Belgen op bedevaart naar An en Eefje

JUMET, 2 NOV. Zorgvuldig schikt de negen-jarige David zijn smoezelige beer tussen twee potten chrysanten. “Mijn lievelingsbeer, voor An en Eefje”, legt hij uit. “De kinderen wilden zelf hier naartoe gaan”, zegt zijn moeder Beatrice Costa bijna verontschuldigend. “We waren op de begraafplaats en toen vroegen ze: Gaan we ook naar An en Eefje?”

De familie Costa is niet de enige die gisteren, op Allerheiligen, een bezoek bracht aan het 'gruwelhuis' in Jumet waar begin september de lichamen werden opgegraven van An Marchal en Eefje Lambrecks, slachtoffers van kinderontvoerder Marc Dutroux. Auto's rijden af en aan in de troosteloze Rue d'Aubresse. Mensen stappen uit om bloemen, vooral witte chrysanten, voor het hek te leggen. Sommigen rijden na een schietgebedje snel weg. Anderen nemen de tijd om de vele brieven aan het hek te lezen, terwijl oma rustig wacht achter in de auto die met draaiende motor langs de weg is gezet.

Het huis in Jumet, een houten chalet waar Dutroux' handlanger Bernard Weinstein woonde, ziet er luguber uit. Verveloos, vervallen en met kapotte ramen. De tuin is omgespit. Dagenlang is hier gezocht, tot begin september de stoffelijke overschotten van An en Eefje werd gevonden. De buurman van nummer 67, die een al even vervallen huis bewoont, heeft een poster aan zijn hek gehangen met het bericht dat hij hier pas begin dit jaar kwam wonen. “We hebben niets te maken met het drama van 63 en 65.”

Twee dames schuivelen arm in arm langs de bloemen. “We zijn net bij het graf van papa geweest”, zegt de jongste. “Nu wilde ik dit aan mijn moeder laten zien. Zij was hier nog nooit geweest.” De oudere vrouw droogt haar ogen en snift: “Het is alsof het om mijn familie gaat.” Ook Yvana Zanini ging met haar zoontje eerst naar de begraafplaats en kwam daarna naar de Rue d'Aubresse. “Dit drama, daar heb ik geen woorden voor”, zegt ze half huilend.” Ze is al vaker hier geweest, maar vandaag op Allerheiligen, grijpt het bezoek haar extra aan. “Waarom zouden ze An en Eefje niet heilig verklaren? Zij hebben immers geleden.”

Terwijl België nog altijd in de ban is van het drama rond Marc Dutroux, is er de laatste tijd maar weinig nieuws over het onderzoek - afgezien van aanhoudingen die al dan niet verlengd worden en 'onderzoeken naar onderzoeken naar onderzoeken' die geopend worden. Alle graafwerk naar mogelijke slachtoffers van Dutroux zijn twee weken geleden gestopt. Rond die tijd werd ook het onderzoek overgedragen van de populaire onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, die de schijn van partijdigheid zou hebben gewekt, aan zijn collega Jacques Langlois die zich nog in de zaak-Dutroux moest inwerken.

Zanini hoopt dat de windstilte niet het einde van het onderzoek betekent. “De koning en politici hebben beloofd dat het niet wordt toegedekt. Ik hoop dat ze echt tot het einde gaan.” Een man mengt zich in het gesprek. “Het wordt vast in de doofpot gestopt. Je hoort er toch steeds minder over. Ze willen hooggeplaatsten sparen.” Dat denkt ook buurman Eric Bodnar. “Justitie doet zijn werk niet”, verkondigt hij terwijl hij met touw brieven en foto's aan het hek vastmaakt. Bodnar is lid van de stichting 'Pour nos enfants', die betere bescherming van kinderen eist. Hij gaat zijn huis binnen om twee petities te halen. 'Pedofilie stop!' roept de ene, de ander is een oproep het 'gruwelhuis' af te breken en van de plek een 'bezinningsoord ter nagedachtenis van deze onschuldige slachtoffers' te maken. Duizenden mensen tekenden de petitie inmiddels.

Van overal zag Bodnar de afgelopen weken mensen naar Jumet komen. “Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen.” Ook waarzeggers trokken naar de het huis van Weinstein, en wisten te vertellen dat er meer lichamen in de tuin begraven liggen of dat Dutroux' slachtoffertjes Julie en Mélissa nog leven. Bodnar kende Weinstein vrij goed. “Een aardige man. Rustig en verlegen. Er kwamen nooit vrouwen bij hem over de vloer.” Hij vermoedt dat zijn buurman maar kort deel uitmaakte van de bende-Dutroux. “Hij was immers altijd hier aan het werk.”

In Marcinelle, een even troosteloos voorstadje van Charleroi, staat het huis waar Julie, Mélissa, An en Eefje gevangen hebben gezeten. De gevel is bedekt met bloemen, brieven en witte ballonnen. Ook hier was het gisteren een komen en gaan. “Vanmorgen was er zelfs iemand uit Zweden”, weet buurtbewoner Daniel Timmermans. “Speciaal gekomen voor een tocht langs alle huizen van Dutroux.” Timmermans zorgt ervoor dat de bloemenmassa netjes wordt gerangschikt: op de stoep de boeketten, op straat de grote planten en aan de overkant, op een bedje van witte kiezels, de kleinere potten.

Hij kreeg van de gemeente een vergunning om de planten te verzorgen. “Als u eens wist hoeveel moeite dat kostte. De kleine man staat altijd machteloos, terwijl de magistraten en agenten elkaar beschermen.” Een poging van de buurtbewoners om het huis te laten afbreken en er een monument te plaatsen, is mislukt. Het monument voor Dutroux' slachtoffers zal begin december even verderop worden onthuld, zegt Timmermans fel. “En laat ze niet proberen dat tegen te houden.”

    • Birgit Donker