Calculerende leerling leest geen dikke pillen

UTRECHT, 2 NOV. Vakdocenten zijn gematigd enthousiast over de beoogde veranderingen in het literatuuronderwijs. Dat bleek gisteren op de Dag van het Literatuuronderwijs in de Utrechtse Jaarbeurs, waar zo'n zeshonderd leraren Nederlands en bibliothecarissen bij elkaar kwamen.

“Als je voor je eindexamenlijst nog maar acht boeken hoeft te lezen, kun je die lijst misschien maar beter helemaal afschaffen”, zei schrijfster en oud-lerares Nederlands Nelleke Noordervliet.

Over twee jaar wordt op de Havo en het VWO de zogenaamde Tweede Fase ingevoerd. Deze nieuwe fase houdt in dat de school zal veranderen in een 'studiehuis' en dat de leerlingen niet meer te maken hebben met vakkenpakketten, maar dat zij moeten kiezen uit vier verschillende 'profielen'. De bedoeling van deze hervorming is dat de leerlingen zelfstandiger (leren) werken en daarna gemakkelijker de overstap kunnen maken naar een vervolgopleiding op hogeschool of universiteit.

De meeste vakken zullen na de invoering van de Tweede Fase ingrijpend veranderen. De behandeling van de literatuurgeschiedenis bijvoorbeeld zal geïntegreerd plaatshebben bij alle moderne vreemde talen. Deskundigen juichen deze integratie toe. “Het is een verbetering dat leerlingen nu niet meer bij elk vak hetzelfde verhaal over de Romantiek aanhoren”, aldus Noordervliet bij het openingsforum in Utrecht.

Over de nieuwe benadering van het lezen van boeken heerst minder enthousiasme. In de bespreking van een gelezen boek komt de interpretatie van de leerling zelf meer centraal te staan dan het verhaal of de auteur. De leerling dient een 'leesdossier' aan te leggen, met daarin zijn eigen leeservaringen en achtergrondinformatie over het boek en de auteur. De leraar bespreekt dit dossier en baseert hierop mede zijn oordeel bij het eindexamen. “Hierdoor moet de scholier het plezier in het lezen terugvinden en zal het lezen meer gestimuleerd worden”, zegt J. Dirksen, leraar Nederlands in Eindhoven en één van de grondleggers van de leesdossiermethode.

Sommige van zijn collega's betwijfelen dat. Want hoewel deze behandeling van de literatuur een diepgang betekent, zullen leerlingen minder boeken lezen. Op het VWO wordt de lijst teruggebracht van vijfentwintig naar twaalf, op de Havo van twintig naar acht. “Dat is weer een verarming van de literaire vorming”, zegt lerares D. de Kruijk uit Lelystad. “Bovendien wordt er minder tijd voor literatuur uitgetrokken in het studiehuis. De leerlingen mogen in de toekomst maar veertig uur per week werken, inclusief het lezen van boeken.”

Schrijfster Nelleke Noordervliet noemt het idee van een kortere eindexamenlijst 'absurd'. Zij vreest dat de dikke pillen van de lijst zullen verdwijnen en de leerlingen nóg calculerender worden dan zij nu al zijn. In het nieuwe systeem krijgen boeken een bepaalde waarde, uitgedrukt in punten, afhankelijk van het niveau van het boek en de auteur. Noordervliet: “Laatst gaf ik een lezing op een middelbare school en toen hoorde ik een leerling tegen een leraar zeggen: 'Die Noordervliet ken ik niet, maar hoeveel punten is ze waard?' Ik geloof dat het er maar twee waren.”