeg om de normen van de 'westerse' democratie te respecteren. “Wij hebben geen parlement nodig”, zei Mobutu eens. “Bij ons gaat de president gewoon het land in en vraagt de mensen wat ze nodig hebben.”

Pas in 1973, toen Mobutu besloot om alle buitenlandse bedrijven te nationaliseren, gingen de alarmbellen in het westen af. Maar zelfs toen weigerde bijvoorbeeld de Amerikaanse regering om Mobutu, die zich had ontpopt als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het communisme, onder al te zware druk te zetten. Nog aan het begin van de jaren tachtig, toen Zaïre al in een diep economisch dal verkeerde, noemde president Reagan Mobutu nog “een stem van verstand en goede wil”.

Met de daling van de prijzen van een aantal grondstoffen op de wereldmarkt zorgde de nationalisatie na het midden van de jaren zeventig voor de totale economische ineenstorting van Zaïre. Winst was geen overweging meer bij de bedrijfsvoering, Mobutu en de kleine kring rond hem gebruikten de ondernemingen slechts om snel persoonlijke rijkdom te vergaren. Volgens een rapport van de Wereldbank 'verdween' in 1992 bijvoorbeeld maar liefst vierhonderd miljoen dollar (een vierde van de export van het land) 'zomaar' van de Zaïrese nationale rekeningen.

Help jezelf

De rijkdom van de kliek rond Mobutu werd in de jaren zeventig al snel spreekwoordelijk. Als de president ging winkelen, droeg hij tienduizenden dollars aan baar geld bij zich. Mobutu's favoriete kapper werd om de twee weken in een speciale jet vanuit zijn hairshop in New York naar Zaïre overgevlogen om het steeds dunner wordende haar van de Opperste Gids te verzorgen. Mobutu's fortuin zou inmiddels net zo groot zijn als de gehele buitenlandse schuld van het land.

De 'gewone' Zaïrees merkte echter maar bitter weinig van al die overvloed. Al snel werd het dagelijks leven in het land tot een hel. Een bestuursapparaat kent het land niet meer. Politieagenten en soldaten, die niet of nauwelijks meer worden uitbetaald door de autoriteiten in Kinshasa, eisen geld van de bevolking. Regelmatig kapen ontevreden soldaten een vliegtuig om zo de regering tot uitbetaling van de soldij te dwingen. In de grote steden durft niemand meer na donker over straat. Smalend voegde de bevolking een nieuw - vijftiende - artikel aan de grondwet toe: “Help jezelf want de regering maakt het leven alleen maar moeilijker voor je”.

De problemen van Zaïre, in potentie een van de rijkste landen van Afrika, zijn enorm. Volgens schattingen van de Wereldbank heeft nog maar een op de veertig Zaïrezen een vaste baan. De economie krimpt, terwijl de bevolking juist groeit. Naar schatting zestig procent van de bevolking is jonger dan twintig jaar. In de snel groeiende steden zijn de hygiënische omstandigheden zo deplorabel dat ziekten als de pest, waarmee de mensheid afgerekend dacht te hebben, opnieuw de kop opsteken.

Hoe Zaïre zonder de Opperste Gids verder moet, is volstrekt onduidelijk. Naast het doemscenario doet inmiddels ook dat van de vreedzame federalisering de ronde. Regio's zouden stilaan hun eigen weg kiezen zonder de federale regering al te veel voor het hoofd te stoten. Zo heeft Oost-Kasaï inmiddels zijn eigen munteenheid, terwijl Shaba zich steeds meer op zuidelijk Afrika richt. Echte opvolgers voor Mobutu zijn er niet, mede omdat de Opperste Gids al te succesvolle politici snel in ongenade liet vallen. Cynici in Zaïre gaan ervan uit dat Frankrijk - dat sinds ongeveer 1990 België vervangt als belangrijkste beschermheer van deze francofone oud-kolonie - achter de schermen inmiddels naarstig een opvolger aan het klaarstomen is.

“In Zaïre behoren de moeilijkheden tot het verleden”, luidde de tekst van een populair liedje uit de jaren zeventig. “Mobutu gaf het teken en de ogen van de wereld waren op Zaïre gericht.” Iedereen kijkt inderdaad naar Zaïre, maar met tranen in de ogen.

    • Bernard Bouwman