Advocaat hoort cliënt niet in de steek te laten

De socioloog J.A.A. van Doorn viel de door zijn collega's bekroonde Haagse strafpleiter Spong onlangs aan als 'advocaat van gore zaken'. Hij zag in hem een exponent van een nieuwe school in de Nederlandse strafrechtpraktijk, die zich zou toeleggen op het uitbuiten van opsporings- en vormfouten bij politie en justitie. In deze krant werd hij bijgevallen door S.W. Couwenberg en H.J.R. Kaptein. Volgens J.C.M. Leijten hebben zij het echter bij het verkeerde eind. Want de advocaat in strafzaken die zijn cliënt in de steek laat, brengt de rechtsstaat in gevaar.

Niet lang geleden diende er voor de Hoge Raad een ronduit weerzinwekkende zaak. De verdachte was een jongen van net dertien jaar en de beschuldiging luidde: medeplegen van moord. Niet 'zo maar' een moord echter. Een Turkse man die op straat stond te praten met wat landgenoten, werd onder dreiging van een pistool meegenomen, in de kofferbak van de auto gestopt en naar het Bosgebied Het Zwarte Water vervoerd, waar hij in fasen werd doodgeschoten en in een voor de gelegenheid gegraven kuil, die met zorg werd dichtgegooid, achtergelaten. Zover bekend is zijn stoffelijk overschot niet teruggevonden - moord zonder lijk - niemand is er achtergekomen wie hij was en nooit heeft iemand hem als vermist opgegeven.

Nadat een ander reeds op deze man had geschoten zonder dat hij nog dood was, vroeg de verdachte of hij ook eens op de man mocht schieten. Het verzoek werd ingewilligd, waarna de jongen inderdaad op de liggende en stervende man een aantal schoten afvuurde. Een van de betrokkenen vertelde aan de politie dat hij zag dat de jongen er een 'kick' van kreeg en lachte. Was deze verdachte nog een klein stukje jonger geweest dan zou een strafrechtelijke aanpak in het geheel niet mogelijk zijn geweest, nu viel hij onder het milde kinderstrafrecht.

Toen ik deze zaak nader bekeek viel mij iets op dat binnen de verschrikkingen van het voorval uiterst triviaal is. Het 'Zwarte Water' is een vrij uitgestrekt bosgebied rond een water. De grens tussen de gemeente Venlo en de gemeente Arcen en Velden loopt er dwars doorheen en wel zó, dat het grootste deel van het gebied tot de gemeente Arcen en Velden behoort. De dertienjarige jongen was gedagvaard wegens medeplegen van moord te Venlo.

Ik neem aan, zonder het zeker te weten, dat in deze zaak op een of andere manier is komen vast te staan dat de plaats in het bosgebied waar de moord werd gepleegd, onder Venlo ressorteerde, al kan men daar zijn bedenkingen bij hebben als niemand weet waar het lijk is begraven. Maar mijn vraag is: als dat nu eens niet het geval is, had de advocaat dan een beroep mogen doen op deze foutieve plaatsaanduiding?

Ik zal eerst vaststellen wat er waarschijnlijk gebeurd zou zijn als het verweer was gevoerd en gegrond was bevonden. Omdat een deel van het tenlastegelegde, te weten dat het feit in de gemeente Venlo was gebeurd, niet bewezen kon worden verklaard zou de rechter de verdachte hebben vrijgesproken. En de jongen zou niet opnieuw, nú met een goede plaatsaanduiding: te Venlo en/of Arcen en Velden, voor de strafrechter kunnen worden gedaagd.

Voorwaar een bijzonder onwenselijke uitkomst, ook voor zo'n jongen zelf overigens, want het is duidelijk dat er heel wat met hem mis moet zijn. Heel vreemd is ook nog dat, als er niet een foutieve plaatsaanduiding had gestaan in de tenlastelegging maar in het geheel geen plaatsaanduiding, er geen vrijspraak zou zijn gevolgd, maar nietigheid van de dagvaarding zou worden uitgesproken, waarna de zaak wel opnieuw zou kunnen worden opgevoerd.

Dat zeer ongewenste gevolg (en dat rare verschil) zijn echter niet aan de advocaat te wijten, maar aan de Nederlandse wetgeving in strafzaken. Bovendien was het zo ongewenste gevolg als het er op aankomt een gevolg van de handelwijze van de officier van justitie die in zo'n belangrijke zaak had moeten tenlasteleggen dat het feit was gebeurd in de gemeente Venlo en/of in de gemeente Arcen en Velden.

En als het er nòg meer op aankomt is dit ongewenste gevolg toe te schrijven aan de beslisser: de rechter. Niet de advocaat spreekt in zo'n geval immers vrij: hij draagt daartoe een bouwsteen aan en de bouwmeester beslist of die steen gebruikt zal worden. Er is, tenslotte, in dit geval, geen sprake van een vormfout, waarmee men zo vaak schermt: er is, in het door mij gestelde hypothetische geval, een inhoudelijke fout gemaakt.

De belangrijkste vraag is echter, als gezegd, of de advocaat zich op deze fout mag beroepen. Ik probeer eerst eens na te gaan waarom hij dat níet zou mogen doen. Ik zei al dat het gevolg van zijn beroep op die fout bijzonder onwenselijk is: iemand die schuldig is aan een heel schokkende daad gaat (strafrechtelijk) vrij uit.

