Blank Z-Afrika: 'Wir haben es nicht gewußt'

Na de veroordeling, deze week, van Eugene de Kock wegens zijn misdaden tijdens de apartheid staat Zuid-Afrika in het teken van de schuldvraag. Scheepten politici en moordenaars als De Kock het land op met een systeem dat niemand wilde, of vonden ze een gewillig oor bij de blanken?

JOHANNESBURG, 2 NOV. Koos van Eeden huilt. “Echt je moet me geloven, ik woonde op het platteland en we wisten niet beter. Bij ons waren de verhoudingen tussen de witman en de swartman goed. Pas toen alles afgelopen was, ontdekte ik dat iedereen tegen mij had gelogen: mijn ouders, de meester op school, de dominee, de regering, de pers. Alles was een farce. Als ik dat toen had geweten, was ik bij het gewapend verzet gegaan, ik zweer het.” Van Eeden, die opgroeide in Oost-Transvaal, veinst zo te zien niet, zijn ich habe es nicht gewusst is gemeend. Hij is, zegt hij, sinds de waarheid over de apartheid zich enkele jaren geleden voor hem begon te ontrollen, een gebroken man. “Ik geloofde destijds echt dat Steve Biko (een zwarte activist, vermoord in 1977) zelfmoord had gepleegd. De regering zei dat Zuid-Afrika zo democratisch was dat mensen het recht hadden zichzelf van kant te maken.” Blank Zuid-Afrika worstelt met zichzelf, nu blijkt dat het aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan. Er zijn de Van Eedens, die, hoe onwaarschijnlijk ook, alles geloofden wat hun werd voorgekauwd en oogkleppen droegen en er is een andere categorie blanke Zuidafrikanen die destijds wel degelijk de apartheid steunde, maar nu zegt dat ze 'altijd al tegen waren'. Net als in het na-oorlogse Duitsland schuiven veel burgers de schuldvraag af op hun leiders. Met name in de grote steden van Zuid-Afrika blijkt ineens dat niemand vroeger de apartheid steunde. De Duitsers kunnen nog zeggen dat ze, behalve in 1933, nooit tegen Hitler konden stemmen, maar Zuid-Afrikanen hebben dat excuus niet. De onderdrukking van de zwarte meerderheid ging jarenlang gelijk op met een goed draaiende democratie, exclusief voor blanken. Verkiezingen hadden frequent plaats en het blanke electoraat had steeds de mogelijkheid de protagonisten van de apartheid weg te stemmen. Dit gebeurde niet, integendeel, toen de apartheid vanaf het midden van de jaren tachtig haar meest meedogenloze fase inging, groeide de aanhang voor de regerende Nationale Partij (NP). Zelfs toen de apartheid al was afgeschaft, nam bij de eerste vrije verkiezingen in 1994 het aantal stemmen voor de NP nog toe. Veel voormalige kiezers van de Liberale Partij (die tegen apartheid was geweest) liepen over naar de NP, vanuit de overtuiging dat die partij tegenover de onvermijdelijke ANC-meerderheid het beste de blanke belangen zou behartigen. De reeks van onthullingen in het proces De Kock en voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie over de talloze wreedheden die zijn begaan tijdens de apartheid, vormt dezer dagen een nieuwe fase in het blanke verwerkingsproces. Dat de apartheid niet in de haak was, erkennen veel mensen, maar dat het zo erg was, wisten ze niet. “Het is veel geruststellender om Eugene de Kock de schuld te geven, of P.W. Botha of wie dan ook. Maar laten we eerlijk zijn: we deden het allemaal samen”, schreef John Battersby, de hoofdredacteur van de Sunday Independent, afgelopen zondag. “De meerderheid onder de blanken, die collaboreerde door te zwijgen en niet wilde weten wat er aan de hand was, moet haar verantwoordelijkheid erkennen voor een regime dat systematisch een van de grootste misdaden tegen de mensheid in deze eeuw doorvoerde”, aldus Battersby, die zichzelf ook tot die zwijgende meerderheid rekent. Aan de andere kant van het politieke spectrum bevindt zich een blanke minderheid die van schuld niets wil weten. Ferdinand Hartzenberg jr. behoort tot de