Corsmit (1)

Met schrik en verbazing heb ik geconstateerd dat in het artikel 'Gij zult niet aanraken' (Z 14 sept.) een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen de veroordeling van de heer Corsmit en de discussie over het al dan niet toelaatbare van onschuldige aanrakingen in een therapeutische situatie.

Het Medisch Tuchtcollege heeft de heer Corsmit zijn bevoegdheid als psychiater ontnomen, in hoofdzaak op grond van de manier waarop hij met mijn autistische zoon is omgesprongen. Op grond van een andere, gelijktijdig behandelde klacht, is hem een zware geldboete opgelegd. Beide uitspraken zijn later in Hoger Beroep bevestigd.

Ontzegging van de bevoegdheid is de zwaarste straf die het Medisch Tuchtcollege kan opleggen (in dit geval overigens voorafgegaan door waarschuwingen, geldboetes en een schorsing, verspreid over de afgelopen twintig jaar). Het lijkt me op z'n minst misleidend te suggeren dat zo'n uitspraak zou kunnen worden gedaan alleen omdat de werkwijze van de betrokken arts niet meer zou passen in het huidige denkpatroon.

Uiteraard probeert Corsmit zich te presenteren als het slachtoffer van modieuze tendensen in de psychiatrie en van rancuneuze cliënten. Bij nadere informatie zou duidelijk worden dat Corsmit niet alleen het vertrouwen van zijn cliënten op vele manieren misbruikt, maar vooral dat hij zijn eigen duistere kanten niet onder controle heeft en dat hij dat probleem kennelijk niet onder ogen kan of wil of durft zien. Op de Boeckhorst zijn vele, steeds wisselende, ge- en verboden. Maar Corsmit heeft in zijn mini-koninkrijkje de absolute macht en acht zich dan ook verheven boven de door hemzelf uitgevaardigde wetten.

Dat mini-koninkrijkje heeft hij zorgvuldig zo ingericht dat niemand zich een objectief oordeel kan vormen. Kritiek kan dus alleen komen van cliënten die nog enig vermogen om voor zichzelf na te denken hebben weten te behouden. Als hij zich daardoor bedreigd voelt, ziet hij er niet tegenop die mensen tegenover de buitenwacht af te schilderen als hopeloos gestoorde gevallen, steunend op zijn gezag als psychiater.

Dit is een van de vele redenen waarom het hoog tijd werd dat deze man zich geen psychiater meer mag noemen. Ook uit de reactie van de heer Van Zurk blijkt weer dat Corsmit al sinds jaar en dag allerlei 'diensten' van zijn cliënten verlangt, al of niet onder het mom van therapie. Er moeten intussen ontelbare slachtoffers rondlopen die hun mond niet open durven doen. “Iedere keer dat ik tegen de lamp loop neem ik een kiertje licht mee.” Blijkbaar heeft Corsmit in zo'n dikke 25 jaar nog niet genoeg licht verzameld om van zijn recidivisme af te komen.

    • E. Kuiper-De Boer