Vrijheid voor gemeente in strijd tegen armoe bepleit

Op de Sociale Conferentie wisselden minister Melkert (Sociale Zaken) en staatssecretaris Terpstra (Welzijn) gisteren van gedachten met betrokkenen en belangstellenden over armoede in Nederland.

ZWOLLE, 1 NOV. Gemeenten moeten meer ruimte krijgen van het rijk om zelf een beleid te voeren bij de armoedebestrijding. Overheden moeten een fatsoenlijke bejegening van uitkeringsgerechtigden nastreven in plaats van te spreken in het economische vocabulaire dat door uitkeringsgerechtigden als vernederend wordt ervaren. De bijstandswet moet ruimhartiger worden toegepast. Het begrip arbeid mag niet beperkt worden tot betaalde banen maar is ook van toepassing op vrijwilligerswerk en zorgtaken.

Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen van de Sociale Conferentie, die gisteren voor het eerst werd gehouden, in Zwolle. De bijeenkomst, die een jaarlijks evenement moet worden, is een initiatief van minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en staatssecretaris Terpstra (Welzijn). Op de conferentie waren behalve politici en deskundigen ook vele uitkeringsgerechtigden vertegenwoordigd. Present was ook bisschop Muskens van Breda. Hij zwengelde het armoededebat onlangs opnieuw aan door zijn kritiek op de Troonrede en door zijn uitspraak dat arme mensen in levensbedreigende omstandigheden een brood uit de winkel mogen wegnemen. “Armoedebestrijding zit niet langer in het donkere hoekje waar enkelen tevergeefs de aandacht van velen vragen”, constateerde Melkert.

De conferentie verliep als een demonstratie tegen het sociale onrecht dat armoede volgens vele betrokkenen is; tegen de als schofterig ervaren behandeling door ambtenaren van sociale diensten; tegen de 'obsessie van niks' waarin mensen alleen nog aan hun armoede kunnen denken; tegen vooroordelen en onverschilligheid; tegen uitspraken van 'al die gewone mannen' die vinden dat uitkeringsgerechtigden net als andere mensen moeten werken voor hun brood, maar die daarbij vergeten hoeveel maatschappelijke nuttige arbeid er door uitkeringsgerechtigden wordt verricht en die bovendien niet bereid zijn tot rigoureuze arbeidsverdeling.

In een gloedvolle speech trok mevrouw M. Matveld van het provinciaal overleg uitkeringsgerechtigden Limburg en Brabant van leer: “Het gaat vandaag om het denken en doen van al die beleidsambtenaren en uitvoerders, die overdruk zijn om mensen aan het werk te krijgen, maar die daarbij vergeten aan te sluiten bij hetgeen de mensen reeds doen. Die met goede bedoelingen projecten opzetten en daarbij passende mensen zoeken in plaats van andersom. Die daardoor achteloos voorbijgaan aan alle maatschappelijk onmisbare arbeid die onbetaald gebeurt en voor een groot deel door vrouwen uitgevoerd wordt. Omdat dit nog steeds zo geregeld is in onze zogenaamd geëmancipeerde samenleving. Omdat dit zo in stand wordt gehouden door de leerboeken economie die arbeid niet meetellen als het onbetaald gebeurt.”

Armoede moet eindelijk eens serieus genomen worden, zo was de boodschap. De koopkracht van de minima is de laatste vijf jaar niet gestegen of zelfs gelijk gebleven maar relatief gedaald door de stijging van de vaste lasten. Verhoog daarom de uitkeringen, desnoods met een dertiende maand. Vele knelpunten passeerden de revue. Waarom krijgt iemand die om kosten te besparen een woning deelt een lagere uitkering? Waarom moeten uitkeringsgerechtigden in veel gemeenten voor iedere kortingsregeling steeds opnieuw bewijzen dat ze arm zijn? Waarom niet zoals in Den Haag “één keer bloed prikken” om mensen deze vernederende mars door de instituties te besparen? Waarom blijven zo veel mensen verstoken van huursubsidie? Waarom schrijven woningcorporaties niet zoals in Tilburg alle uitkeringsgerechtigden aan over de kans om daarvoor in aanmerking te komen?

Een vloed aan oplossingen werd aangedragen. Van cliëntenraden tot trainingen in zelfrespect. Van contracten met uitkeringsgerechtigden over hun eigen plannen tot gedoogplaatsen waar ambtenaren van de sociale dienst regels mogen schenden om “onoplosbare” dossiers eindelijk te kunnen aanpakken. Van het voorstel om bestanden van fraudegevallen te koppelen aan bestanden van mensen die geen gebruik maken van financiële regelingen tot de aanbeveling om minister Melkert één maand lang op bijstandsniveau te laten leven. En de steeds terugkerende roep om soepeler te zijn bij het bijverdienen met een uitkering én het recht van vrouwen om zelf te mogen kiezen hun kinderen op te voeden in plaats van te moeten solliciteren. Een wethouder in Vught vertelde dat zij met toestemming van de gemeenteraad in zulke gevallen de fraude door de vingers ziet.

Melkert zou alle voorstellen open tegemoet zien, zo beloofde hij. “Regels zijn er in het algemeen niet voor niets. Maar als regels een effectieve aanpak in de weg staan, dan moeten die regels in redelijkheid worden aangepast.”

    • Arjen Schreuder