Belegger en macht

DE BELEGGERSREVOLTE die her en der op het Europese vasteland de kop opsteekt, heeft nu ook een Nederlands manifest. Het deze week verschenen rapport van de commissie-Peters, bemand door prominente beleggers en managers, adviseert directeuren en commissarissen van Nederlandse bedrijven om hun kapitaalverschaffers “serieuze invloed” te geven op het ondernemingsbeleid. Directeuren en commissarissen moeten het gestelde vertrouwen waarmaken door verantwoording af te leggen over een breed scala van onderwerpen die de belegger aangaan.

Nederland kan zich aan de revolte niet onttrekken. Met de mondialisering van de financiële markten is beleggersinvloed uit Amerika en Groot-Brittannië, waar aandeelhoudersmacht onderdeel is van het bedrijfsbeleid, naar het Europese continent overgewaaid. In Italië dwingen buitenlandse beleggers Olivetti tot sanering. In Duitsland pacificeerde Daimler-Benz morrende aandeelhouders met een ingrijpende reorganisatie, die onder meer tot het faillissement van Fokker leidde. In Nederland stapelen de voorbeelden zich op: van de beleggersgroep Robeco die zijn organisatie wijzigt om zijn klanten hogere rendementen te bieden tot bedrijven als BolsWessanen en KNP BT, die hun beleid bijstellen om beleggers meer waar voor hun geld te bieden. Vorige week schaarde Philips-topman Boonstra zich bij deze groep.

DE INVLOED VAN de kapitaalverschaffers is sinds 25 jaar in Nederland wettelijk beknot. Dat was toen een maatschappelijk aanvaard idee. De tijden zijn nu veranderd. De couponknippende aandeelhouder is een karikatuur van de werkelijkheid geworden. De dominante krachten zijn nu internationale professionele beleggers, zoals pensioenfondsen, die alleen al in Nederland vele honderden miljarden (moeten) beleggen voor de oudedagsvoorzieningen. Zij investeren steeds meer geld in aandelen van bedrijven. Dat levert op langere termijn meer geld op dan andere beleggingen, en komt tevens tegemoet aan de maatschappelijke eisen dat zij risicodragend vermogen in de Nederlandse economie steken.

De grote beleggers financieren zo de expansie van het Nederlandse bedrijfsleven, en versterken daarmee de basis voor economische groei, voor belastinginkomsten en voor pensioenvoorzieningen. Dat de beleggers in ruil voor hun kapitaal zeggenschap terugwillen, is logisch. Duidelijk is ook dat de meeste van hen nog maar weinig idee hebben hoe zij aan die zeggenschap inhoud moeten geven. Zij krijgen wat leertijd. Het zwaartepunt van de aanbevelingen van het rapport van de commissie-Peters ligt terecht bij de directeuren en commissarissen, die het bedrijfsbeleid moeten controleren. Zij houden het heft in handen, maar moeten meer informatie delen met kapitaalverschaffers en open verantwoording afleggen.

WIE DAARIN NIET slaagt, verspeelt de kapitaalverschaffers als een financieringsbron voor expansie en schept zelf het risico dat de onderneming terugvalt naar de achterhoede en een prooi voor overname wordt. Daarbij zijn werknemers en beleggers niet gebaat. Herstel van beleggersinvloed is een onmisbaar instrument voor correctie van falende managers. Alleen al de dreiging die daarvan uitgaat kan actief ingrijpen overbodig maken.