Abnormale wordt normaal in wielersport

Drie Franse bestuurders luidden vorige week de noodklok over de haperende dopingcontroles in de wielrennerij. De gezondheid van de renners is in het geding, stelt Tour-directeur Jean-Marie Leblanc.

Wielrenners zijn slikkers die meer nodig hebben dan een boterham met pindakaas. Het Nederlandse vooroordeel over dopinggebruik in het peloton dateert van de jaren vijftig, toen Wim van Est openlijk naar de pot met pillen greep, zoals hij in zijn biografie Het IJzeren Uurwerk ondubbelzinnig laat beschrijven. Een pilletje meer of minder, daar lagen de doktoren en de coureurs nooit wakker van.

De wielersport is geëvolueerd tot een duursport waarbij extreme prestaties worden verlangd. De ploegartsen ontdekten de afgelopen decennia telkens nieuwe wondermiddelen die de renners sterker en sneller maken. De dopingdeskundigen hadden het ene medicijn nog niet op de lijst van verboden middelen bijgeschreven, of de renners kregen een ander lapmiddel voor hun neus geduwd. Amfetaminen, anabole steroïden, testosteron, EPO: het einde is nog niet in zicht.

De Geleense arts L. Schattenberg is lid van de anti-dopingcommissie van de internationale wielrenunie (UCI). Hij onderkent de ondankbare rol van de controleurs. “We lopen inderdaad constant achter de feiten aan, maar dat maakt ons werk nog niet nutteloos, integendeel. Vergelijk het met de snelheidscontroles op de snelwegen. Je voorkomt toch een hoop ellende.”

Vorige week schreven drie Franse bestuurders een pamflet waarin zij hun bezorgdheid uitspreken over de gezondheid van de renners. Le Cri d'Alarme, kopte de sportkrant l'Equipe in een paginagroot arikel. De auteurs, Jean-Marie Leblanc (directeur van de Tour de France), Roger Legeay (ploegleider van GAN) en Daniel Baal (voorzitter van de Franse bond), zijn vooraanstaande personen in de wielersport.

De Rotterdamse jurist E. Vrijman is directeur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo). Hij noemt de actie van de drie Franse bestuurders hypocriet. “Aan de ene kant beweren ze dat er nooit iets fout gaat in hun landje. Wanneer is er voor het laatst iemand betrapt in de Tour de France? Jaren geleden. Aan de andere kant willen ze dat de UCI maatregelen neemt om excessen te voorkomen. Ik vind het een publiciteitsstunt.”

Schattenberg deelt de bezorgdheid over het gebruik van verboden middelen, maar waarschuwt tegelijkertijd voor een heksenjacht. “De wielersport heeft als eerste het gevaar van doping onderkend door uitgebreid met controles te beginnen. Maar het is beslist een vertekend beeld dat elke renner gedrogeerd zou zijn. Kijk maar naar de statistieken.”

EPO staat voor erythropoiëtine, een hormoon dat bij toediening aan het eigen bloed extra rode lichaampjes produceert en daardoor het zuurstoftransport vergroot. De Franse coureur Gilles Delion, die tegenwoordig als mountainbiker zijn geld verdient, gaf afgelopen week openlijk toe dat het gebruik van EPO gemeengoed is in het peloton. En de Schot Graeme Obree, voormalig houder van het werelduurrecord, overweegt zijn fiets zelfs aan de kant te zetten. “Zonder EPO kun je wel koersen, niet winnen”, zegt Obree die zelf zo clean mogelijk aan de start verschijnt.

Vooral de Zuideuropese wielrenners zouden veelvuldig gebruik maken van het wondermiddel. Tot dusverre is EPO alleen in het bloed op te sporen, waardoor de coureurs geen problemen hebben bij de dopingcontrole die immers alleen de urine onderzoekt. Het gevaar van EPO schuilt in de vertraagde doorbloeding als gevolg van de extra bloedcellen en het enorme vochtverlies tijdens een zware lichamelijke inspanning. Volgens Vrijman worden Italiaanse wielerploegen tijdens een wielerkoers bijgestaan door cardiologen. “Wielrenners aan de hartbewaking, het is een gevaarlijke ontwikkeling. Het abnormale wordt normaal.”

