Altijd thuis; Lessen van moeder of samen op de minischool

De kinderen thuis houden omdat je ze liever zelf les geeft. In Amerika is dat de grote trend, maar ook in Nederland komt het voor. Zij het sporadisch.

'SCHOOLREISJE? PFF, DAT hebben we niet nodig hoor, we maken zoveel uitstapjes en gaan zo vaak op reis, daar missen we niks aan'', vertellen Jiska en Naomi de Groot uit het Gelderse Hengelo. Jiska (12) en Naomi (14) gaan nooit op schoolreisje, want ze zitten niet op school. Ze krijgen thuis les van hun ouders Jan en Lieneke de Groot. In de huiskamer.

Het gezin behoort tot het kerkgenootschap van de Zevende-Dags-Adventisten en in de wijde omtrek was er geen school te bekennen die voldeed aan de levensbeschouwelijke richting die de ouders hun kinderen bijgebracht wensten te zien. Dan maar naar de rechter en die gaf, in hoger beroep, vrijstelling van de leerplicht voor de twee kinderen. Jiska en Naomi zitten nu, met medeweten van de leerplichtambtenaar, thuis en krijgen les van hun daartoe niet bevoegde ouders.

Huisonderwijs is in Nederland in beginsel verboden. De Leerplichtwet van 1969 gaat alleen uit van schoolonderwijs en dat betekent dat vijf- tot zestienjarigen voltijds een school moeten bezoeken. Maar er zijn een paar uitzonderingen. Kinderen die om lichamelijke of psychische redenen niet geschikt zijn voor schoolbezoek of kinderen die onderwijs volgen buiten Nederland kunnen op grond van artikel 5 van de leerplichtwet vrijgesteld worden. Ook ouders die kunnen bewijzen inhoudelijke bezwaren te hebben tegen de levensbeschouwelijke richting van alle binnen redelijke afstand gelegen scholen, kunnen ontheffing krijgen. Dat laatste wist De Groot aannemelijk te maken. “Als het niet was gelukt, waren we geëmigreerd.”

NOODOPLOSSING

Emigratie zou inderdaad een oplossing zijn geweest, want in sommige andere landen hoeven ouders geen beroep te doen op uitzonderingsbepalingen. In de VS en Engeland bijvoorbeeld is huisonderwijs toegestaan en heeft de laatste jaren zelfs aanzienlijk aan populariteit gewonnen: 750 duizend tot 1,2 miljoen Amerikaanse kinderen volgen momenteel onderwijs aan huis. Zo'n twintig jaar geleden waren dat er nog maar vijftienduizend. Ook in Engeland stijgt het aantal gezinnen waarvan de ouders zelf les geven aan huis. Ontevredenheid met de school als leer- en leefomgeving, de mogelijkheden tot een flexibeler inrichting van het onderwijs, maximale beïnvloeding van de opvoeding en ontevredenheid over de kwaliteit van het onderwijs zijn de argumenten die ouders aanvoeren om hun kinderen zelf les te willen geven. Zo blijkt uit het overzicht in de recente afstudeerscriptie 'Een ongehoorde keuze' van Lex Wakelkamp aan de Arnhemse PABO.

In Nederland beschouwen ouders en overheden huisonderwijs toch voornamelijk als een noodoplossing, die ze liever niet in de praktijk gebracht zouden zien, aldus Wakelkamp. Die conclusie wordt bevestigd door prof.dr. G.W. Meijnen van het SCO-Kohnstamminstituut van de Universiteit van Amsterdam. “Nederland is het meest extreme land ter wereld met betrekking tot de keuzevrijheid van onderwijs. Het zal dus wel één van de laatste landen zijn waar vraag naar huisonderwijs zal ontstaan”, aldus Meijnen. “Het is bijna een non-existent verschijnsel en daarom ook niet interessant om te onderzoeken.”

SOCIAAL GEDRAG

Ouders van hoogbegaafde kinderen zouden in principe kans hebben met succes een beroep te doen op deze wetsbepaling. Maar zij doen dat zelden of nooit. Een woordvoerster van Pharos, de vereniging van ouders met hoogbegaafde kinderen, laat weten dat het verschijnsel bij hen niet bekend is. Wèl weet ze dat hoogbegaafde kinderen regelmatig een dagje verzuimen, omdat schoolbezoek vaak vooral tranen oplevert.

