Chip

Schuilen in een standenmaatschappij, het kan nog in Nederland. Drie, vier keer per jaar, als de paarden in de buurt zijn, stijgt het land op uit zijn democratische fictie. En tooit het zichzelf met de purperen kleur van de hooggezetenen - nee, niet in het Melkhuisje, meestal in de RAI. Niemand die dan nog ruikt naar herfstgroenten, iedereen is van Chanel.

Je ziet ze mooi zwermen in de wandelgangen van het concours hippique, de neo-aristokraten van het snelle geld, snelle pak, snelle babbel. Ze praten en lopen met de koorts van een hogere wereld. Het zijn Nederlanders die je op straat zelden tegenkomt: mannen in de ban van een spraakgebrek, vrouwspersonen vermomd als pralines. Ze pendelen van een gedekt tafeltje naar een gedekt tafeltje en later op de avond knallen ze over elkaar heen als champagnekurken. Uit de conversaties stroomt het bloed van de dorpsvetes, advocatentrucs en ander gefileerd geweld waar het plebs geen weet van mag hebben. Een diepzinnige enkeling in kennelijke staat heft het glas op Muskens, die roomse rat.

Jumping Amsterdam: alles wat Nederland aan beau monde te bieden heeft hinnikt samen in de tenten van Maison De Boer. Van Tjerk Westerterp tot Vanessa, van de sluwe Leon Melchior tot de achterljke Harry Mens, de hele zelfbedachte elite staat als een koraaleiland te glimmen en te graaien te zuipen en te patsen. Buiten schaamt de herfst zich voor zoveel ondergoedhumor. Als er al niet geschaterd wordt om de slurflul van Cocktail. Paarden zijn net mensen, dus komen ze ook in grappen voor.

De spring- en dressuurwereld zou een prachtig literair decor voor Hugo Claus zijn. Er is geen vrijmetselaarsloge waar geruchten en roddels, intriges en rivaliteiten zo hoog worden gespeeld als in dit paardencircus. Het wemelt er van kooplui, charlatans, sjamanen en dopingartsen. Alles is er te koop, behalve innerlijke rijkdom. En nog mooier: paarden zijn de kampioenen van de mystificatie.

De hele hippische wereld staat op zijn kop omdat Bonfire, bestempeld als het beste dressuurpaard ter wereld, in het geheim zou geopereerd zijn door de Duitse specialist Carl Beuning. Volgens de geruchten is in het rechter achterbeen een afsplintering van het kogelgewricht ontdekt. De splinter, ook wel zwevende chip genoemd, werd via een kijkoperatie verwijderd. Niets aan de hand, zeggen de bezitters van de dertienjarige ruin, Sjef Janssen en Anky van Grunsven. Janssen: “Ik zit in de handel. Verkoop paarden aan de lopende band. Jij kan van mij paarden krijgen met chip en zonder chip.” De roddeltantes (die Bonfire het licht in de ogen niet gunnen) denken daar anders over: Bonfire zal nooit meer aan de start verschijnen.

Oorlog rond de stal. Drollen als kogels. De splinters in de enkel van Van Basten zijn over de hele wereld gegaan. Inclusief röntgenfoto's. Het kwaaltje van een paard is topgeheim. Een paard dat op de operatietafel heeft gelegen scoort bij een aantal juryleden automatisch lager. En dressuurjury's zijn toch al maffia-gevoelig. Bonfire zou nog vier jaar moeten schitteren en dat kan niet als er verhalen gaan over koudvuur in het hart, water in de knieën of een rondzwevend botje. Dat de amazone misschien een lijf vol kanker heeft is niet relevant. Als het paard maar niet verdacht wordt van een kwaadaardig griepje. Mens en paard twee-eenheid voor het leven, ga weg. Ik weet wel wie de sukkel is.

Anky van Grunsven zei ooit in een openhartige bui: “Bonfire heeft mij volwassen gemaakt. Slimmer ook. Nu ik dit paard beheers, ken ik het leven.” Dolfijnen kussen is natuurlijk nog erger, maar ik zou niet graag naast een vrouw in het bed liggen die opeens zegt: “Weet je wat Bonfire mij daarstraks influisterde? En volgens mij heeft hij nog gelijk ook.” Dan toch maar liever inslapen met een teddybeer. Als geliefde kan ik veel hebben, maar ik laat me niet gek maken door een ruin met buikspreker. Die mij dan zou vertellen hoe je een beetje parmantig de weemoed van november doorkomt. Of hoe je door op de juiste toonhoogte te hinniken oud kunt worden met niet al te veel rimpels in het gezicht. Hond ben ik zelf wel, maar paardenwijsheid gaat me te ver. Dan maar een kür op muziek van twee kikvorsen. En als dat tot een te groot artistiek deficit leidt, vraag ik wel een vrouw om Bonfire's Symphony uit te voeren. Natuurlijk niet in de RAI.

    • Hugo Camps