Peter Post heeft als renner en ploegleider jarenlang met medische preparatie te maken gehad. Ook hij heeft zijn bedenkingen bij de moderne wielerpraktijken. “Vlak voor de Tour waren er wel dertig Fransen positief, maar in de Tour mochten ze bijna allemaal meerijden. Dat kun je als organisatie een keer flikken, maar niet jaar in jaar uit. Dan gaat men je verdenken van chauvinistische praktijken.”

Post noemt zich een outsider, maar hij is nog insider genoeg om te weten dat EPO populair is in het peloton. “Het zijn de doktoren die de middeltjes uitvinden. Ik ken geen renner die EPO heeft uitgevonden. En ik heb ook nog nooit gezien dat een renner constant beter gaat rijden door een bepaald medicijn. Het heeft meestal een tijdelijk effect. Alleen moet je oppassen met dingen waar te veel voorstaat. Dat geldt voor roken, drinken en ook voor doping.”

Onder leiding van de Italiaanse inspanningsfysioloog Conconi wordt deze maand de laatste hand gelegd aan een methode die het mogelijk maakt EPO via urinemonsters op te sporen. Eindelijk gerechtigheid, zeggen de sceptici. Volgens Schattenberg kunnen de bestrijders van EPO beter niet te vroeg juichen. “In het beste geval kunnen we nagaan of de stof de laatste vier of vijf dagen is geïnjecteerd. Alles wat daarvoor is gebeurd krijgen we niet te weten. We kunnen de renners bij wijze van spreken alleen op heterdaad betrappen. Een ander probleem is de 'onpraktisch' grote hoeveelheid urine die nodig zal is om de stof te ontdekken.”

Schattenberg is overigens van mening dat zowel het aantal gebruikers als de kwade gevolgen van EPO schromelijk wordt overschat. “Twee borrels is heel gezond, twee flessen jenever is gevaarlijk. Medisch gezien is een beetje EPO niet gevaarlijk. Het zijn de uitwassen waar we bang voor zijn. Er hangt een soort mysterie rond het produkt, die de wielersport geen goed doet. Momenteel wordt de indruk gewekt dat je zonder EPO geen wedstrijd meer kunt winnen. Dat is een dwaze gedachte.” Vrijman rekent voor dat EPO-onderzoek van één urinemonster ongeveer vijfduizend gulden kost. “Op die manier wordt het een duur verhaal. Als je consequent zou gaan controleren, ben je als simpele wielerbond meteen gezien.” Vrijman heeft ook zijn bedenkingen bij het bloedonderzoek dat dit seizoen bij wijze van experiment een paar keer is toegepast na een koers. “Dan heb je altijd een arts nodig en schieten de kosten als een raket omhoog.”

De rol van de ploegarts is altijd omstreden geweest in de wielrennerij. De belangenverstrengeling tussen medische ethiek en commercieel gewin leidt regelmatig tot onoirbare praktijken. De doktoren dragen een verantwoordelijkheid waarmee ze lang niet altijd raad weten. Vrijman: “Je wordt als arts gewoon een fan en hoopt net zo graag dat een renner van jouw ploeg de Tour gaat winnen. Je gaat rare fratsen uithalen. Een ploegarts voelt zich een soort tovenaar.”

Schattenberg benadrukt de verantwoordelijkheid van de artsen en de soigneurs. Hij noemt het onzinnig dat alleen de renners bestraft worden wanneer zij op doping zijn betrapt. De medici gaan officieel vrijuit en kunnen alleen door de eigen ploegleiding op het matje worden geroepen. “Daarom hebben wij vanaf 1 januari een licentie verplicht gesteld voor alle artsen en soigneurs bij profploegen. Ze moeten garant staan voor ethisch normbesef. Ik hoop dat het helpt.”

Dopingtesten 1994 van tien olympische sporten:

SportAantal controles Positieve uitslag Percentage

atletiek 13944 135 0,95

wielrennen11335 171 1,51

voetbal 9972 42 0,42

gewichtheffen 4409 94 2,13

zwemmen 3164 34 1,07

roeien13639 0,66

volleybal 1024 10 0,98

boksen 997 16 1,60

tennis 977 10 1,02

honkbal4324 0,93