Of huisonderwijs hen veel zal baten is nog de vraag. Meijnen acht dat type onderwijs in didactisch opzicht weliswaar heel goed, maar in pedagogisch opzicht niet bepaald. “Voor de overdracht van kennis en vaardigheden is één leerling op één leerkracht ideaal. Maar schoolbezoek heeft ook een andere functie: die van het aanleren van sociaal gedrag. Het is zeer de vraag of huisonderwijs voor de sociale ontwikkeling van kinderen wel zo goed is.”

“Wij vinden van wèl”, werpt De Groot tegen. Het veelgehoorde argument dat kinderen zich buitenshuis ervaringen verwerven die ze binnen het gezinsverband niet opdoen, kan hij makkelijk weerleggen. “Onze kinderen hebben al een hele ervaringswereld achter de rug die andere kinderen pas na hun schooltijd opdoen.” De Groot en zijn vrouw wijten dat vooral aan de manier waarop zij het onderwijs aan hun kinderen vormgeven. Het aanleren van hulpvaardigheid, zelfwerkzaamheid en verantwoordelijkheidsbesef is een integraal onderdeel van het lesprogramma. Naast het hoofdonderwijs en bijbelstudie bestaat dat uit dierenverzorging, tuinieren, handvaardigheid, muziek en klusjes doen in de huishouding.

Het reguliere onderwijs vinden ze veel te cognitief. De Groot: “De verhouding tussen theorie en praktijk is totaal uit balans.” Bezwaren van didactische of pedagogische aard kunnen echter nooit een reden zijn vrijstelling van de leerplicht te krijgen, maar De Groot vindt het wel mooi meegenomen. Hij schat dat het aantal gezinnen waar huisonderwijs gegeven wordt op één hand te tellen is, maar zeker weten doet hij dat niet, want het wordt niet geregistreerd.

“Kinderen die vrijgesteld zijn van de leerplicht, gaan voor het geregistreerd onderwijs verloren”, zegt John Backers, vice-voorzitter van de Landelijke Vereniging van Leerplicht Ambtenaren (LVLA). Hij bedoelt dat ze administratief 'zoek raken'. Doordat het verschijnsel marginaal is, is er geen controle-instantie die bijhoudt of de kinderen inderdaad les krijgen, wat hun resultaten zijn en of de juf of meester wel bevoegd of competent is. Wie vrijstelling heeft is bekend, maar hoe het verder afloopt met de kinderen, blijft in het ongewisse.

Daar zou de overheid wel eens iets aan kunnen doen, vindt De Groot. Elk jaar komt hij naar het gemeentehuis om verslag te doen van de schoolactiviteiten van zijn kinderen. “Maar de leerplichtambtenaar zei ons: 'zo uitgebreid hoeft het niet, geef maar een rapport met cijfers.' Maar wie controleert die cijfers? Ik kan er toch gewoon een slag naar slaan of helemaal geen les geven?” Misbruik, daarvan zijn Jan en Lieneke De Groot overtuigd, kan gemakkelijk voorkomen.

Marjolein (16) uit Haarlem kreeg zelfs nooit een rapport en dat vond ze jammer. En daarnaast, geen schoolreisje. Ja, een gezinsuitstapje met de trein, maar niet met een meute vriendinnen lachen in de bus en je bij terugkomst verstoppen achter de banken. Verjaardag? Niks tracteren, haar moeder tracteerde háár! Van haar moeder die liever niet met haar naam in de krant wil, kreeg ze tussen twee buitenlandse verblijven in, voor een half jaar thuis les. Het leek haar moeder voor die korte periode beter de leerplicht te ontduiken en zelf les te geven aan haar dochter - om haar het verdriet te besparen na zes maanden weer afscheid te moeten nemen van de schoolkameraadjes.

KEUKENTAFEL

Rekenen, taal, geschiedenis, tekenen, allemaal aan de keukentafel, of als het mooi weer was in de tuin. Met behulp van de Wereldschool, een instituut dat lesmateriaal verstrekt aan ouders die zelf hun kinderen les geven in het buitenland, gaf ze stiekem les, zonder onderwijsbevoegdheid en zonder toestemming. Als noodmaatregel, dat wel. Zij deelt de kritiek van Meijnen dat huisonderwijs weinig ruimte laat voor de ontwikkeling van sociaal gedrag en dat het gevaar van sociale isolatie op de loer ligt. “Daarom is het ook belangrijk contact te hebben met kinderen die wèl naar school gaan. Hadden díe ijsvrij, dan gaf ik Marjolein óók ijsvrij, hadden díe vakantie, dan gaf ik dat Marjolein ook.”