Als het de taak van een advocaat in strafzaken was een afweging te maken tussen de (gunstige) gevolgen van zijn handelen voor zijn cliënt en het belang van de samenleving bij bestraffing van schuldigen, zou de uitkomst van die afweging in een geval als dit moeten zijn, dat hij deze verdediging niet zou voeren. Maar de advocaat behoeft die afweging niet te maken, scherper gezegd: hij mag haar niet maken. Er zijn anderen die dat doen: de officier van justitie, die straf eist, en, vaak, de rechter die toch straf oplegt.

Rechtspraak is onvolmaakt maar ze wordt willekeur als zij niet het gevolg is van spraak en tegenspraak. Wil een advocaat wegens de bijzondere omstandigheden van het geval, een bepaald verweer niet voeren, dan moet hij van de zaak afzien. Ik kan best begrijpen dat een advocaat in België Dutroux niet wenst te verdedigen, maar niet dat hij als hij de verdediging op zich neemt andere belangen laat meewegen en laat beslissen dan die van zijn cliënt.

Onlangs gaf de Maastrichtse advocaat Hiddema echter een mooi voorbeeld van een (mijns inziens meteen het enige respectabele) geval waarin hij een (op zich sterk) verweer niet zou voeren. Het ging over de Belgische onderzoeksrechter Connerotte die aan de zaak van verdachte Dutroux is onttrokken wegens, kort gezegd, schijn van partijdigheid. Hij was het met die beslissing eens, maar voegde daaraan toe dat hij deze zelf nooit zou hebben uitgelokt omdat de opvolger(s) van Connerotte het veel moeilijker zullen hebben dan hij als ze een beslissing ten voordele van Dutroux zouden willen of moeten nemen. Het was, volgens Hiddema, een verweer dat als het succes had, zich tegen zijn cliënt zou keren. Diens belang staat voor de advocaat niet bovenaan, maar is het enige belang waar hij, de advocaat, voor staat. Het moet bijzonder grievend zijn als advocaten die hun taak opvatten en uitvoeren, zoals door wet en recht bedoeld, van allerlei kanten een boel vuiligheid over zich uitgestort krijgen.

In een ander verband heb ik de taak van de goede strafpleiter gekenschetst als het genie van de eenzijdigheid. Er zijn heel wat juristen die dat niet op kunnen brengen of na enige, soms lange tijd niet meer op kunnen brengen. Die zoeken dan meestal wat anders.

Mijn vraag of de advocaat het verweer mocht voeren inhoudend dat vrijspraak moet volgen, omdat niet bewezen kan worden verklaard dat het feit te Venlo had plaatsgevonden, terwijl Venlo alleen als plaats van het delict was opgenomen in de tenlastelegging, moet dus zo worden beantwoord: hij mag dat verweer niet alleen voeren, hij moet het ook, als hij er achter komt.

De oud-hoogleraar Van Doorn heeft in HP/De Tijd de door zijn collega's bekroonde advocaat Spong aangevallen als advocaat van gore zaken. Kijk, als het er op aankomt zijn er heel wat strafzaken waarbij het bijvoeglijk naamwoord 'goor' niet misstaat. Wij plegen echter niet te spreken van rechters van gore zaken, ook niet als de rechter in zo'n zaak de verdediging gelijk geeft.

Overal waar de als zodanig aangewezen of gekozen verdediger van verdachten (mede) andere belangen in het zicht houdt dan die van de verdachten, is de vrijheid van de rechtspraak, is haar goede werking aan wezenlijke gevaren blootgesteld. Het is dan ook beledigende onzin als de oud-hoogleraar Couwenberg de advocaten die hun taak goed en dus eenzijdig vervullen, het aanhangen van een positivisme verwijt, dat Duitse advocaten in de nazi-tijd met Hitler en zijn trawanten een pact deed sluiten.

De onafhankelijke advocatuur vertaalt zich wat het strafrecht betreft in een dialoog - desnoods keihard - met officier van justitie en rechter, in iemand die van zijn kant álles bijbrengt wat de verdachte tot voordeel kan strekken. Want laten we niet vegeten dat de verdachten, zij die als lijdend voorwerp met het strafrecht te maken krijgen, echt niet alleen of in het bijzonder de misdadigers van deze wereld zijn. Wat denkt u van de driehonderd of meer schatrijke multi-miljonairs in Nederland die kans zien jaar in jaar uit geen cent belasting te betalen? Waarschijnlijk hebben zij voor het merendeel een hoge onderscheiding ontvangen van Hare Majesteit die het ook niet helpen kan.

Ik heb niet de illusie dat mijn bijdrage aan deze polemiek iedereen zal overtuigen, maar ik weet wel bijna zeker dat zowat alle rechters het deze keer in de kern met mij eens zijn: advocaten in strafzaken, die hun cliënt in de steek laten, dat zijn, al is er sprake van een verschrikkelijk gore zaak, de advocaten die de rechtsstaat in gevaar brengen. Ze zijn gelukkig, voor zover mijn kennis reikt, in dit land niet voorhanden. Dat moet zo blijven.