Verveelvoudigen

“Geachte Heer/Mevrouw, in juni schreven wij u een brief over het auteursrecht op uw als free-lancer voor Vrij Nederland geschreven artikelen. Wij zijn doende om de volledige jaargangen van Vrij Nederland op microfiche te laten zetten en de teksten vanaf 1 januari 1993 op te slaan in een elektronische databank, die mogelijk ook voor derden tegen betaling toegankelijk zal worden.

Formeel hebben wij uw toestemming nodig om uw artikelen als onderdeel van Vrij Nederland via zo'n databank voor derden toegankelijk te maken. Vandaar dat wij u (nogmaals) vriendelijk doch dringend verzoeken bijgaand antwoordstrookje aan ons te retourneren''. Enzovoort. Met vriendelijke groeten, WEEKBLADPERS TIJDSCHRIFTEN, Hugo Arlman, uitgever elektronische media.

Op de af te knippen en terug te sturen antwoordstrook staan mijn naam en adres, het woord 'handtekeningen' en met daaronder een wit vlak om in te vullen: “geeft hierbij toestemming aan WEEKBLADPERS TIJDSCHRIFTEN om zijn/haar eerder in Vrij Nederland gepubliceerde bijdragen als redactioneel onderdeel van Vrij Nederland te verveelvoudigen en/of openbaar te maken door middel van microfiches en/of langs de elektronische snelweg”.

Merk op dat op de antwoordstrook de toevoeging 'vanaf 1 januari 1993' is weggelaten, zodat je wel eens verneukt zou kunnen worden waar je bij staat, maar niettemin denk ik vriendelijk doch dringend bij mezelf: de heer Hugo Arlman heeft vast vergeten de vergoeding te vermelden die ik tegemoet kan zien als de WEEKBLADPERS TIJDSCHRIFTEN tegen betaling voor derden mijn eerder in Vrij Nederland gepubliceerde bijdragen openbaar maakt door middel van microfiches en/of langs de elektronische snelweg. Wij zullen de heer Hugo Arlman even bellen.

“Hugo Arlman.”

“Mijnheer Arlman, ik heb meer dan twintig jaar stukken en stukjes voor Vrij Nederland geschreven en het bedroeft mij dat u na al die tijd nog niet weet of ik een Heer dan wel een Mevrouw ben, maar in die brief die u aan mij heeft geschreven, vergeet u mij te vertellen wat mijn aandeel is als u straks tegen betaling voor derden artikelen van mijn hand op de elektronische snelweg zet. Kunt u mij even inlichten?”

Arlman: “Hahaha, Mijnheer/ Mevrouw. Zo! Nee, hoor. Wij hebben voorlopig besloten dat zoiets niet de bedoeling is. Waarom zouden wij ook? Je wilt gewoon geld voor iets waarvoor je geen zak meer hoeft te doen.”

“Zo! Hahaha! Dan kunt u maar beter geen boekuitgever worden, mijnheer Arlman. Ik hoor u al tegen uw auteurs zeggen dat zij geen recht hebben op royalty's van tweede en latere drukken, omdat zij daar toch geen zak voor hebben gedaan.”

Arlman: “Hahaha, nee hoor. Zo! Maar man, waar zeur je toch over? Je denkt toch niet dat er een uitgever is die al die stukken van jou zou willen uitgeven. Zo goed waren ze nou ook weer niet, hahaha! Wees blij dat wij die stukken voor jou op de elektronische snelweg zetten. Dat is toch een mooie reclame voor je. Wie weet, krijg je daardoor nog een of andere opdracht. In dat geval zouden wij jou eigenlijk geld moeten vragen. Hahaha!”

Hahaha, zo nee, hoor, je, jij en geen zak: zo zijn de manieren van de elektronische jongens en meisjes.

Volgende brief: “Beste Max, CD ROM biedt een complete jaargang van NRC Handelsblad. De kracht van de uitgave voor de gebruikers wordt vanzelfsprekend bepaald door de volledigheid. Wij hopen daarom dat deze uitgave ook op jouw steun kan rekenen. Als iemand zijn artikelen wenst terug te trekken is dat overigens technisch mogelijk, maar het zou aan de volledigheid van het tijdsbeeld afbreuk doen. Mochten wij voor 23 augustus geen reactie van je ontvangen, dan gaan wij ervan uit dat je geen bezwaren hebt tegen opname van je artikelen op CD ROM.” Ondertekend, Laura Starink, adjunct-hoofdredacteur.

Mmm... wie zwijgt, doet kennelijk afstand van zijn/haar auteursrechten. Nooit van gehoord. Om geen afbreuk te doen aan het tijdsbeeld, heb ik maar niet gebeld naar de adjunct-hoofdredacteur om te vragen of zij misschien iets vergeten was te vermelden in haar brief. Geld? Hahaha! Binnenkort komt er over deze zaak een proefproces van freelancers tegen hun eigen opdrachtgevers. Hahaha. Zo! Niet echt leuk.

    • Max Pam