De Groot volgt niet de vakanties van het reguliere onderwijs. “Dat onderwijs is te veel gericht op blokken, blokken, blokken en dan valt het in één keer stil.” Wel doen ze het in de zomer wat rustiger aan, zodat vriendinnetjes volop de kans hebben te komen spelen. Amerikaanse kinderen die dit soort onderwijs volgen, blijken ook zelfs meer dan gemiddeld te participeren in sport- en culturele activiteiten. De moeder van Marjolein en familie De Groot vinden dat ook heel belangrijk: Marjolein speelde toneel en tennis en Naomi en Jiska gaan naar pianoles en paardrijden en staan bovendien voortdurend in contact met de buitenwereld doordat ze meewerken in het congrescentrum van hun ouders. Voor het vak huishoudklussen bakken ze brood voor de gasten of doen ze de afwas. De Groot en zijn vrouw zien dat als onderwijs. “Je kunt het ook als iets extra's zien, maar dan is het minder serieus.” Bang om hun kinderen te veel met hun eigen ideeën te beïnvloeden zijn ze niet. “Weet je wel wat er op het schoolplein gebeurt? Seks, roken en drugs. Als dat thuis gebeurt kun je het tenminste sturen.”

Zelf alle aandacht krijgen, dat vinden Marjolein, Naomi en Jiska toch wel het grootste voordeel - hoewel dat de les ook erg intensief maakt: “Ik kon nog geen minuut uit het raam kijken of ze zag het al”, vertelt Marjolein. Maar voor haar moeder was het ook intensief: “Na een halve dag was ik bekaf.” Ook de vrijheid en de flexibiliteit om af te wijken van het rooster zien ze als een voordeel. Oma's verjaardag kan gewoon worden meegevierd en bij een griepje van ouder of kind valt de les gewoon uit en wordt later ingehaald.

GEITENSTAL

Niet iedereen in de wereld van het mini-onderwijs denkt er zo over. “Kinderen moeten de deur uit en de wereld ontdekken en ik zou mijn dochter nooit hier aan huis les willen geven”, vertelt Jeannette Kappé, juf aan huis in het Noordgroningse Zijldijk. De tot antroposofische minibasisschool verbouwde geitenstal met elf leerlingen komt enigszins tegemoet aan de kritiek dat een één-op-één situatie weinig ruimte laat voor het kweken van sociale vaardigheden. Op 'De Boerderijschool', erkend maar niet betaald door de overheid, krijgen de leerlingen veel aandacht, maar niet alle. Naast rekenen, taal en geschiedenis is 'dierenverzorging' een dagelijks terugkerend vak: koeien melken, de stal uitmesten, ganzen voeren en wie lastig is moet in de boomgaard maar appels plukken.

Frederik (10) wordt voor straf liever naar de logeerkamer gestuurd, “maar toen ik dat laatst deed, begon hij gelijk de slaapkamers te inspecteren”, vertelt Kappé. “Onderwijs aan huis is in deze vorm heel indringend”, meent ze. Het indringende karakter schuilt niet alleen in het feit dat de groep klein is en er dus een grote sociale controle is, maar ook doordat de privé en publieke sfeer door elkaar lopen. De kookles wordt gegeven in háár keuken met háár potten en pannen, de jongens plassen over háár bril, en in de pauze wordt gespeeld op háár erf. Alleen de gymles vindt plaats in een gymzaal in een naburig dorp.

Toch ziet ze vooral voordelen. “Het is heel herkenbaar en vertrouwd voor de leerlingen”, zegt ze, “verlegen kinderen voelen zich hier snel op hun gemak.” Een paar giechelende meiden fluisteren: “Het is hier net zo leuk als thuis.” Maar zíj gaan straks naar een 'echte grote' school. Marjolein is intussen permanent in Nederland teruggekeerd en zit op een internationale school. En Jiska en Naomi de Groot? “We mikken op Havo-niveau.” Dat wordt een schriftelijk LOI-cursus. Aan huis.

    • Dirk Wolthekker