Tosca: lijkboekhouding blijft kloppen

Voorstelling: Tosca van G. Puccini door Opera Zuid, Brabants Orkest en Brabant Koor o.l.v. Guido Ajmone-Marsan m.m.v. o.a. Karen Notare, Nikolaj Vassiliev, Henk Smit en Tom Haenen. Decor, kostuums en decor: Eric Vigié. Gezien: 31/10 Theater aan de Parade Den Bosch. Tournee t/m 23/11.

Waarom wordt toch altijd gezegd dat Nederland geen operatraditie heeft? Eeuwenlang was er heel veel opera in ons land, zo bewijst onder andere de dit jaar verschenen uitgave Annalen van de operagezelschappen in Nederland. En Opera Zuid bevestigt in Puccini's Tosca - waarvan nu de 95ste serie voorstellingen in deze eeuw in ons land gaat - ook weer een andere oude traditie: die van rollen die altijd door dezelfde zanger worden gezongen.

Zo staat Tom Haenen sinds 1973 in ons land nu voor de zesde keer in Tosca op het podium als de koster. Haenen lijkt in de door de Franse regisseur Eric Vigié sterk aangezette uitbeelding van de opera inmiddels bijna te dementeren. Hij is een in lorrige lappen gehuld soort zwerver die zijn toevlucht heeft gezocht in de kerk en daar een baantje heeft gekregen.

Henk Smit is, nadat jarenlang de rol was voorbehouden aan Jan Derksen, hier nu voor de derde keer Scarpia. De eerste keer, in 1983, stond hij bij Forum nog naast Derksen, toen die van bariton tenor was geworden en de rol van Scarpia had verruild voor Cavaradossi. In de regie van Stephan Volkmann interpreteerde Smit de rol van de wrede politiechef destijds op subtiele en interessante wijze: hij was overkeurig en nuffig, steeds in de weer om de kant aan zijn precieuze kledij in de goede plooien te leggen, afgewisseld met het omstandig nuttigen van een enkele druif. Ondertussen gaf hij geheel ongeïnteresseerd opdracht om maar eens flink door te gaan met het martelen van Cavaradossi.

De personages in de Tosca van Vigié zijn puur eendimensionaal. De koster van Haenen is dus een halve gare. Tosca is in de vertolking van Karen Notare alleen maar grillig en temperamentvol. De schilder Cavaradossi is in de versie van Nikolai Vassiliev een hele domme tenor. En deze Scarpia van Smit is de verpersoonlijking van alle kwaad: een mix van duivels als Jago, Mefistofeles en alle tegenstanders van James Bond, Superman en Batman. Het enige dat de bloeddorstige Scarpia niet is, is een vampier: hij wordt door Tosca wel gedood met een kruis, maar uiteindelijk blijkt hij helemaal niet dood. Het Kwaad is immers onuitroeibaar.

Satan heeft hier een duivels spelletje georganiseerd: in het openingsbeeld zien we Scarpia Angelotti loslaten om met hem te gaan spelen als kat en muis. In het slotbeeld blijkt dat Scarpia Tosca uit de lucht heeft geplukt toen ze van de Engelenburcht sprong: ze is uiteindelijk toch van hem. In de lijkboekhouding zouden er dan naast Angelotti en Cavaradossi twee doden ontbreken, maar Vigié maakt dat per saldo weer goed door in de laatste acte de koster en een misdienaar nog neer te leggen als slachtoffers van Scarpia.

Het zijn opmerkelijke regie-ideeën maar ze worden even grof, ruig en plat uitgevoerd als grosso modo het muzikale aandeel hier klinkt onder leiding van de Amerikaanse dirigent Guido Ajmone-Marsan. Hij hanteert zijn dirigentenstokje als een blokkwast, die elke nuance wegsmeert. Pas met Vissi d'arte - door Notare binnen deze opvatting toch met enig roerend effect gezongen - ontstaat er wat Pucciniaanse spanning. Later blijkt Vassiliev in E lucevan le stelle nog iets meer te kunnen dan alleen maar hard zingen. Henk Smit heeft hier als Scarpia de echte hoofdrol - hij zingt die als ervaren vakman overtuigend, zoals hier van hem wordt verlangd.