Konserwatiewe Party en bepleit zonder aarzeling een terugkeer naar de apartheid. “Blank staat voor mij niet boven zwart, we staan naast elkaar, maar we zijn zo verschillend dat we apart moet blijven. Trouwens, ook tussen de zwarte volkeren van Zuid-Afrika bestaan grote verschillen en veel haat en nijd.” Hartzenberg heeft geen moeite met de berechting van Eugene de Kock “en andere misdadigers”, maar bestrijdt dat geweld en terreur besloten lag in het apartheidssysteem. Zijn partij bepleit de totstandkoming van een 'volksstaat', waar alleen blanken mogen wonen. Intussen probeert de huidige regering, gedomineerd door president Nelson Mandela's Afrikaans Nationaal Congres, met alle mogelijke vreedzame middelen het land te verenigen. De Waarheids- en Verzoeningscommissie (WVC), die vorig jaar juli het levenslicht zag en sinds zes maanden zittingen houdt, is hierbij het belangrijkste instrument. De commissie is een nobele instelling met een bijbelse, nieuwtestamentische vergevingsgezindheid - heb Uw vijanden lief, maar de nabestaanden van de talloze vermoorde slachtoffers hebben vrijwel allemaal de mores uit het oude testament in gedachten: oog om oog, tand om tand. Keer op keer blijkt hoe moeilijk het voor de nabestaanden te verkroppen valt dat degenen die tijdens de apartheid de grofste schendingen van de mensenrechten begingen, na hun bekentenis voor de commissie vrijuit gaan. Dag na dag brengen ex-politieagenten en ex-militairen voor de commissie de meest gruwelijke verhalen voor het voetlicht. Zo bekenden twee voormalige veiligheidsagenten, Paul van Vuuren en Jacques Hechter, deze week in Johannesburg dat zij in 1987 vijf anti-apartheidsactivisten met een generator martelden en daarna met hetzelfde apparaat vermoordden. Een van hen, de ANC-er Harold Sefola, zong voor zijn executie het ANC-lied Nkosi Sikelel' iAfrika (God Zegene Afrika), nu het volkslied van Zuid-Afrika. De lijken werden daarna met dynamiet opgeblazen om alle sporen uit te wissen. Hechter en Van Vuuren hebben inmiddels bekend samen met twee andere vroegere agenten ten minste veertig mensen te hebben vermoord. Elizabeth Maake, de moeder van een van hun slachtoffers, zei tijdens dezelfde sessie: “Ik kan hen niet vergeven, ze moeten me de plaats aanwijzen waar mijn zoon is vermoord.” In een andere bijeenkomst van de WVK vertelde Margaret Madalana hoe de politie in 1986 haar 12-jarige zoontje Bongani vermoordde. “Ze sleepten hem daarna naar een rots, waar ze zijn hoofd verbrijzelden. Als ik destijds in een blanke huishouding had gewerkt, zou ik de kinderen hebben vergiftigd om wraak te nemen. Ik geloof niet dat ik ooit kan vergeven.” De enige die enige genoegdoening hebben gekregen, zijn de familieleden van slachtoffers van Eugene de Kock, de leider van het beruchte doodseskader Vlakplaas. De Kock, die niet onder de regeling van de Waarheidscommissie valt omdat hij al voor de totstandkoming van de commissie werd opgepakt, kreeg woensdag levenslange gevangenisstraf opgelegd. Hoe nu verder met Zuid-Afrika? De huidige politieke en geestelijke leiders, Mandela en Tutu voorop, prediken de grote, grote verzoening en vragen van het zwarte volksdeel een bijna onmenselijke opgave. “Dit is een diep getraumatiseerde samenleving en het proces van verzoening is nog maar net begonnen. Er zijn veel boze mensen in dit land en die zijn er nog steeds lang nadat Mandela weg is”, zegt John Battersby van de Sunday Independent. In 1999 treedt de nu 78-jarige Mandela af en bij velen bestaat de vrees dat een zwarte bijltjesdag dan alsnog zal volgen. Koos van Eeden: “De echte afrekening moet nog komen. Het duurt ten minste twee generaties voordat wij over de apartheid heen zijn. De rechtse blanken komen met een tegenstoot en er komt nog een zwarte gewelddadige reactie, daar kan geen Mandela iets aan doen.”