Wereld van tv-producenten wordt een vechtmarkt

AMSTERDAM, 1 NOV. De timing is op zijn minst frappant. Op de dag dat Joop van den Ende en John de Mol met beursvoorzitter Van Ittersum het glas heffen op de goede afloop van de beursgang van Endemol, maakt de afgewezen minnaar VNU bekend grootse plannen te hebben met Neêrlands tweede tv-producent, IDTV.

Een pesterijtje? Nee, zegt IDTV-directeur Harry de Winter in zijn kapitale pand aan de Amsterdamse Amstel, waarvoor hij zijn Amerikaanse Mercury net heeft geparkeerd: puur toeval. VNU lonkte weliswaar maandenlang naar een omvangrijk belang in Endemol, maar Joop en John kozen voor de beurs. Nu heeft de Haarlemse uitgeverij “toevallig” net overeenstemming weten te bereiken met IDTV en haar Britse grootaandeelhouder Chrysalis. De nieuwe partners richten een tv-produktiebedrijf op, de CVI Media Groep, waarin IDTV wordt ondergebracht en VNU en Chrysalis de zeggenschap delen.

Maar toeval bestaat niet, erkent ook De Winter. Onder de oppervlakte ligt verband. De beursgang van Endemol en de investering van VNU in IDTV (nu 51,3 miljoen gulden, op termijn veel meer) zijn allebei tekenen dat het werkgebied van tv-producenten een vechtmarkt gaat worden. Van den Ende voorspelde twee weken zelfs dat er de komende jaren “een paar dooien” zullen vallen in de wereld van tv-stations en programmamakers.

Voormalig discjockey De Winter, die in 1977 na een conflict de NCRV verliet om zelf produkties te maken, vertelt met enige weemoed over een tijdperk dat voorbij is: “Ik was de eerste die voor mezelf begon. Met de VARA-jongerenserie Je Ziet Maar werd het al een bedrijfje. Toen ging John de Mol weg bij de Tros en kwam Van den Ende uit Badhoevedorp om voor de KRO te gaan werken. In die jaren waren we een vriendelijk clubje vrijbuiters die zelfstandig programma's wilden maken. We concurreerden op creativiteit. Om geld ging het niet. Bij de publieke omroep werd daar sowieso nooit op gelet. Dat was zo tot vijf, zes jaar geleden. Het is begonnen met TV10 en de komst van commerciële televisie. De belangen werden steeds groter. We kwamen vaak recht tegenover elkaar te staan.” Sindsdien is de markt van tv-producenten in een stroomversneling terechtgekomen. Harry de Winter ging naast zijn 'kwaliteitsprogramma's' spelletjes als Lingo en later Triviant, De Connaisseur en Hitquiz produceren. Ook amusementsprogramma's van IDTV als Taxi scoorden de afgelopen jaren goed. “Als ik jeugdprogramma's was blijven doen, was ik in een niche gebleven.”

Twee jaar geleden verkocht De Winter 49 procent van zijn aandelen aan de tweede tv-producent in Groot Brittannië, Chrysalis. Met zijn IDTV heeft hij inmiddels een omzet bereikt van 60 miljoen gulden, en een netto winst van 4,7 miljoen gulden over 1995. Met een bruto marge (bedrijfsresultaat als percentage van de omzet) van 10 procent blijft hij nog fors achter op de 16 procent die Endemol weet te halen met televisieprodukties.

Voor Chrysalis koos De Winter destijds “om klein te kunnen blijven”. Nu is ook dat voorbij: In Europa is IDTV samen met Chrysalis nog net de kleinste in de top-vijf die wordt gedomineerd door producenten als het Britse Pearson en natuurlijk Endemol. Maar er moet fors worden geïnvesteerd om het tempo bij te kunnen houden. En daarbij is een partner als VNU onontbeerlijk: “Tot dusver verkochten we vooral programmarechten in het buitenland. Nu willen we, net als Endemol, die programma's in het buitenland zelf produceren. Anders verdienen anderen er aan.”

Alles moet groter, zegt De Winter: “Iedereen vestigt zich overal in Europa, en bovendien sluiten de producenten met tv-stations overal output-deals. De markt sluit zich af. Wij dreigen te worden gemarginaliseerd door de concurentie. Je hebt dan de keuze - inderdaad, te worden gemarginaliseerd tot een klein, swingend bedrijfje of meedoen.”

En met 'kwaliteit' alleen, het handelsmerk dat De Winter graag voert onder verwijzing naar series als het veelgeroemde Pleidooi voor de NCRV dat een Gouden Kalf en de Nipkov Schijf in de wacht sleepte, red je het niet langer: “De ideale creatieve wereld, waarin mensen het leuk vonden om te werken voor IDTV in plaats van in Aalsmeer, is helaas een beetje over. Alles is voor geld te koop.”

Volgens De Winter is de VNU dan de juiste partner, ook al heeft die uitgever zich met zijn grote belang in de Holland Media Groep (RTL4, RTL5 en Veronica) hevig aan de commerciële televisie gecommitteerd. Terwijl IDTV toch vooral wordt geassocieerd met de publieke omroep, waarvoor ze 80 procent van haar werkzaamheden verricht. “Voor VNU betekent deze move dat ze er de nadruk leggen op content.”

In de wereld van tv-stations wordt VNU mogelijk weggedrukt door bedrijven als het Luxemburgse CLT (mede-aandeelhouder in de Holland Media Groep) dat is gefuseerd met de Duitse mediagigant Bertelsmann. “Misschien is VNU niet groot genoeg voor tv-stations. Maar VNU is wel sterk genoeg om groot te worden in tv-produkties. Mijn gevoel is dat ze er hebben geconcludeerd dat ze in de eerste plaats uitgevers zijn, nu ook van programma's.”

De Winter is blij met de Nederlandse achtergrond van VNU: “De publieke omroep vond de deal met het Britse Chrysalis geen leuke ontwikkeling.” Verder ziet de voorman van IDTV, die zich heeft vastgelegd de komende vijf jaar het nieuwe CVI Media te gaan leiden, toekomst in de kennis van VNU als uitgever: “Tv-producenten worden steeds meer uitgevers, met alle ontwikelingen op het gebied van Internet, pay-per-view, en interactieve televisie”.

De Winter heeft bovendien groot vertrouwen in de mogelijkheden tijdschrifttitels te 'vertalen' in televisieprogramma's. VNU is in Nederland de grootste uitgever van publiekstijdschriften: “De Margriet is een uitstekend tv-programma, de Nieuwe Revu is een tv-programma. Als Sport7 die formule had gehanteerd, was het vast een succes geworden: sex, sport en rock 'n roll.”

En de beursgang van concurent Endemol? “Ik heb ingeschreven op 4.000 aandelen. Maar dat is meer voor de grap. Nu mag ik op de aandeelhoudersvergadering komen.”

    • Jaco Alberts